Naar de inhoud

circa AD 30–62

The Early Church

Pentecost ignites a movement; Peter, Paul, and countless others carry the gospel from Jerusalem to the ends of the earth.

1,007 verzen · 1 boek behandeld

Verzen uit dit tijdvak

  1. Handelingen 26:26ca. 62 n.Chr.

    Want de koning weet van deze dingen, tot welken ik ook vrijmoedigheid gebruikende spreek; want ik geloof niet, dat hem iets van deze dingen verborgen is; want dit is in geen hoek geschied.

  2. Handelingen 26:27ca. 62 n.Chr.

    Gelooft gij, o koning Agrippa, de profeten? Ik weet dat gij ze gelooft.

  3. Handelingen 26:28ca. 62 n.Chr.

    En Agrippa zeide tot Paulus: Gij beweegt mij bijna een Christen te worden.

  4. Handelingen 26:29ca. 62 n.Chr.

    En Paulus zeide: Ik wenste wel van God, dat, en bijna en geheellijk, niet alleen gij, maar ook allen, die mij heden horen, zodanigen wierden, gelijk als ik ben, uitgenomen deze banden.

  5. Handelingen 26:30ca. 62 n.Chr.

    En als hij dit gezegd had, stond de koning op, en de stadhouder, en Bernice, en die met hen gezeten waren;

  6. Handelingen 26:31ca. 62 n.Chr.

    En aan een zijde gegaan zijnde, spraken zij tot elkander, zeggende: Deze mens doet niets des doods of der banden waardig.

  7. Handelingen 26:32ca. 62 n.Chr.

    En Agrippa zeide tot Festus: Deze mens kon losgelaten worden, indien hij zich op den keizer niet had beroepen.

  8. Handelingen 27:1ca. 62 n.Chr.

    En als het besloten was, dat wij naar Italie zouden afvaren, leverden zij Paulus en enige andere gevangenen, over aan een hoofdman over honderd, met name Julius van de keizerlijke bende.

  9. Handelingen 27:2ca. 62 n.Chr.

    En in een Adramyttenisch schip gegaan zijnde, alzo wij de plaatsen langs Azie bevaren zouden, voeren wij af; en Aristarchus, de Macedonier van Thessalonica, was met ons.

  10. Handelingen 27:3ca. 62 n.Chr.

    En des anderen daags kwamen wij aan te Sidon. En Julius, vriendelijk met Paulus handelende, liet hem toe tot de vrienden te gaan, om van hen bezorgd te worden.

  11. Handelingen 27:4ca. 62 n.Chr.

    En van daar afgevaren zijnde, voeren wij onder Cyprus heen, omdat de winden ons tegen waren.

  12. Handelingen 27:5ca. 62 n.Chr.

    En de zee, die langs Cilicie en Pamfylie is, doorgevaren zijnde, kwamen wij aan te Myra in Lycie.

  13. Handelingen 27:6ca. 62 n.Chr.

    En de hoofdman, aldaar een schip gevonden hebbende van Alexandrie, dat naar Italie voer, deed ons in hetzelve overgaan.

  14. Handelingen 27:7ca. 62 n.Chr.

    En als wij vele dagen langzaam voortvoeren, en nauwelijks tegenover Knidus gekomen waren, overmits het ons de wind niet toeliet, zo voeren wij onder Kreta heen, tegenover Salmone.

  15. Handelingen 27:8ca. 62 n.Chr.

    En hetzelve nauwelijks voorbij zeilende, kwamen wij in een zekere plaats genaamd Schonehavens, waar de stad Lasea nabij was.

  16. Handelingen 27:9ca. 62 n.Chr.

    En als veel tijd verlopen, en de vaart nu zorgelijk was, omdat ook de vasten nu voorbij was, vermaande hen Paulus,

  17. Handelingen 27:10ca. 62 n.Chr.

    En zeide tot hen: Mannen, ik zie, dat de vaart zal geschieden met hinder en grote schade, niet alleen van de lading en van het schip, maar ook van ons leven.

  18. Handelingen 27:11ca. 62 n.Chr.

    Doch de hoofdman geloofde meer den stuurman en den schipper, dan hetgeen van Paulus gezegd werd.

  19. Handelingen 27:12ca. 62 n.Chr.

    En alzo de haven ongelegen was om te overwinteren, vond het meerder deel geraden ook van daar te varen, of zij enigszins te Fenix konden aankomen om te overwinteren, zijnde een haven in Kreta, strekkende tegen het zuidwesten en tegen het noordwesten.

  20. Handelingen 27:13ca. 62 n.Chr.

    En alzo de zuidenwind zachtelijk waaide, meenden zij hun voornemen verkregen te hebben, en afgevaren zijnde, zeilden zij dicht voorbij Kreta henen.

  21. Handelingen 27:14ca. 62 n.Chr.

    Maar niet lang daarna, sloeg tegen hetzelve een stormwind, genaamd Euroklydon.

  22. Handelingen 27:15ca. 62 n.Chr.

    En als het schip daarmede weggerukt werd, en niet kon tegen den wind opzeilen, gaven wij het op, en dreven heen.

  23. Handelingen 27:16ca. 62 n.Chr.

    En lopende onder een zeker eilandje, genaamd Klauda, konden wij nauwelijks de boot machtig worden.

  24. Handelingen 27:17ca. 62 n.Chr.

    Dewelke opgehaald hebbende, gebruikten zij alle behulpselen, het schip ondergordende; en alzo zij vreesden, dat zij op de droogte Syrtis vervallen zouden, streken zij het zeil, en dreven alzo henen.

  25. Handelingen 27:18ca. 62 n.Chr.

    En alzo wij van het onweder geweldiglijk geslingerd werden, deden zij den volgende dag een uitworp;