Skip to content

Bijbelverzen over God

662 verzen · 46 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Dien, Die de grote lichten heeft gemaakt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  2. De zon tot heerschappij op den dag; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  3. De maan en sterren tot heerschappij in den nacht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  4. Een psalm van David, voor den opperzangmeester. HEERE! Gij doorgrondt en kent mij.

  5. Gij weet mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat van verre mijn gedachten.

  6. Gij omringt mijn gaan en mijn liggen; en Gij zijt al mijn wegen gewend.

  7. Als er nog geen woord op mijn tong is, zie, HEERE! Gij weet het alles.

  8. Gij bezet mij van achteren en van voren, en Gij zet Uw hand op mij.

  9. De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog, ik kan er niet bij.

  10. Welgelukzalig is hij, die den God Jakobs tot zijn Hulp heeft, wiens verwachting op den HEERE, zijn God is;

  11. Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, de zee en al wat in dezelve is; Die trouwe houdt in der eeuwigheid.

  12. Hij zendt Zijn bevel op aarde; Zijn woord loopt zeer snel.

  13. Hij geeft sneeuw als wol; Hij strooit den rijm als as.

  14. Hij werpt Zijn ijs heen als stukken; wie zou bestaan voor Zijn koude?

  15. Hij zendt Zijn woord, en doet ze smelten; Hij doet Zijn wind waaien, de wateren vloeien henen.

  16. Looft Hem, zon en maan! Looft Hem, alle gij lichtende sterren!

  17. Looft Hem, gij hemelen der hemelen! en gij wateren, die boven de hemelen zijt!

  18. Dat zij den Naam des HEEREN loven; want als Hij het beval, zo werden zij geschapen.

  19. En Hij heeft ze bevestigd voor altoos in eeuwigheid; Hij heeft hun een orde gegeven, die geen van hen zal overtreden.

  20. Dewijl Ik geroepen heb, en gijlieden geweigerd hebt; Mijn hand uitgestrekt heb, en er niemand was, die opmerkte;

  21. En gij al Mijn raad verworpen, en Mijn bestraffing niet gewild hebt;

  22. Zo zal Ik ook in ulieder verderf lachen; Ik zal spotten, wanneer uw vreze komt.

  23. Wanneer uw vreze komt gelijk een verwoesting, en uw verderf aankomt als een wervelwind; wanneer u benauwdheid en angst overkomt;

  24. Hij had de aarde nog niet gemaakt, noch de velden, noch de aanvang van de stofjes der wereld.

  25. Toen Hij de hemelen bereidde, was Ik daar; toen Hij een cirkel over het vlakke des afgronds beschreef;