Skip to content

Bijbelverzen over Bigotry

52 verzen · 2 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Vernieling en ellendigheid is in hun wegen;

  2. En den weg des vredes hebben zij niet gekend.

  3. Er is geen vreze Gods voor hun ogen.

  4. Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen, die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij.

  5. Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.

  6. Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet en de profeten:

  7. Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid.

  8. Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;

  9. Wat zullen wij dan zeggen, dat Abraham, onze vader, verkregen heeft naar het vlees?

  10. Want indien Abraham uit de werken gerechtvaardigd is, zo heeft hij roem, maar niet bij God.

  11. Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God, en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid.

  12. Nu dengene, die werkt, wordt het loon niet toegerekend naar genade, maar naar schuld.

  13. Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.

  14. Gelijk ook David den mens zalig spreekt, welken God de rechtvaardigheid toerekent zonder werken;

  15. Zeggende: Zalig zijn zij, welker ongerechtigheden vergeven zijn, en welker zonden bedekt zijn;

  16. Zalig is de man, welken de Heere de zonden niet toerekent.

  17. Deze zaligspreking dan, is die alleen over de besnijdenis, of ook over de voorhuid? Want wij zeggen, dat Abraham het geloof gerekend is tot rechtvaardigheid.

  18. Hoe is het hem dan toegerekend? Als hij in de besnijdenis was, of in de voorhuid? Niet in de besnijdenis, maar in de voorhuid.

  19. En hij heeft het teken der besnijdenis ontvangen tot een zegel der rechtvaardigheid des geloofs, die hem in de voorhuid was toegerekend; opdat hij zou zijn een vader van allen, die geloven in de voorhuid zijnde, ten einde ook hun de rechtvaardigheid toegerekend worde;

  20. En een vader der besnijdenis, dengenen namelijk, die niet alleen uit de besnijdenis zijn, maar die ook wandelen in de voetstappen des geloofs van onzen vader Abraham, hetwelk in de voorhuid was.

  21. Want de belofte is niet door de wet aan Abraham of zijn zaad geschied, namelijk, dat hij een erfgenaam der wereld zou zijn, maar door de rechtvaardigheid des geloofs.

  22. Want indien degenen, die uit de wet zijn, erfgenamen zijn, zo is het geloof ijdel geworden, en de beloftenis te niet gedaan.

  23. Want de wet werkt toorn; want waar geen wet is, daar is ook geen overtreding.

  24. Daarom is zij uit het geloof, opdat zij naar genade zij; ten einde de belofte vast zij al den zade, niet alleen dat uit de wet is, maar ook dat uit het geloof Abrahams is, welke een vader is van ons allen;

  25. Nu is het niet alleen om zijnentwil geschreven, dat het hem toegerekend is;