Skip to content

Bijbelverzen over Reproof: General references

41 verzen · 70 aspecten

Verzen over General references

Filter op boek
  1. Gij zult uw broeder in uw hart niet haten; gij zult uw naaste naarstiglijk berispen, en zult de zonde in hem niet verdragen.

  2. De rechtvaardige sla mij, het zal weldadigheid zijn; en hij bestraffe mij, het zal olie des hoofds zijn, het zal mijn hoofd niet breken; want nog zal ook mijn gebed voor hen zijn in hun tegenspoeden.

  3. Wie den spotter tuchtigt, behaalt zich schande; en die den goddeloze bestraft, zijn schandvlek.

  4. Bestraf den spotter niet, opdat hij u niet hate; bestraf den wijze, en hij zal u liefhebben.

  5. Het pad tot het leven is desgenen die de tucht bewaart; maar die de bestraffing verlaat, doet dwalen.

  6. Wie de tucht liefheeft, die heeft de wetenschap lief; maar wie de bestraffing haat, is onvernuftig.

  7. Armoede en schande is desgenen, die de tucht verwerpt; maar die de bestraffing waarneemt; zal geeerd worden.

  8. Een dwaas zal de tucht zijns vaders versmaden; maar die de bestraffing waarneemt, zal kloekzinniglijk handelen.

  9. De tucht is onaangenaam voor dengene die het pad verlaat; en die de bestraffing haat, zal sterven.

  10. De spotter zal niet liefhebben, die hem bestraft; hij zal niet gaan tot de wijzen.

  11. Het oor, dat de bestraffing des levens hoort, zal in het midden der wijzen vernachten.

  12. Die de tucht verwerpt, die versmaadt zijn ziel; maar die de bestraffing hoort, krijgt verstand.

  13. De bestraffing gaat dieper in den verstandige, dan den zot honderd maal te slaan.

  14. Sla de spotter, zo zal de slechte kloekzinnig worden; en bestraf den verstandige, hij zal wetenschap begrijpen.

  15. Als men den spotter straft, wordt de slechte wijs; en als men den wijze onderricht, neemt hij wetenschap aan.

  16. Een wijs bestraffer bij een horend oor, is een gouden oorsiersel, en een halssieraad van het fijnste goud.

  17. Antwoord den zot naar zijn dwaasheid, opdat hij in zijn ogen niet wijs zij.

  18. Openbare bestraffing is beter dan verborgene liefde.

  19. De wonden des liefhebbers zijn getrouw; maar de kussingen des haters zijn af te bidden.

  20. Die een mens bestraft, zal achterna gunst vinden, meer dan die met de tong vleit.

  21. Het is beter te horen het bestraffen des wijzen, dan dat iemand hore het gezang der dwazen.

  22. Zij haten in de poort dengene, die bestraft, en hebben een gruwel van dien, die oprechtelijk spreekt.

  23. Maar indien uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga heen en bestraf hem tussen u en hem alleen; indien hij u hoort, zo hebt gij uw broeder gewonnen.

  24. Maar indien hij u niet hoort, zo neem nog een of twee met u; opdat in de mond van twee of drie getuigen alle woord besta.

  25. En indien hij denzelven geen gehoor geeft; zo zeg het der gemeente; en indien hij ook der gemeente geen gehoor geeft, zo zij hij u als de heiden en de tollenaar.