Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Mattheüs 21:44ca. 33 n.Chr.

    En wie op deze steen valt, die zal verpletterd worden; en op wien hij valt, dien zal hij vermorzelen.

  2. Mattheüs 21:45ca. 33 n.Chr.

    En als de overpriesters en Farizeen deze Zijn gelijkenissen hoorden, verstonden zij, dat Hij van hen sprak.

  3. Mattheüs 21:46ca. 33 n.Chr.

    En zoekende Hem te vangen, vreesden zij de scharen, dewijl deze Hem hielden voor een profeet.

  4. Mattheüs 22:1ca. 33 n.Chr.

    En Jezus, antwoordende, sprak tot hen wederom door gelijkenissen, zeggende:

  5. Mattheüs 22:2ca. 33 n.Chr.

    Het Koninkrijk der hemelen is gelijk een zeker koning, die zijn zoon een bruiloft bereid had;

  6. Mattheüs 22:3ca. 33 n.Chr.

    En zond zijn dienstknechten uit, om de genoden ter bruiloft te roepen; en zij wilden niet komen.

  7. Mattheüs 22:4ca. 33 n.Chr.

    Wederom zond hij andere dienstknechten uit, zeggende: Zegt den genoden: Ziet, ik heb mijn middagmaal bereid; mijn ossen, en de gemeste beesten zijn geslacht, en alle dingen zijn gereed; komt tot de bruiloft.

  8. Mattheüs 22:5ca. 33 n.Chr.

    Maar zij, zulks niet achtende, zijn heengegaan, deze tot zijn akker, gene tot zijn koopmanschap.

  9. Mattheüs 22:6ca. 33 n.Chr.

    En de anderen grepen zijn dienstknechten, deden hun smaadheid aan, en doodden hen.

  10. Mattheüs 22:7ca. 33 n.Chr.

    Als nu de koning dat hoorde, werd hij toornig, en zijn krijgsheiren zendende, heeft die doodslagers vernield, en hun stad in brand gestoken.

  11. Mattheüs 22:8ca. 33 n.Chr.

    Toen zeide hij tot zijn dienstknechten: De bruiloft is wel bereid, doch de genoden waren het niet waardig.

  12. Mattheüs 22:9ca. 33 n.Chr.

    Daarom gaat op de uitgangen der wegen, en zovelen als gij er zult vinden, roept ze tot de bruiloft.

  13. Mattheüs 22:10ca. 33 n.Chr.

    En dezelve dienstknechten, uitgaande op de wegen, vergaderden allen, die zij vonden, beiden kwaden en goeden; en de bruiloft werd vervuld met aanzittende gasten.

  14. Mattheüs 22:11ca. 33 n.Chr.

    En als de koning ingegaan was, om de aanzittende gasten te overzien, zag hij aldaar een mens, niet gekleed zijnde met een bruiloftskleed;

  15. Mattheüs 22:12ca. 33 n.Chr.

    En zeide tot hem: Vriend! hoe zijt gij hier ingekomen, geen bruiloftskleed aan hebbende? En hij verstomde.

  16. Mattheüs 22:13ca. 33 n.Chr.

    Toen zeide de koning tot de dienaars: Bindt zijn handen en voeten, neemt hem weg, en werpt hem uit in de buitenste duisternis; daar zal zijn wening en knersing der tanden.

  17. Mattheüs 22:14ca. 33 n.Chr.

    Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

  18. Mattheüs 22:15ca. 33 n.Chr.

    Toen gingen de Farizeen heen, en hielden te zamen raad, hoe zij Hem verstrikken zouden in Zijn rede.

  19. Mattheüs 22:16ca. 33 n.Chr.

    En zij zonden uit tot Hem hun discipelen, met de Herodianen, zeggende: Meester! wij weten, dat Gij waarachtig zijt, en de weg Gods in der waarheid leert, en naar niemand vraagt; want Gij ziet den persoon der mensen niet aan;

  20. Mattheüs 22:17ca. 33 n.Chr.

    Zeg ons dan: wat dunkt U? Is het geoorloofd, den keizer schatting te geven of niet?

  21. Mattheüs 22:18ca. 33 n.Chr.

    Maar Jezus, bekennende hun boosheid, zeide:

  22. Mattheüs 22:19ca. 33 n.Chr.

    Gij geveinsden, wat verzoekt gij Mij? Toont Mij de schattingpenning. En zij brachten Hem een penning.

  23. Mattheüs 22:20ca. 33 n.Chr.

    En Hij zeide tot hen: Wiens is dit beeld en het opschrift?

  24. Mattheüs 22:21ca. 33 n.Chr.

    Zij zeiden tot Hem: Des keizers. Toen zeide Hij tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is.

  25. Mattheüs 22:22ca. 33 n.Chr.

    En zij, dit horende, verwonderden zich, en Hem verlatende, zijn zij weggegaan.