Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Mattheüs 21:19ca. 33 n.Chr.

    En ziende, een vijgeboom aan den weg, ging Hij naar hem toe, en vond niets aan denzelven, dan alleenlijk bladeren; en zeide tot hem: Uit u worde geen vrucht meer in der eeuwigheid! En de vijgeboom verdorde terstond.

  2. Mattheüs 21:20ca. 33 n.Chr.

    En de discipelen, dat ziende, verwonderden zich, zeggende: Hoe is de vijgeboom zo terstond verdord?

  3. Mattheüs 21:21ca. 33 n.Chr.

    Doch Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij geloof hadt, en niet twijfeldet, gij zoudt niet alleenlijk doen, hetgeen den vijgeboom is geschied; maar indien gij ook tot deze berg zeidet: Word opgeheven en in de zee geworpen! het zou geschieden.

  4. Mattheüs 21:22ca. 33 n.Chr.

    En al wat gij zult begeren in het gebed, gelovende, zult gij ontvangen.

  5. Mattheüs 21:23ca. 33 n.Chr.

    En als Hij in den tempel gekomen was, kwamen tot Hem, terwijl Hij leerde, de overpriesters en de ouderlingen des volks, zeggende: Door wat macht doet Gij deze dingen? En Wie heeft U deze macht gegeven?

  6. Mattheüs 21:24ca. 33 n.Chr.

    En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen, hetwelk indien gij Mij zult zeggen, zo zal Ik u ook zeggen, door wat macht Ik deze dingen doe.

  7. Mattheüs 21:25ca. 33 n.Chr.

    De doop van Johannes, van waar was die, uit de hemel, of uit de mensen? En zij overlegden bij zichzelven en zeiden: Indien wij zeggen: Uit de hemel; zo zal Hij ons zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd?

  8. Mattheüs 21:26ca. 33 n.Chr.

    En indien wij zeggen: Uit de mensen: zo vrezen wij de schare; want zij houden allen Johannes voor een profeet.

  9. Mattheüs 21:27ca. 33 n.Chr.

    En zij, Jezus antwoordende, zeiden: Wij weten het niet. En Hij zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik dit doe.

  10. Mattheüs 21:28ca. 33 n.Chr.

    Maar wat dunkt u? Een mens had twee zonen, en gaande tot den eersten, zeide: Zoon! ga heen, werk heden in mijn wijngaard.

  11. Mattheüs 21:29ca. 33 n.Chr.

    Doch hij antwoordde en zeide: Ik wil niet; en daarna berouw hebbende, ging hij heen.

  12. Mattheüs 21:30ca. 33 n.Chr.

    En gaande tot den tweeden, zeide desgelijks, en deze antwoordde en zeide: Ik ga, heer! en hij ging niet.

  13. Mattheüs 21:31ca. 33 n.Chr.

    Wie van deze twee heeft den wil des vaders gedaan? Zij zeiden tot Hem: De eerste. Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods.

  14. Mattheüs 21:32ca. 33 n.Chr.

    Want Johannes is tot u gekomen in den weg der gerechtigheid, en gij hebt hem niet geloofd; maar de tollenaars en de hoeren hebben hem geloofd; doch gij, zulks ziende, hebt daarna geen berouw gehad, om hem te geloven.

  15. Mattheüs 21:33ca. 33 n.Chr.

    Hoort een andere gelijkenis. Er was een heer des huizes, die een wijngaard plantte, en zette een tuin daarom, en groef een wijnpersbak daarin, en bouwde een toren, en verhuurde dien den landlieden, en reisde buiten 's lands.

  16. Mattheüs 21:34ca. 33 n.Chr.

    Toen nu de tijd der vruchten genaakte, zond hij zijn dienstknechten tot de landlieden, om zijn vruchten te ontvangen.

  17. Mattheüs 21:35ca. 33 n.Chr.

    En de landlieden, nemende zijn dienstknechten, hebben den een geslagen, en den anderen gedood, en den derden gestenigd.

  18. Mattheüs 21:36ca. 33 n.Chr.

    Wederom zond hij andere dienstknechten, meer in getal dan de eersten, en zij deden hun desgelijks.

  19. Mattheüs 21:37ca. 33 n.Chr.

    En ten laatste zond hij tot hen zijn zoon, zeggende: Zij zullen mijn zoon ontzien.

  20. Mattheüs 21:38ca. 33 n.Chr.

    Maar de landlieden, den zoon ziende, zeiden onder elkander: Deze is de erfgenaam, komt, laat ons hem doden, en zijn erfenis aan ons behouden.

  21. Mattheüs 21:39ca. 33 n.Chr.

    En hem nemende, wierpen zij hem uit, buiten de wijngaard, en doodden hem.

  22. Mattheüs 21:40ca. 33 n.Chr.

    Wanneer dan de heer des wijngaards komen zal, wat zal hij dien landlieden doen?

  23. Mattheüs 21:41ca. 33 n.Chr.

    Zij zeiden tot hem: Hij zal den kwaden een kwaden dood aandoen, en zal den wijngaard aan andere landlieden verhuren, die hem de vruchten op haar tijden zullen geven.

  24. Mattheüs 21:42ca. 33 n.Chr.

    Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, die de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks; van de Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?

  25. Mattheüs 21:43ca. 33 n.Chr.

    Daarom zeg Ik ulieden, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden, en een volk gegeven, dat zijn vruchten voortbrengt.