- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
circa AD 48–96
Letters to the Churches
Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.
Verzen uit dit tijdvak
- Hebreeën 13:15ca. 64 n.Chr.
Laat ons dan door Hem altijd Gode opofferen een offerande des lofs, dat is, de vrucht der lippen, die Zijn Naam belijden.
- Hebreeën 13:16ca. 64 n.Chr.
En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet; want aan zodanige offeranden heeft God een welbehagen.
- Hebreeën 13:17ca. 64 n.Chr.
Zijt uw voorgangeren gehoorzaam, en zijt hun onderdanig; want zij waken voor uw zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende; want dat is u niet nuttig.
- Hebreeën 13:18ca. 64 n.Chr.
Bidt voor ons; want wij vertrouwen, dat wij een goed geweten hebben, als die in alles willen eerlijk wandelen.
- Hebreeën 13:19ca. 64 n.Chr.
En ik bid u te meer, dat gij dit doet, opdat ik te eerder ulieden moge wedergegeven worden.
- Hebreeën 13:20ca. 64 n.Chr.
De God nu des vredes, Die den grote Herder der schapen, door het bloed des eeuwigen testaments, uit de doden heeft wedergebracht, namelijk onze Heere Jezus Christus,
- Hebreeën 13:21ca. 64 n.Chr.
Die volmake u in alle goed werk, opdat gij Zijn wil moogt doen; werkende in u, hetgeen voor Hem welbehagelijk is, door Jezus Christus; Denwelken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
- Hebreeën 13:22ca. 64 n.Chr.
Doch ik bid u, broeders, verdraagt het woord dezer vermaning; want ik heb u in het kort geschreven.
- Hebreeën 13:23ca. 64 n.Chr.
Weet, dat de broeder Timotheus losgelaten is, met welken (zo hij haast komt) ik u zal zien.
- Hebreeën 13:24ca. 64 n.Chr.
Groet al uw voorgangeren, en al de heiligen. U groeten die van Italie zijn.
- Hebreeën 13:25ca. 64 n.Chr.
De genade zij met u allen. Amen.
- Jakobus 1:1ca. 60 n.Chr.
Jakobus, een dienstknecht van God en van den Heere Jezus Christus; aan de twaalf stammen, die in de verstrooiing zijn: zaligheid.
- Jakobus 1:2ca. 60 n.Chr.
Acht het voor grote vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt;
- Jakobus 1:3ca. 60 n.Chr.
Wetende, dat de beproeving uws geloofs lijdzaamheid werkt.
- Jakobus 1:4ca. 60 n.Chr.
Doch de lijdzaamheid hebbe een volmaakt werk, opdat gij moogt volmaakt zijn en geheel oprecht, in geen ding gebrekkelijk.
- Jakobus 1:5ca. 60 n.Chr.
En indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, Die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden.
- Jakobus 1:6ca. 60 n.Chr.
Maar dat hij ze begere in geloof, niet twijfelende; want die twijfelt, is een baar der zee gelijk, die van den wind gedreven en op en nedergeworpen wordt.
- Jakobus 1:7ca. 60 n.Chr.
Want die mens mene niet, dat hij iets ontvangen zal van den Heere.
- Jakobus 1:8ca. 60 n.Chr.
Een dubbelhartig man is ongestadig in al zijn wegen.
- Jakobus 1:9ca. 60 n.Chr.
Maar de broeder, die nederig is, roeme in zijn hoogheid.
- Jakobus 1:10ca. 60 n.Chr.
En de rijke in zijn vernedering; want hij zal als een bloem van het gras voorbijgaan.
- Jakobus 1:11ca. 60 n.Chr.
Want de zon is opgegaan met de hitte, en heeft het gras dor gemaakt, en zijn bloem is afgevallen, en de schone gedaante haars aanschijns is vergaan; alzo zal ook de rijke in zijn wegen verwelken.
- Jakobus 1:12ca. 60 n.Chr.
Zalig is de man, die verzoeking verdraagt; want als hij beproefd zal geweest zijn, zal hij de kroon des levens ontvangen, welke de Heere beloofd heeft dengenen, die Hem liefhebben.
- Jakobus 1:13ca. 60 n.Chr.
Niemand, als hij verzocht wordt, zegge: Ik word van God verzocht; want God kan niet verzocht worden met het kwade, en Hij Zelf verzoekt niemand.
- Jakobus 1:14ca. 60 n.Chr.
Maar een iegelijk wordt verzocht, als hij van zijn eigen begeerlijkheid afgetrokken en verlokt wordt.