Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Mattheüs 20:3ca. 33 n.Chr.

    En uitgegaan zijnde omtrent de derde ure, zag hij anderen, ledig staande op de markt.

  2. Mattheüs 20:4ca. 33 n.Chr.

    En hij zeide tot dezelve: Gaat ook gij heen in den wijngaard, en zo wat recht is, zal ik u geven. En zij gingen.

  3. Mattheüs 20:5ca. 33 n.Chr.

    Wederom uitgegaan zijnde omtrent de zesde en negende ure, deed hij desgelijks.

  4. Mattheüs 20:6ca. 33 n.Chr.

    En uitgegaan zijnde omtrent de elfde ure, vond hij anderen ledig staande, en zeide tot hen: Wat staat gij hier den gehele dag ledig?

  5. Mattheüs 20:7ca. 33 n.Chr.

    Zij zeiden tot hem: Omdat ons niemand gehuurd heeft. Hij zeide tot hen: Gaat ook gij heen in den wijngaard, en zo wat recht is, zult gij ontvangen.

  6. Mattheüs 20:8ca. 33 n.Chr.

    Als het nu avond geworden was, zeide de heer des wijngaards, tot zijn rentmeester: Roep de arbeiders, en geef hun het loon, beginnende van de laatsten tot de eersten.

  7. Mattheüs 20:9ca. 33 n.Chr.

    En als zij kwamen, die ter elfder ure gehuurd waren, ontvingen zij ieder een penning.

  8. Mattheüs 20:10ca. 33 n.Chr.

    En de eersten komende, meenden, dat zij meer ontvangen zouden; en zij zelven ontvingen ook elk een penning.

  9. Mattheüs 20:11ca. 33 n.Chr.

    En dien ontvangen hebbende, murmureerden zij tegen den heer des huizes,

  10. Mattheüs 20:12ca. 33 n.Chr.

    Zeggende: Deze laatsten hebben maar een uur gearbeid, en gij hebt ze ons gelijk gemaakt, die den last des daags en de hitte gedragen hebben.

  11. Mattheüs 20:13ca. 33 n.Chr.

    Doch hij, antwoordende, zeide tot een van hen: Vriend! ik doe u geen onrecht; zijt gij niet met mij eens geworden voor een penning?

  12. Mattheüs 20:14ca. 33 n.Chr.

    Neem het uwe en ga heen. Ik wil deze laatsten ook geven, gelijk als u.

  13. Mattheüs 20:15ca. 33 n.Chr.

    Of is het mij niet geoorloofd, te doen met het mijne, wat ik wil? Of is uw oog boos, omdat ik goed ben?

  14. Mattheüs 20:16ca. 33 n.Chr.

    Alzo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten; want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

  15. Mattheüs 20:17ca. 33 n.Chr.

    En Jezus, opgaande naar Jeruzalem, nam tot Zich de twaalf discipelen alleen op de weg, en zeide tot hen:

  16. Mattheüs 20:18ca. 33 n.Chr.

    Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal den overpriesteren en Schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen;

  17. Mattheüs 20:19ca. 33 n.Chr.

    En zij zullen Hem den heidenen overleveren, om Hem te bespotten en te geselen, en te kruisigen; en ten derden dage zal Hij weder opstaan.

  18. Mattheüs 20:20ca. 33 n.Chr.

    Toen kwam de moeder der zonen van Zebedeus tot Hem met haar zonen, Hem aanbiddende, en begerende wat van Hem.

  19. Mattheüs 20:21ca. 33 n.Chr.

    En Hij zeide tot haar: Wat wilt gij? Zij zeide tot Hem: Zeg, dat deze mijn twee zonen zitten mogen, de een tot Uw rechter- en de ander tot Uw linker hand in Uw Koninkrijk.

  20. Mattheüs 20:22ca. 33 n.Chr.

    Maar Jezus antwoordde en zeide: Gijlieden weet niet wat gij begeert; kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drinken zal, en met den doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt worde? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen.

  21. Mattheüs 20:23ca. 33 n.Chr.

    En Hij zeide tot hen: Mijn drinkbeker zult gij wel drinken, en met den doop, waarmede Ik gedoopt worde, zult gij gedoopt worden; maar het zitten tot Mijn rechter- en tot Mijn linker hand staat bij Mij niet te geven, maar het zal gegeven worden dien het bereid is van Mijn Vader.

  22. Mattheüs 20:24ca. 33 n.Chr.

    En als de andere tien dat hoorden, namen zij het zeer kwalijk van de twee broeders.

  23. Mattheüs 20:25ca. 33 n.Chr.

    En als Jezus hen tot Zich geroepen had, zeide Hij: Gij weet, dat de oversten der volken heerschappij voeren over hen, en de groten gebruiken macht over hen.

  24. Mattheüs 20:26ca. 33 n.Chr.

    Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u zal willen groot worden, die zij uw dienaar;

  25. Mattheüs 20:27ca. 33 n.Chr.

    En zo wie onder u zal willen de eerste zijn, die zij uw dienstknecht.