Naar de inhoud

circa AD 30–62

The Early Church

Pentecost ignites a movement; Peter, Paul, and countless others carry the gospel from Jerusalem to the ends of the earth.

1,007 verzen · 1 boek behandeld

Verzen uit dit tijdvak

  1. Handelingen 17:1ca. 53 n.Chr.

    En door Amfipolis en Apollonia hun weg genomen hebbende, kwamen zij te Thessalonica, alwaar een synagoge der Joden was.

  2. Handelingen 17:2ca. 53 n.Chr.

    En Paulus, gelijk hij gewoon was, ging tot hen in, en drie sabbatten lang handelde hij met hen uit de Schriften,

  3. Handelingen 17:3ca. 53 n.Chr.

    Dezelve openende, en voor ogen stellende, dat de Christus moest lijden en opstaan uit de doden, en dat deze Jezus is de Christus, Dien ik, zeide hij, ulieden verkondige.

  4. Handelingen 17:4ca. 53 n.Chr.

    En sommigen uit hen geloofden, en werden Paulus en Silas toegevoegd, en van de godsdienstige Grieken een grote menigte, en van de voornaamste vrouwen niet weinige.

  5. Handelingen 17:5ca. 53 n.Chr.

    Maar de Joden, die ongehoorzaam waren, dit benijdende, namen tot zich enige boze mannen uit de marktboeven, en maakten, dat het volk te hoop liep, en beroerden de stad; en op het huis van Jason aanvallende, zochten zij hen tot het volk te brengen.

  6. Handelingen 17:6ca. 53 n.Chr.

    En als zij hen niet vonden, trokken zij Jason en enige broeders voor de oversten der stad, roepende: Dezen, die de wereld in roer hebben gesteld, zijn ook hier gekomen;

  7. Handelingen 17:7ca. 53 n.Chr.

    Welke Jason in zijn huis genomen heeft; en alle dezen doen tegen de geboden des keizers, zeggende, dat er een andere Koning is, namelijk Jezus.

  8. Handelingen 17:8ca. 53 n.Chr.

    En zij beroerden de schare, en de oversten der stad, die dit hoorden.

  9. Handelingen 17:9ca. 53 n.Chr.

    Doch als zij van Jason en de anderen vergenoeging ontvangen hadden, lieten zij hen gaan.

  10. Handelingen 17:10ca. 53 n.Chr.

    En de broeders zonden terstond des nachts Paulus en Silas weg naar Berea; welke, daar gekomen zijnde, gingen heen naar de synagoge der Joden;

  11. Handelingen 17:11ca. 53 n.Chr.

    En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.

  12. Handelingen 17:12ca. 53 n.Chr.

    Velen dan uit hen geloofden, en van de Griekse eerlijke vrouwen en van de mannen niet weinige.

  13. Handelingen 17:13ca. 53 n.Chr.

    Maar als de Joden van Thessalonica verstonden, dat het Woord Gods ook te Berea van Paulus verkondigd werd, kwamen zij ook daar en bewogen de scharen.

  14. Handelingen 17:14ca. 53 n.Chr.

    Doch de broeders zonden toen van stonde aan Paulus weg, dat hij ging als naar de zee; maar Silas en Timotheus bleven aldaar.

  15. Handelingen 17:15ca. 53 n.Chr.

    En die Paulus geleidden, brachten hem tot Athene toe; en als zij bevel gekregen hadden aan Silas en Timotheus, dat zij op het spoedigste tot hem zouden komen, vertrokken zij.

  16. Handelingen 17:16ca. 53 n.Chr.

    En terwijl Paulus hen te Athene verwachtte, werd zijn geest in hem ontstoken, ziende, dat de stad zo zeer afgodisch was.

  17. Handelingen 17:17ca. 53 n.Chr.

    Hij handelde dan in de synagoge met de Joden, en met degenen, die godsdienstig waren, en op de markt alle dagen met degenen, die hem voorkwamen.

  18. Handelingen 17:18ca. 53 n.Chr.

    En sommigen van de Epikureische en Stoische wijsgeren streden met hem; en sommigen zeiden: Wat wil toch deze klapper zeggen? Maar anderen zeiden: Hij schijnt een verkondiger te zijn van vreemde goden; omdat hij hun Jezus en de opstanding verkondigde.

  19. Handelingen 17:19ca. 53 n.Chr.

    En zij namen hem, en brachten hem op de plaats, genaamd Areopagus, zeggende: Kunnen wij niet weten, welke deze nieuwe leer zij, daar gij van spreekt?

  20. Handelingen 17:20ca. 53 n.Chr.

    Want gij brengt enige vreemde dingen voor onze oren; wij willen dan weten, wat toch dit zijn wil.

  21. Handelingen 17:21ca. 53 n.Chr.

    (Die van Athene nu allen, en de vreemdelingen, die zich daar onthielden, besteedden hun tijd tot niets anders dan om wat nieuws te zeggen en te horen.)

  22. Handelingen 17:22ca. 53 n.Chr.

    En Paulus, staande in het midden van de plaats, genaamd Areopagus, zeide: Gij mannen van Athene! ik bemerke, dat gij alleszins gelijk als godsdienstiger zijt.

  23. Handelingen 17:23ca. 53 n.Chr.

    Want de stad doorgaande, en aanschouwende uw heiligdommen, heb ik ook een altaar gevonden, op hetwelk een opschrift stond: DEN ONBEKENDEN GOD. Dezen dan, Dien gij niet kennende dient, verkondig ik ulieden.

  24. Handelingen 17:24ca. 53 n.Chr.

    De God, Die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is; Deze, zijnde een Heere des hemels en der aarde, woont niet in tempelen met handen gemaakt;

  25. Handelingen 17:25ca. 53 n.Chr.

    En wordt ook van mensenhanden niet gediend, als iets behoevende, alzo Hij Zelf allen het leven en den adem, en alle dingen geeft;