Naar de inhoud

Bijbelverzen over Church (2)

158 verzen · 7 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Maar Gij, HEERE! blijft in eeuwigheid, en Uw gedachtenis van geslacht tot geslacht.

  2. Gij zult opstaan, Gij zult U ontfermen over Sion, want de tijd om haar genadig te zijn, want de bestemde tijd is gekomen.

  3. Dat zal geschreven worden voor het navolgende geslacht; en het volk, dat geschapen zal worden, zal den HEERE loven;

  4. Omdat Hij uit de hoogte Zijns heiligdoms zal hebben nederwaarts gezien; dat de HEERE uit den hemel op de aarde geschouwd zal hebben;

  5. Om het zuchten der gevangenen te horen, om los te maken de kinderen des doods;

  6. Een lied Hammaaloth. Als de HEERE de gevangenen Sions wederbracht, waren wij gelijk degenen, die dromen.

  7. Toen werd onze mond vervuld met lachen, en onze tong met gejuich; toen zeide men onder de heidenen: De HEERE heeft grote dingen aan dezen gedaan.

  8. De HEERE zal u zegenen uit Sion, en gij zult het goede van Jeruzalem aanschouwen al de dagen uws levens;

  9. En gij zult uw kindskinderen zien. Vrede over Israel!

  10. Want de HEERE heeft Sion verkoren, Hij heeft het begeerd tot Zijn woonplaats, zeggende:

  11. Dit is Mijn rust tot in eeuwigheid, hier zal Ik wonen, want Ik heb ze begeerd.

  12. Ik zal haar kost rijkelijk zegenen, haar nooddruftigen zal Ik met brood verzadigen.

  13. En haar priesters zal Ik met heil bekleden, en haar gunstgenoten zullen zeer juichen.

  14. Een lied Hammaaloth, van David. Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders ook samenwonen.

  15. Het is, gelijk de kostelijke olie op het hoofd, nederdalende op den baard, den baard van Aaron, die nederdaalt tot op den zoom zijner klederen.

  16. Het is gelijk de dauw van Hermon, en die nederdaalt op de bergen van Sion, want de HEERE gebiedt aldaar den zegen en het leven tot in der eeuwigheid.

  17. Een lied Hammaaloth. Ziet, looft den HEERE, alle gij knechten des HEEREN! gij, die allen nacht in het huis des HEEREN staat.

  18. Heft uw handen op naar het heiligdom, en looft den HEERE.

  19. De HEERE zegene u uit Sion, Hij, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft.

  20. Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij, ook weenden wij, als wij gedachten aan Sion.

  21. Wij hebben onze harpen gehangen aan de wilgen, die daarin zijn.

  22. Als zij, die ons aldaar gevangen hielden, de woorden eens lieds van ons begeerden, en zij, die ons overhoop geworpen hadden, vreugd, zeggende: Zingt ons een van de liederen Sions;

  23. Wij zeiden: Hoe zouden wij een lied des HEEREN zingen in een vreemd land?

  24. Indien ik u vergeet, o Jeruzalem! zo vergete mijn rechterhand zichzelve!

  25. Mijn tong kleve aan mijn gehemelte, zo ik aan u niet gedenke, zo ik Jeruzalem niet verheffe boven het hoogste mijner blijdschap!