Naar de inhoud

circa AD 30–62

The Early Church

Pentecost ignites a movement; Peter, Paul, and countless others carry the gospel from Jerusalem to the ends of the earth.

1,007 verzen · 1 boek behandeld

Verzen uit dit tijdvak

  1. Handelingen 15:32ca. 51 n.Chr.

    Judas nu en Silas, die ook zelven profeten waren, vermaanden de broeders met vele woorden, en versterkten hen.

  2. Handelingen 15:33ca. 51 n.Chr.

    En als zij daar een tijd lang vertoefd hadden, lieten hen de broeders wederom gaan met vrede, tot de apostelen.

  3. Handelingen 15:34ca. 51 n.Chr.

    Maar het dacht Silas goed aldaar te blijven.

  4. Handelingen 15:35ca. 51 n.Chr.

    En Paulus en Barnabas onthielden zich te Antiochie, lerende en verkondigende met nog vele anderen, het Woord des Heeren.

  5. Handelingen 15:36ca. 51 n.Chr.

    En na enige dagen zeide Paulus tot Barnabas: Laat ons nu wederkeren, en bezoeken onze broeders in elke stad, in welke wij het Woord des Heeren verkondigd hebben, hoe zij het hebben.

  6. Handelingen 15:37ca. 51 n.Chr.

    En Barnabas ried, dat zij Johannes, die toegenaamd is Markus, zouden medenemen.

  7. Handelingen 15:38ca. 51 n.Chr.

    Maar Paulus achtte billijk, dat men dien niet zoude medenemen, die van Pamfylie af van hen was afgeweken, en met hen niet was gegaan tot het werk.

  8. Handelingen 15:39ca. 51 n.Chr.

    Er ontstond dan een verbittering, alzo dat zij van elkander gescheiden zijn, en dat Barnabas Markus medenam, en naar Cyprus afscheepte;

  9. Handelingen 15:40ca. 51 n.Chr.

    Maar Paulus verkoos Silas, en reisde heen, der genade Gods van de broederen bevolen zijnde.

  10. Handelingen 15:41ca. 51 n.Chr.

    En hij doorreisde Syrie en Cilicie, versterkende de Gemeenten.

  11. Handelingen 16:1ca. 53 n.Chr.

    En hij kwam te Derbe en Lystre. En ziet, aldaar was een zeker discipel, met name Timotheus, zoon van een gelovige Joodse vrouw, maar van een Grieksen vader;

  12. Handelingen 16:2ca. 53 n.Chr.

    Welken goeden getuigenis gegeven werd van de broederen te Lystre en Ikonium.

  13. Handelingen 16:3ca. 53 n.Chr.

    Deze wilde Paulus, dat met hem zou reizen; en hij nam en besneed hem, om der Joden wil, die in die plaatsen waren; want zij kenden allen zijn vader, dat hij een Griek was.

  14. Handelingen 16:4ca. 53 n.Chr.

    En alzo zij de steden doorreisden, gaven zij hun de verordeningen over, die van de apostelen en de ouderlingen te Jeruzalem goed gevonden waren, om die te onderhouden.

  15. Handelingen 16:5ca. 53 n.Chr.

    De Gemeenten dan werden bevestigd in het geloof, en werden dagelijks overvloediger in getal.

  16. Handelingen 16:6ca. 53 n.Chr.

    En als zij Frygie, en het land van Galatie doorgereisd hadden, werden zij van den Heiligen Geest verhinderd het Woord in Azie te spreken.

  17. Handelingen 16:7ca. 53 n.Chr.

    En aan Mysie gekomen zijnde, poogden zij naar Bithynie te reizen; en de Geest liet het hun niet toe.

  18. Handelingen 16:8ca. 53 n.Chr.

    En zij, Mysie voorbij gereisd zijnde, kwamen af tot Troas.

  19. Handelingen 16:9ca. 53 n.Chr.

    En van Paulus werd in den nacht een gezicht gezien: er was een Macedonisch man staande, die hem bad en zeide: Kom over in Macedonie, en help ons.

  20. Handelingen 16:10ca. 53 n.Chr.

    Als hij nu dit gezicht gezien had, zo zochten wij terstond naar Macedonie te reizen, besluitende daaruit, dat ons de Heere geroepen had, om denzelven het Evangelie te verkondigen.

  21. Handelingen 16:11ca. 53 n.Chr.

    Van Troas dan afgevaren zijnde, liepen wij recht naar Samothrace, en den volgende dag naar Neapolis.

  22. Handelingen 16:12ca. 53 n.Chr.

    En van daar naar Filippi, welke is de eerste stad van dit deel van Macedonie, een kolonie. En wij onthielden ons in die stad ettelijke dagen.

  23. Handelingen 16:13ca. 53 n.Chr.

    En op den dag des sabbats gingen wij buiten de stad aan de rivier, waar het gebed placht te geschieden; en nedergezeten zijnde, spraken wij tot de vrouwen, die samengekomen waren.

  24. Handelingen 16:14ca. 53 n.Chr.

    En een zekere vrouw, met name Lydia, een purperverkoopster, van de stad Thyatira, die God diende, hoorde ons; welker hart de Heere heeft geopend, dat zij acht nam op hetgeen van Paulus gesproken werd.

  25. Handelingen 16:15ca. 53 n.Chr.

    En als zij gedoopt was, en haar huis, bad zij ons, zeggende: Indien gij hebt geoordeeld, dat ik den Heere getrouw ben, zo komt in mijn huis, en blijft er. En zij dwong ons.