Naar de inhoud

circa AD 48–96

Letters to the Churches

Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.

2,767 verzen · 21 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. 2 Korinthe 10:10ca. 60 n.Chr.

    Want de brieven (zeggen zij) zijn wel gewichtig en krachtig; maar de tegenwoordigheid des lichaams is zwak, en de rede is verachtelijk.

  2. 2 Korinthe 10:11ca. 60 n.Chr.

    Dezulke bedenke dit, dat hoedanigen wij zijn in het woord door brieven, als wij afwezig zijn, wij ook zodanigen zijn inderdaad, als wij tegenwoordig zijn.

  3. 2 Korinthe 10:12ca. 60 n.Chr.

    Want wij durven onszelven niet rekenen of vergelijken met sommigen, die zichzelven prijzen; maar deze verstaan niet, dat zij zichzelven met zichzelven meten, en zichzelven met zichzelven vergelijken.

  4. 2 Korinthe 10:13ca. 60 n.Chr.

    Doch wij zullen niet roemen buiten de maat; maar dat wij, naar de maat des regels, welke maat ons God toegedeeld heeft, ook tot u toe zijn gekomen.

  5. 2 Korinthe 10:14ca. 60 n.Chr.

    Want wij strekken onszelven niet te wijd uit, als die tot u niet zouden komen; want wij zijn ook gekomen tot u toe, in het Evangelie van Christus;

  6. 2 Korinthe 10:15ca. 60 n.Chr.

    Niet roemende buiten de maat in anderer lieden arbeid, maar hebbende hoop, als uw geloof zal gewassen zijn, dat wij onder ulieden overvloediglijk zullen vergroot worden naar onzen regel;

  7. 2 Korinthe 10:16ca. 60 n.Chr.

    Om het Evangelie te verkondigen in de plaatsen, die op gene zijde van u gelegen zijn; niet om te roemen in eens anders regel over hetgeen alrede bereid is.

  8. 2 Korinthe 10:17ca. 60 n.Chr.

    Doch wie roemt, die roeme in den Heere.

  9. 2 Korinthe 10:18ca. 60 n.Chr.

    Want niet die zichzelven prijst, maar dien de Heere prijst, die is beproefd.

  10. 2 Korinthe 11:1ca. 60 n.Chr.

    Och, of gij mij een weinig verdroegt in de onwijsheid; ja ook, verdraagt mij!

  11. 2 Korinthe 11:2ca. 60 n.Chr.

    Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb ulieden toebereid, om u als een reine maagd aan een man voor te stellen, namelijk aan Christus.

  12. 2 Korinthe 11:3ca. 60 n.Chr.

    Doch ik vrees, dat niet enigszins, gelijk de slang Eva door haar arglistigheid bedrogen heeft, alzo uw zinnen bedorven worden, om af te wijken van de eenvoudigheid, die in Christus is.

  13. 2 Korinthe 11:4ca. 60 n.Chr.

    Want indien degene, die komt, een anderen Jezus predikte, dien wij niet gepredikt hebben, of indien gij een anderen geest ontvingt, dien gij niet hebt ontvangen, of een ander Evangelie, dat gij niet hebt aangenomen, zo verdroegt gij hem met recht.

  14. 2 Korinthe 11:5ca. 60 n.Chr.

    Want ik acht, dat ik nergens minder in ben geweest dan de uitnemendste apostelen.

  15. 2 Korinthe 11:6ca. 60 n.Chr.

    En indien ik ook slecht ben in woorden, nochtans ben ik het niet in wetenschap; maar alleszins zijn wij in alle dingen onder u openbaar geworden.

  16. 2 Korinthe 11:7ca. 60 n.Chr.

    Heb ik zonde gedaan, als ik mijzelven vernederd heb, opdat gij zoudt verhoogd worden, overmits ik u het Evangelie Gods om niet verkondigd heb?

  17. 2 Korinthe 11:8ca. 60 n.Chr.

    Ik heb andere Gemeenten beroofd, bezoldiging van haar nemende, om u te bedienen; en als ik bij u tegenwoordig was en gebrek had, ben ik niemand lastig gevallen.

  18. 2 Korinthe 11:9ca. 60 n.Chr.

    Want mijn gebrek hebben de broeders vervuld, die van Macedonie kwamen; en ik heb mijzelven in alles gehouden zonder u te bezwaren, en zal mij nog alzo houden.

  19. 2 Korinthe 11:10ca. 60 n.Chr.

    De waarheid van Christus is in mij, dat deze roem in de gewesten van Achaje aan mij niet zal verhinderd worden.

  20. 2 Korinthe 11:11ca. 60 n.Chr.

    Waarom? Is het, omdat ik u niet liefheb? God weet het!

  21. 2 Korinthe 11:12ca. 60 n.Chr.

    Maar wat ik doe, dat zal ik nog doen, om de oorzaak af te snijden dengenen, die oorzaak hebben willen, opdat zij in hetgeen zij roemen, bevonden mochten worden gelijk als wij.

  22. 2 Korinthe 11:13ca. 60 n.Chr.

    Want zulke valse apostelen zijn bedriegelijke arbeiders, zich veranderende in apostelen van Christus.

  23. 2 Korinthe 11:14ca. 60 n.Chr.

    En het is geen wonder; want de satan zelf verandert zich in een engel des lichts.

  24. 2 Korinthe 11:15ca. 60 n.Chr.

    Zo is het dan niets groots, indien ook zijn dienaars zich veranderen, als waren zij dienaars der gerechtigheid; van welke het einde zal zijn naar hun werken.

  25. 2 Korinthe 11:16ca. 60 n.Chr.

    Ik zeg wederom, dat niemand mene, dat ik onwijs ben; doch zo niet, neemt mij dan aan als een onwijze, opdat ik ook een weinig moge roemen.