Naar de inhoud

Bijbelverzen over Wives

73 verzen · 37 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Daleth. Zij zoekt wol en vlas, en werkt met lust harer handen.

  2. He. Zij is als de schepen eens koopmans; zij doet haar brood van verre komen.

  3. Vau. En zij staat op, als het nog nacht is, en geeft haar huis spijze, en haar dienstmaagden het bescheiden deel.

  4. Zain. Zij denkt om een akker, en krijgt hem; van de vrucht harer handen plant zij een wijngaard.

  5. Cheth. Zij gordt haar lenden met kracht, en zij versterkt haar armen.

  6. Teth. Zij smaakt, dat haar koophandel goed is; haar lamp gaat des nachts niet uit.

  7. Jod. Zij steekt haar handen uit naar de spil, en haar handpalmen vatten den spinrok.

  8. Caph. Zij breidt haar handpalm uit tot den ellendige; en zij steekt haar handen uit tot den nooddruftige.

  9. Lamed. Zij vreest voor haar huis niet vanwege de sneeuw; want haar ganse huis is met dubbele klederen gekleed.

  10. Mem. Zij maakt voor zich tapijtsieraad; haar kleding is fijn linnen en purper.

  11. Nun. Haar man is bekend in de poorten, als hij zit met de oudsten des lands.

  12. Samech. Zij maakt fijn lijnwaad en verkoopt het; en zij levert den koopman gordelen.

  13. Ain. Sterkte en heerlijkheid zijn haar kleding; en zij lacht over den nakomenden dag.

  14. Pe. Zij doet haar mond open met wijsheid; en op haar tong is leer der goeddadigheid.

  15. Tsade. Zij beschouwt de gangen van haar huis; en het brood der luiheid eet zij niet.

  16. Koph. Haar kinderen staan op, en roemen haar welgelukzalig; ook haar man, en hij prijst haar, zeggende:

  17. Want dezelve Herodes, enigen uitgezonden hebbende, had Johannes gevangen genomen, en hem in de gevangenis gebonden, uit oorzaak van Herodias, de huisvrouw van zijn broeder Filippus, omdat hij haar getrouwd had.

  18. En zij waren beiden rechtvaardig voor God, wandelende in al de geboden en rechten des Heeren, onberispelijk.

  19. En een zeker man, met name Ananias, met Saffira, zijn vrouw, verkocht een have;

  20. En onttrok van den prijs, ook met medeweten zijner vrouw; en bracht een zeker deel, en legde dat aan de voeten der apostelen.

  21. En vond een zekeren Jood, met name Aquila, van geboorte uit Pontus, die onlangs van Italie gekomen was, en Priscilla, zijn vrouw, (omdat Claudius bevolen had, dat al de Joden uit Rome vertrekken zouden), en hij ging tot hen;

  22. En deze begon vrijmoediglijk te spreken in de synagoge. En als hem Aquila en Priscilla gehoord hadden, namen zij hem tot zich, en legden hem den weg Gods bescheidenlijker uit.

  23. Want een vrouw, die onder den man staat, is aan den levenden man verbonden door de wet; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrijgemaakt van de wet des mans.

  24. Daarom dan, indien zij eens anderen mans wordt, terwijl de man leeft, zo zal zij een overspeelster genaamd worden; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrij van de wet, alzo dat zij geen overspeelster is, als zij eens anderen mans wordt.

  25. De man zal aan de vrouw de schuldige goedwilligheid betalen; en desgelijks ook de vrouw aan den man.