Skip to content

Bijbelverzen over Bigotry

52 verzen · 2 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. En Johannes antwoordde en zeide: Meester! wij hebben een gezien, die in Uw Naam de duivelen uitwierp, en wij hebben het hem verboden, omdat hij U met ons niet volgt.

  2. En Jezus zeide tot hem: Verbied het niet; want wie tegen ons niet is, die is voor ons.

  3. En Hij zeide ook tot sommigen, die bij zichzelven vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren, en de anderen niets achtten, deze gelijkenis:

  4. Twee mensen gingen op in den tempel om te bidden, de een was een Farizeer, en de ander een tollenaar.

  5. De Farizeer, staande, bad dit bij zichzelven: O God! ik dank U, dat ik niet ben gelijk de anderen mensen, rovers, onrechtvaardigen, overspelers; of ook gelijk deze tollenaar.

  6. Ik vast tweemaal per week; ik geef tienden van alles, wat ik bezit.

  7. En de tollenaar, van verre staande, wilde ook zelfs de ogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God! wees mij zondaar genadig!

  8. Ik zeg ulieden: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis, meer dan die; want een ieder, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden, en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden.

  9. Maar als Gallio stadhouder van Achaje was, stonden de Joden eendrachtelijk tegen Paulus op, en brachten hem voor den rechterstoel.

  10. Zeggende: Deze raadt den mensen aan, dat zij God zouden dienen tegen de wet.

  11. Welk is dan het voordeel van den Jood? Of welk is de nuttigheid der besnijdenis?

  12. Vele in alle manier; want dit is wel het eerste, dat hun de Woorden Gods zijn toebetrouwd.

  13. Want wat is het, al zijn sommigen ongelovig geweest? Zal hun ongelovigheid het geloof van God te niet doen?

  14. Dat zij verre. Doch God zij waarachtig, maar alle mens leugenachtig; gelijk als geschreven is: Opdat Gij gerechtvaardigd wordt in Uw woorden, en overwint, wanneer Gij oordeelt.

  15. Indien nu onze ongerechtigheid Gods gerechtigheid bevestigt, wat zullen wij zeggen? Is God onrechtvaardig, als Hij toorn over ons brengt? (Ik spreek naar den mens.)

  16. Dat zij verre, anderszins hoe zal God de wereld oordelen?

  17. Want indien de waarheid Gods door mijn leugen overvloediger is geworden, tot Zijn heerlijkheid, wat word ik ook nog als een zondaar geoordeeld?

  18. En zeggen wij niet liever (gelijk wij gelasterd worden, en gelijk sommigen zeggen, dat wij zeggen): Laat ons het kwade doen, opdat het goede daaruit kome? Welker verdoemenis rechtvaardig is.

  19. Wat dan? Zijn wij uitnemender? Ganselijk niet; want wij hebben te voren beschuldigd beiden Joden en Grieken, dat zij allen onder de zonde zijn;

  20. Gelijk geschreven is: Er is niemand rechtvaardig, ook niet een;

  21. Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt.

  22. Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe.

  23. Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvenijn is onder hun lippen.

  24. Welker mond vol is van vervloeking en bitterheid;

  25. Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten;