Skip to content

Bijbelverzen over Reproof

165 verzen · 70 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth, op de Scheminith.

  2. Haar uitgang is van het einde des hemels, en haar omloop tot aan de einden deszelven; en niets is verborgen voor haar hitte.

  3. De wet des HEEREN is volmaakt, bekerende de ziel; de getuigenis des HEEREN is gewis, den slechten wijsheid gevende.

  4. De bevelen des HEEREN zijn recht, verblijdende het hart; het gebod des HEEREN is zuiver, verlichtende de ogen.

  5. De vreze des HEEREN is rein, bestaande tot in eeuwigheid, de rechten des HEEREN zijn waarheid, samen zijn zij rechtvaardig.

  6. Zij zijn begeerlijker dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig en honigzeem.

  7. Neem Uw plage van op mij weg, ik ben bezweken van de bestrijding Uwer hand.

  8. Deze dingen doet gij, en Ik zwijg; gij meent, dat Ik te enenmale ben, gelijk gij; Ik zal u straffen, en zal het ordentelijk voor uw ogen stellen.

  9. Welgelukzalig is de man, o HEERE! dien Gij tuchtigt, en dien Gij leert uit Uw wet,

  10. Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik Uw woord.

  11. Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik Uw inzettingen leerde.

  12. Ik weet, HEERE! dat Uw gerichten de gerechtigheid zijn, en dat Gij mij uit getrouwheid verdrukt hebt.

  13. De rechtvaardige sla mij, het zal weldadigheid zijn; en hij bestraffe mij, het zal olie des hoofds zijn, het zal mijn hoofd niet breken; want nog zal ook mijn gebed voor hen zijn in hun tegenspoeden.

  14. Zij hebben in Mijn raad niet bewilligd; al Mijn bestraffingen hebben zij versmaad;

  15. En zegt: Hoe heb ik de tucht gehaat, en mijn hart de bestraffing versmaad!

  16. Want het gebod is een lamp, en de wet is een licht, en de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens;

  17. Wie den spotter tuchtigt, behaalt zich schande; en die den goddeloze bestraft, zijn schandvlek.

  18. Bestraf den spotter niet, opdat hij u niet hate; bestraf den wijze, en hij zal u liefhebben.

  19. Het pad tot het leven is desgenen die de tucht bewaart; maar die de bestraffing verlaat, doet dwalen.

  20. Wie de tucht liefheeft, die heeft de wetenschap lief; maar wie de bestraffing haat, is onvernuftig.

  21. Armoede en schande is desgenen, die de tucht verwerpt; maar die de bestraffing waarneemt; zal geeerd worden.

  22. Een dwaas zal de tucht zijns vaders versmaden; maar die de bestraffing waarneemt, zal kloekzinniglijk handelen.

  23. De tucht is onaangenaam voor dengene die het pad verlaat; en die de bestraffing haat, zal sterven.

  24. De spotter zal niet liefhebben, die hem bestraft; hij zal niet gaan tot de wijzen.

  25. Het oor, dat de bestraffing des levens hoort, zal in het midden der wijzen vernachten.