circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Mattheüs 21:44ca. 33 n.Chr.
En wie op deze steen valt, die zal verpletterd worden; en op wien hij valt, dien zal hij vermorzelen.
- Mattheüs 21:45ca. 33 n.Chr.
En als de overpriesters en Farizeen deze Zijn gelijkenissen hoorden, verstonden zij, dat Hij van hen sprak.
- Mattheüs 21:46ca. 33 n.Chr.
En zoekende Hem te vangen, vreesden zij de scharen, dewijl deze Hem hielden voor een profeet.
- Mattheüs 22:1ca. 33 n.Chr.
En Jezus, antwoordende, sprak tot hen wederom door gelijkenissen, zeggende:
- Mattheüs 22:2ca. 33 n.Chr.
Het Koninkrijk der hemelen is gelijk een zeker koning, die zijn zoon een bruiloft bereid had;
- Mattheüs 22:3ca. 33 n.Chr.
En zond zijn dienstknechten uit, om de genoden ter bruiloft te roepen; en zij wilden niet komen.
- Mattheüs 22:4ca. 33 n.Chr.
Wederom zond hij andere dienstknechten uit, zeggende: Zegt den genoden: Ziet, ik heb mijn middagmaal bereid; mijn ossen, en de gemeste beesten zijn geslacht, en alle dingen zijn gereed; komt tot de bruiloft.
- Mattheüs 22:5ca. 33 n.Chr.
Maar zij, zulks niet achtende, zijn heengegaan, deze tot zijn akker, gene tot zijn koopmanschap.
- Mattheüs 22:6ca. 33 n.Chr.
En de anderen grepen zijn dienstknechten, deden hun smaadheid aan, en doodden hen.
- Mattheüs 22:7ca. 33 n.Chr.
Als nu de koning dat hoorde, werd hij toornig, en zijn krijgsheiren zendende, heeft die doodslagers vernield, en hun stad in brand gestoken.
- Mattheüs 22:8ca. 33 n.Chr.
Toen zeide hij tot zijn dienstknechten: De bruiloft is wel bereid, doch de genoden waren het niet waardig.
- Mattheüs 22:9ca. 33 n.Chr.
Daarom gaat op de uitgangen der wegen, en zovelen als gij er zult vinden, roept ze tot de bruiloft.
- Mattheüs 22:10ca. 33 n.Chr.
En dezelve dienstknechten, uitgaande op de wegen, vergaderden allen, die zij vonden, beiden kwaden en goeden; en de bruiloft werd vervuld met aanzittende gasten.
- Mattheüs 22:11ca. 33 n.Chr.
En als de koning ingegaan was, om de aanzittende gasten te overzien, zag hij aldaar een mens, niet gekleed zijnde met een bruiloftskleed;
- Mattheüs 22:12ca. 33 n.Chr.
En zeide tot hem: Vriend! hoe zijt gij hier ingekomen, geen bruiloftskleed aan hebbende? En hij verstomde.
- Mattheüs 22:13ca. 33 n.Chr.
Toen zeide de koning tot de dienaars: Bindt zijn handen en voeten, neemt hem weg, en werpt hem uit in de buitenste duisternis; daar zal zijn wening en knersing der tanden.
- Mattheüs 22:14ca. 33 n.Chr.
Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.
- Mattheüs 22:15ca. 33 n.Chr.
Toen gingen de Farizeen heen, en hielden te zamen raad, hoe zij Hem verstrikken zouden in Zijn rede.
- Mattheüs 22:16ca. 33 n.Chr.
En zij zonden uit tot Hem hun discipelen, met de Herodianen, zeggende: Meester! wij weten, dat Gij waarachtig zijt, en de weg Gods in der waarheid leert, en naar niemand vraagt; want Gij ziet den persoon der mensen niet aan;
- Mattheüs 22:17ca. 33 n.Chr.
Zeg ons dan: wat dunkt U? Is het geoorloofd, den keizer schatting te geven of niet?
- Mattheüs 22:18ca. 33 n.Chr.
Maar Jezus, bekennende hun boosheid, zeide:
- Mattheüs 22:19ca. 33 n.Chr.
Gij geveinsden, wat verzoekt gij Mij? Toont Mij de schattingpenning. En zij brachten Hem een penning.
- Mattheüs 22:20ca. 33 n.Chr.
En Hij zeide tot hen: Wiens is dit beeld en het opschrift?
- Mattheüs 22:21ca. 33 n.Chr.
Zij zeiden tot Hem: Des keizers. Toen zeide Hij tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is.
- Mattheüs 22:22ca. 33 n.Chr.
En zij, dit horende, verwonderden zich, en Hem verlatende, zijn zij weggegaan.