Naar de inhoud

circa AD 30–62

The Early Church

Pentecost ignites a movement; Peter, Paul, and countless others carry the gospel from Jerusalem to the ends of the earth.

1,007 verzen · 1 boek behandeld

Verzen uit dit tijdvak

  1. Handelingen 17:26ca. 53 n.Chr.

    En heeft uit een bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt, om op den gehelen aardbodem te wonen, bescheiden hebbende de tijden te voren geordineerd, en de bepalingen van hun woning.

  2. Handelingen 17:27ca. 53 n.Chr.

    Opdat zij den Heere zouden zoeken, of zij Hem immers tasten en vinden mochten; hoewel Hij niet verre is van een iegelijk van ons.

  3. Handelingen 17:28ca. 53 n.Chr.

    Want in Hem leven wij, en bewegen ons, en zijn wij; gelijk ook enigen van uw poeten gezegd hebben: Want wij zijn ook Zijn geslacht.

  4. Handelingen 17:29ca. 53 n.Chr.

    Wij dan, zijnde Gods geslacht, moeten niet menen, dat de Godheid goud, of zilver, of steen gelijk zij, welke door mensenkunst en bedenking gesneden zijn.

  5. Handelingen 17:30ca. 53 n.Chr.

    God dan, de tijden der onwetendheid overzien hebbende, verkondigt nu allen mensen alom, dat zij zich bekeren.

  6. Handelingen 17:31ca. 53 n.Chr.

    Daarom dat Hij een dag gesteld heeft, op welken Hij den aardbodem rechtvaardiglijk zal oordelen, door een Man, Dien Hij daartoe geordineerd heeft, verzekering daarvan doende aan allen, dewijl Hij Hem uit de doden opgewekt heeft.

  7. Handelingen 17:32ca. 53 n.Chr.

    Als zij nu van de opstanding der doden hoorden, spotten sommigen daarmede; en sommigen zeiden: Wij zullen u wederom hiervan horen.

  8. Handelingen 17:33ca. 53 n.Chr.

    En alzo is Paulus uit het midden van hen uitgegaan.

  9. Handelingen 17:34ca. 53 n.Chr.

    Doch sommige mannen hingen hem aan, en geloofden; onder welke was ook Dionysius, de Areopagiet, en een vrouw, met name Damaris, en anderen met dezelve.

  10. Handelingen 18:1ca. 54 n.Chr.

    En na dezen scheidde Paulus van Athene en kwam te Korinthe;

  11. Handelingen 18:2ca. 54 n.Chr.

    En vond een zekeren Jood, met name Aquila, van geboorte uit Pontus, die onlangs van Italie gekomen was, en Priscilla, zijn vrouw, (omdat Claudius bevolen had, dat al de Joden uit Rome vertrekken zouden), en hij ging tot hen;

  12. Handelingen 18:3ca. 54 n.Chr.

    En omdat hij van hetzelfde handwerk was, bleef hij bij hen, en wrocht; want zij waren tentenmakers van handwerk.

  13. Handelingen 18:4ca. 54 n.Chr.

    En hij handelde op elken sabbat in de synagoge, en bewoog tot het geloof Joden en Grieken.

  14. Handelingen 18:5ca. 54 n.Chr.

    En als Silas en Timotheus van Macedonie afgekomen waren, werd Paulus door den Geest gedrongen, betuigende den Joden, dat Jezus is de Christus.

  15. Handelingen 18:6ca. 54 n.Chr.

    Maar als zij wederstonden en lasterden, schudde hij zijn klederen af, en zeide tot hen: Uw bloed zij op uw hoofd; ik ben rein; en van nu voortaan zal ik tot de heidenen heengaan.

  16. Handelingen 18:7ca. 54 n.Chr.

    En van daar gegaan zijnde, kwam hij in het huis van een man, met name Justus, die God diende, wiens huis paalde aan de synagoge.

  17. Handelingen 18:8ca. 54 n.Chr.

    En Crispus, de overste der synagoge, geloofde aan den Heere met geheel zijn huis; en velen van de Korinthiers, hem horende, geloofden, en werden gedoopt.

  18. Handelingen 18:9ca. 54 n.Chr.

    En de Heere zeide tot Paulus door een gezicht in den nacht: Zijt niet bevreesd, maar spreek en zwijg niet.

  19. Handelingen 18:10ca. 54 n.Chr.

    Want Ik ben met u, en niemand zal de hand aan u leggen om u kwaad te doen; want Ik heb veel volks in deze stad.

  20. Handelingen 18:11ca. 54 n.Chr.

    En hij onthield zich aldaar een jaar en zes maanden, lerende onder hen het Woord Gods.

  21. Handelingen 18:12ca. 54 n.Chr.

    Maar als Gallio stadhouder van Achaje was, stonden de Joden eendrachtelijk tegen Paulus op, en brachten hem voor den rechterstoel.

  22. Handelingen 18:13ca. 54 n.Chr.

    Zeggende: Deze raadt den mensen aan, dat zij God zouden dienen tegen de wet.

  23. Handelingen 18:14ca. 54 n.Chr.

    En als Paulus zijn mond zou opendoen, zeide Gallio tot de Joden: Zo er enig ongelijk, of kwaad stuk begaan ware, o Joden, zo zou ik met reden ulieden verdragen;

  24. Handelingen 18:15ca. 54 n.Chr.

    Maar indien er geschil is over een woord, en namen, en over de wet, die onder u is, zo zult gij zelven toezien; want ik wil over deze dingen geen rechter zijn.

  25. Handelingen 18:16ca. 54 n.Chr.

    En hij dreef hen weg van den rechterstoel.