Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Mattheüs 19:8ca. 33 n.Chr.

    Hij zeide tot hen: Mozes heeft vanwege de hardigheid uwer harten u toegelaten uw vrouwen te verlaten; maar van den beginne is het alzo niet geweest.

  2. Mattheüs 19:9ca. 33 n.Chr.

    Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaat, anders dan om hoererij, en een andere trouwt, die doet overspel, en die de verlatene trouwt, doet ook overspel.

  3. Mattheüs 19:10ca. 33 n.Chr.

    Zijn discipelen zeiden tot Hem: Indien de zaak des mensen met de vrouw alzo staat, zo is het niet oorbaar te trouwen.

  4. Mattheüs 19:11ca. 33 n.Chr.

    Doch Hij zeide tot hen: Allen vatten dit woord niet, maar dien het gegeven is.

  5. Mattheüs 19:12ca. 33 n.Chr.

    Want er zijn gesnedenen, die uit moeders lijf alzo geboren zijn; en er zijn gesnedenen, die van de mensen gesneden zijn; en er zijn gesnedenen, die zichzelven gesneden hebben, om het Koninkrijk der hemelen. Die dit vatten kan, vatte het.

  6. Mattheüs 19:13ca. 33 n.Chr.

    Toen werden kinderkens tot Hem gebracht, opdat Hij de handen hun zou opleggen en bidden; en de discipelen bestraften dezelve.

  7. Mattheüs 19:14ca. 33 n.Chr.

    Maar Jezus zeide: Laat af van de kinderkens, en verhindert hen niet tot Mij te komen; want derzulken is het Koninkrijk der hemelen.

  8. Mattheüs 19:15ca. 33 n.Chr.

    En als Hij hun de handen opgelegd had, vertrok Hij van daar.

  9. Mattheüs 19:16ca. 33 n.Chr.

    En ziet, er kwam een tot Hem, en zeide tot Hem: Goede Meester! wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe?

  10. Mattheüs 19:17ca. 33 n.Chr.

    En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Een, namelijk God. Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden.

  11. Mattheüs 19:18ca. 33 n.Chr.

    Hij zeide tot Hem: Welke? En Jezus zeide: Deze: Gij zult niet doden; gij zult geen overspel doen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven;

  12. Mattheüs 19:19ca. 33 n.Chr.

    Eer uw vader en moeder; en: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.

  13. Mattheüs 19:20ca. 33 n.Chr.

    De jongeling zeide tot Hem: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af; wat ontbreekt mij nog?

  14. Mattheüs 19:21ca. 33 n.Chr.

    Jezus zeide tot hem: Zo gij wilt volmaakt zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in de hemel; en kom herwaarts, volg Mij.

  15. Mattheüs 19:22ca. 33 n.Chr.

    Als nu de jongeling dit woord hoorde, ging hij bedroefd weg; want hij had vele goederen.

  16. Mattheüs 19:23ca. 33 n.Chr.

    En Jezus zeide tot Zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u, dat een rijke bezwaarlijk in het Koninkrijk der hemelen zal ingaan.

  17. Mattheüs 19:24ca. 33 n.Chr.

    En wederom zeg Ik u: Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke inga in het Koninkrijk Gods.

  18. Mattheüs 19:25ca. 33 n.Chr.

    Zijn discipelen nu, dit horende, werden zeer verslagen, zeggende: Wie kan dan zalig worden?

  19. Mattheüs 19:26ca. 33 n.Chr.

    En Jezus, hen aanziende, zeide tot hen: Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.

  20. Mattheüs 19:27ca. 33 n.Chr.

    Toen antwoordde Petrus, en zeide tot Hem: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd, wat zal ons dan geworden?

  21. Mattheüs 19:28ca. 33 n.Chr.

    En Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij, die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal gezeten zijn op den troon Zijner heerlijkheid, dat gij ook zult zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf geslachten Israels.

  22. Mattheüs 19:29ca. 33 n.Chr.

    En zo wie zal verlaten hebben, huizen, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijns Naams wil, die zal honderdvoud ontvangen, en het eeuwige leven beerven.

  23. Mattheüs 19:30ca. 33 n.Chr.

    Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten.

  24. Mattheüs 20:1ca. 33 n.Chr.

    Want het Koninkrijk der hemelen is gelijk een heer des huizes, die met den morgenstond uitging, om arbeiders te huren in zijn wijngaard.

  25. Mattheüs 20:2ca. 33 n.Chr.

    En als hij met de arbeiders eens geworden was, voor een penning des daags, zond hij hen heen in zijn wijngaard.