Naar de inhoud

Bijbelverzen over Young Men

347 verzen · 1 aspect

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Men zal de lippen kussen desgenen, die rechte woorden antwoordt.

  2. Beschik uw werk daarbuiten, en bereid het voor u op den akker, en bouw daarna uw huis.

  3. Wees niet zonder oorzaak getuige tegen uw naaste; want zoudt gij verleiden met uw lip?

  4. Zeg niet: Gelijk als hij mij gedaan heeft, zo zal ik hem doen; ik zal een ieder vergelden naar zijn werk.

  5. Ik ging voorbij den akker eens luiaards, en voorbij den wijngaard van een verstandeloos mens;

  6. En ziet, hij was gans opgeschoten van distelen; zijn gedaante was met netelen bedekt, en zijn stenen scheidsmuur was afgebroken.

  7. Als ik dat aanschouwde, nam ik het ter harte; ik zag het, en nam onderwijzing aan;

  8. Een weinig slapens, een weinig sluimerens, en weinig handvouwens, al nederliggende;

  9. Zo zal uw armoede u overkomen, als een wandelaar, en uw velerlei gebrek als een gewapend man.

  10. Zijt wijs, mijn zoon, en verblijd mijn hart; opdat ik mijn smader wat te antwoorden heb.

  11. Die de wet bewaart, is een verstandig zoon; maar die der vraten metgezel is, beschaamt zijn vader.

  12. Een man, die de wijsheid bemint, verblijdt zijn vader; maar die een metgezel der hoeren is, brengt het goed door.

  13. De woorden van de koning Lemuel; de last, maarmede zijn moeder hem onderwees.

  14. Wat, o mijn zoon, en wat, o zoon mijns buiks? ja, wat, o zoon mijner geloften?

  15. Geeft aan de vrouwen uw vermogen niet, noch uw wegen, om koningen te verdelgen.

  16. Daarom zegt de HEERE alzo van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda: Zij zullen hem niet beklagen: Och mijn broeder! of, och zuster! Zij zullen hem niet beklagen: Och, heer! of, och zijn majesteit!

  17. Met een ezelsbegrafenis zal hij begraven worden; men zal hem slepen en daarhenen werpen, verre weg van de poorten van Jeruzalem.

  18. Klim op den Libanon en roep, en verhef uw stem op den Basan; roep ook van de veren; maar al uw liefhebbers zijn verbroken.

  19. Ik sprak u aan in uw groten voorspoed, maar gij zeidet: Ik zal niet horen. Dit is uw weg van uw jeugd af, dat gij Mijner stem niet hebt gehoorzaamd.

  20. En ziet, er kwam een tot Hem, en zeide tot Hem: Goede Meester! wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe?

  21. En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Een, namelijk God. Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden.

  22. Hij zeide tot Hem: Welke? En Jezus zeide: Deze: Gij zult niet doden; gij zult geen overspel doen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven;

  23. Eer uw vader en moeder; en: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.

  24. De jongeling zeide tot Hem: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af; wat ontbreekt mij nog?

  25. Jezus zeide tot hem: Zo gij wilt volmaakt zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in de hemel; en kom herwaarts, volg Mij.