Skip to content

Bijbelverzen over Murmuring

170 verzen · 31 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Die blijde zijn tot opspringens toe, en zich verheugen, als zij het graf vinden;

  2. Aan den man, wiens weg verborgen is, en dien God overdekt heeft?

  3. Want voor mijn brood komt mijn zuchting; en mijn brullingen worden uitgestort als water.

  4. Want ik vreesde een vreze, en zij is mij aangekomen; en wat ik schroomde, is mij overkomen.

  5. Ik was niet gerust; en was niet stil, en rustte niet; en de beroering is gekomen.

  6. Zijn de vertroostingen Gods u te klein, en schuilt er enige zaak bij u?

  7. Waarom rukt uw hart u weg, en waarom wenken uw ogen?

  8. Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.

  9. Zie, hierin zijt gij niet rechtvaardig, antwoord ik u; want God is meerder dan een mens.

  10. Waarom hebt gij tegen Hem getwist? Want Hij antwoordt niet van al Zijn daden.

  11. Want tot zijn zonde zou hij nog overtreding bijvoegen; hij zou onder ons in de handen klappen, en hij zou zijn redenen vermenigvuldigen tegen God.

  12. Een psalm van David. Aleph. Ontsteek u niet over de boosdoeners; benijd hen niet, die onrecht doen.

  13. In God roemen wij den gansen dag, en Uw Naam zullen wij loven in eeuwigheid. Sela.

  14. Maar nu hebt Gij ons verstoten en te schande gemaakt, dewijl Gij met onze krijgsheiren niet uittrekt.

  15. Gij doet ons achterwaarts keren van den wederpartijder; en onze haters beroven ons voor zich.

  16. Gij geeft ons over als schapen ter spijze, en Gij verstrooit ons onder de heidenen.

  17. Gij verkoopt Uw volk om geen waardij; en Gij verhoogt hun prijs niet.

  18. Gij stelt ons onze naburen tot smaad, tot spot en schimp dengenen, die rondom ons zijn.

  19. Gij stelt ons tot een spreekwoord onder de heidenen, tot een hoofdschudding onder de volken.

  20. Mijn schande is den gansen dag voor mij, en de schaamte mijns aangezichts bedekt mij;

  21. Om de stem des honers en des lasteraars, vanwege den vijand en den wraakgierige.

  22. Dit alles is ons overkomen, nochtans hebben wij U niet vergeten, noch valselijk gehandeld tegen Uw verbond.

  23. Ons hart is niet achterwaarts gekeerd, noch onze gang geweken van Uw pad.

  24. Hoewel Gij ons verpletterd hebt in een plaats der draken, en ons met een doodsschaduw bedekt hebt.

  25. Zo wij den Naam onzes Gods hadden vergeten, en onze handen tot een vreemden God uitgebreid.