Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Mattheüs 17:20ca. 32 n.Chr.

    En Jezus zeide tot hen: Om uws ongeloofs wil; want voorwaar zeg Ik u: Zo gij een geloof hadt als een mosterdzaad, gij zoudt tot deze berg zeggen: Ga heen van hier derwaarts, en hij zal heengaan; en niets zal u onmogelijk zijn.

  2. Mattheüs 17:21ca. 32 n.Chr.

    Maar dit geslacht vaart niet uit, dan door bidden en vasten.

  3. Mattheüs 17:22ca. 32 n.Chr.

    En als zij in Galilea verkeerden, zeide Jezus tot hen: De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen;

  4. Mattheüs 17:23ca. 32 n.Chr.

    En zij zullen Hem doden, en ten derden dage zal Hij opgewekt worden. En zij werden zeer bedroefd.

  5. Mattheüs 17:24ca. 32 n.Chr.

    En als zij te Kapernaum ingekomen waren, gingen tot Petrus die de didrachmen ontvingen, en zeiden: Uw Meester, betaalt Hij de didrachmen niet?

  6. Mattheüs 17:25ca. 32 n.Chr.

    Hij zeide: Ja. En toen hij in huis gekomen was, voorkwam hem Jezus, zeggende: Wat dunkt u, Simon! de koningen der aarde, van wie nemen zij tollen of schatting, van hun zonen, of van de vreemden?

  7. Mattheüs 17:26ca. 32 n.Chr.

    Petrus zeide tot Hem: Van de vreemden. Jezus zeide tot hem: Zo zijn dan de zonen vrij.

  8. Mattheüs 17:27ca. 32 n.Chr.

    Maar opdat wij hun geen aanstoot geven, ga heen naar de zee, werp de angel uit, en de eerste vis, die opkomt, neem, en zijn mond geopend hebbende, zult gij een stater vinden; neem die, en geef hem aan hen voor Mij en u.

  9. Mattheüs 18:1ca. 32 n.Chr.

    Te dierzelfder ure kwamen de discipelen tot Jezus, zeggende: Wie is toch de meeste in het Koninkrijk der hemelen?

  10. Mattheüs 18:2ca. 32 n.Chr.

    En Jezus een kindeken tot Zich geroepen hebbende, stelde dat in het midden van hen;

  11. Mattheüs 18:3ca. 32 n.Chr.

    En zeide: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij u niet verandert, en wordt gelijk de kinderkens, zo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan.

  12. Mattheüs 18:4ca. 32 n.Chr.

    Zo wie dan zichzelven zal vernederen, gelijk dit kindeken, deze is de meeste in het Koninkrijk der hemelen.

  13. Mattheüs 18:5ca. 32 n.Chr.

    En zo wie zodanig een kindeken ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij.

  14. Mattheüs 18:6ca. 32 n.Chr.

    Maar zo wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, ergert, het ware hem nutter, dat een molensteen aan zijn hals gehangen, en dat hij verzonken ware in de diepte der zee.

  15. Mattheüs 18:7ca. 32 n.Chr.

    Wee der wereld van de ergernissen, want het is noodzakelijk, dat de ergernissen komen; doch wee dien mens, door welken de ergernis komt!

  16. Mattheüs 18:8ca. 32 n.Chr.

    Indien dan uw hand of uw voet u ergert, houwt ze af en werpt ze van u. Het is u beter, tot het leven in te gaan, kreupel of verminkt zijnde, dan twee handen of twee voeten hebbende, in het eeuwige vuur geworpen te worden.

  17. Mattheüs 18:9ca. 32 n.Chr.

    En indien uw oog u ergert, trekt het uit, en werpt het van u. Het is u beter, maar een oog hebbende, tot het leven in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden.

  18. Mattheüs 18:10ca. 32 n.Chr.

    Ziet toe, dat gij niet een van deze kleinen veracht. Want Ik zeg ulieden, dat hun engelen, in de hemelen, altijd zien het aangezicht Mijns Vaders, Die in de hemelen is.

  19. Mattheüs 18:11ca. 32 n.Chr.

    Want de Zoon des mensen is gekomen om zalig te maken, dat verloren was.

  20. Mattheüs 18:12ca. 32 n.Chr.

    Wat dunkt u, indien enig mens honderd schapen had, en een uit dezelve afgedwaald ware, zal hij niet de negen en negentig laten, en op de bergen heengaande, het afgedwaalde zoeken?

  21. Mattheüs 18:13ca. 32 n.Chr.

    En indien het geschiedt, dat hij hetzelve vindt, voorwaar zeg Ik u, dat hij zich meer verblijdt over hetzelve, dan over de negen en negentig, die niet afgedwaald zijn geweest.

  22. Mattheüs 18:14ca. 32 n.Chr.

    Alzo is de wil niet uws Vaders, Die in de hemelen is, dat een van deze kleinen verloren ga.

  23. Mattheüs 18:15ca. 32 n.Chr.

    Maar indien uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga heen en bestraf hem tussen u en hem alleen; indien hij u hoort, zo hebt gij uw broeder gewonnen.

  24. Mattheüs 18:16ca. 32 n.Chr.

    Maar indien hij u niet hoort, zo neem nog een of twee met u; opdat in de mond van twee of drie getuigen alle woord besta.

  25. Mattheüs 18:17ca. 32 n.Chr.

    En indien hij denzelven geen gehoor geeft; zo zeg het der gemeente; en indien hij ook der gemeente geen gehoor geeft, zo zij hij u als de heiden en de tollenaar.