Skip to content

Bijbelverzen over Parables

452 verzen · 74 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.

  2. En hij werd hongerig, en begeerde te eten. En terwijl zij het bereidden, viel over hem een vertrekking van zinnen.

  3. En hij zag den hemel geopend, en een zeker vat tot hem nederdalen, gelijk een groot linnen laken, aan de vier hoeken gebonden, en nedergelaten op de aarde;

  4. In hetwelk waren al de viervoetige dieren der aarde, en de wilde, en de kruipende dieren, en de vogelen des hemels.

  5. En er geschiedde een stem tot hem: Sta op, Petrus! slacht en eet.

  6. Maar Petrus zeide: Geenszins, Heere! want ik heb nooit gegeten iets, dat gemeen of onrein was.

  7. En een stem geschiedde wederom ten tweeden male tot hem: Hetgeen God gereinigd heeft, zult gij niet gemeen maken.

  8. En dit geschiedde tot drie maal; en het vat werd wederom opgenomen in den hemel.

  9. Want er is geschreven, dat Abraham twee zonen had, een uit de dienstmaagd, en een uit de vrije.

  10. Maar gene, die uit de dienstmaagd was, is naar het vlees geboren geweest; doch deze, die uit de vrije was, door de beloftenis;

  11. Hetwelk dingen zijn, die andere beduiding hebben; want deze zijn de twee verbonden; het ene van den berg Sinai, tot dienstbaarheid barende, hetwelk is Agar;

  12. Want dit, namelijk Agar, is Sinai, een berg in Arabie, en komt overeen met Jeruzalem, dat nu is, en dienstbaar is met haar kinderen.

  13. Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder.

  14. Want er is geschreven: Wees vrolijk, gij onvruchtbare, die niet baart, breek uit en roep, gij, die geen barensnood hebt, want de kinderen der eenzame zijn veel meer, dan dergene, die den man heeft.

  15. Maar wij, broeders, zijn kinderen der belofte, als Izak was.

  16. Doch gelijkerwijs toen, die naar het vlees geboren was, vervolgde dengene, die naar den Geest geboren was, alzo ook nu.

  17. Maar wat zegt de Schrift? Werp de dienstmaagd uit en haar zoon; want de zoon der dienstmaagd zal geenszins erven met den zoon der vrije.

  18. Zo dan, broeders, wij zijn niet kinderen der dienstmaagd, maar der vrije.

  19. Gij dan, lijd verdrukkingen, als een goed krijgsknecht van Jezus Christus.

  20. Niemand, die in de krijg dient, wordt ingewikkeld in de handelingen des leeftochts, opdat hij dien moge behagen, die hem tot den krijg aangenomen heeft.

  21. En indien ook iemand strijdt, die wordt niet gekroond, zo hij niet wettelijk heeft gestreden.

  22. De landman, als hij arbeidt, moet alzo eerst de vruchten genieten.

  23. Doch in een groot huis zijn niet alleen gouden en zilveren vaten, maar ook houten en aarden vaten; en sommige ter ere, maar sommige ter onere.

  24. Indien dan iemand zichzelven van deze reinigt, die zal een vat zijn ter ere, geheiligd en bekwaam tot gebruik des Heeren, tot alle goed werk toebereid.

  25. Want zo iemand een hoorder is des Woords, en niet een dader, die is een man gelijk, welke zijn aangeboren aangezicht bemerkt in een spiegel;