circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Mattheüs 16:23ca. 32 n.Chr.
Maar Hij, Zich omkerende, zeide tot Petrus: Ga weg achter Mij, satanas! gij zijt Mij een aanstoot, want gij verzint niet de dingen, die Gods zijn, maar die der mensen zijn.
- Mattheüs 16:24ca. 32 n.Chr.
Toen zeide Jezus tot Zijn discipelen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij.
- Mattheüs 16:25ca. 32 n.Chr.
Want zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal hetzelve verliezen; maar zo wie zijn leven verliezen zal, om Mijnentwil, die zal hetzelve vinden.
- Mattheüs 16:26ca. 32 n.Chr.
Want wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en lijdt schade zijner ziel? Of wat zal een mens geven, tot lossing van zijn ziel?
- Mattheüs 16:27ca. 32 n.Chr.
Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij een iegelijk vergelden naar zijn doen.
- Mattheüs 16:28ca. 32 n.Chr.
Voorwaar zeg Ik u: Er zijn sommigen van die hier staan, dewelke den dood niet smaken zullen, totdat zij den Zoon des mensen zullen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk.
- Mattheüs 17:1ca. 32 n.Chr.
En na zes dagen nam Jezus met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, zijn broeder, en bracht hen op een hoge berg alleen.
- Mattheüs 17:2ca. 32 n.Chr.
En Hij werd voor hen veranderd van gedaante; en Zijn aangezicht blonk gelijk de zon, en Zijn klederen werden wit gelijk het licht.
- Mattheüs 17:3ca. 32 n.Chr.
En ziet, van hen werden gezien Mozes en Elias, met Hem samensprekende.
- Mattheüs 17:4ca. 32 n.Chr.
En Petrus, antwoordende, zeide tot Jezus: Heere! het is goed, dat wij hier zijn; zo Gij wilt, laat ons hier drie tabernakelen maken, voor U een, en voor Mozes een, en een voor Elias.
- Mattheüs 17:5ca. 32 n.Chr.
Terwijl hij nog sprak, ziet, een luchtige wolk heeft hen overschaduwd; en ziet, een stem uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem!
- Mattheüs 17:6ca. 32 n.Chr.
En de discipelen, dit horende, vielen op hun aangezicht, en werden zeer bevreesd.
- Mattheüs 17:7ca. 32 n.Chr.
En Jezus, bij hen komende, raakte hen aan, en zeide: Staat op en vreest niet.
- Mattheüs 17:8ca. 32 n.Chr.
En hun ogen opheffende, zagen zij niemand, dan Jezus alleen.
- Mattheüs 17:9ca. 32 n.Chr.
En als zij van de berg afkwamen, gebood hun Jezus, zeggende: Zegt niemand dit gezicht, totdat de Zoon des mensen zal opgestaan zijn uit de doden.
- Mattheüs 17:10ca. 32 n.Chr.
En Zijn discipelen vraagden Hem, zeggende: Wat zeggen dan de Schriftgeleerden, dat Elias eerst moet komen?
- Mattheüs 17:11ca. 32 n.Chr.
Doch Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Elias zal wel eerst komen, en alles weder oprichten.
- Mattheüs 17:12ca. 32 n.Chr.
Maar Ik zeg u, dat Elias nu gekomen is, en zij hebben hem niet gekend; doch zij hebben aan hem gedaan, al wat zij hebben gewild; alzo zal ook de Zoon des mensen van hen lijden.
- Mattheüs 17:13ca. 32 n.Chr.
Toen verstonden de discipelen dat Hij hun van Johannes de Doper gesproken had.
- Mattheüs 17:14ca. 32 n.Chr.
En als zij bij de schare gekomen waren, kwam tot Hem een mens, vallende voor Hem op de knieen, en zeggende:
- Mattheüs 17:15ca. 32 n.Chr.
Heere! ontferm U over mijn zoon; want hij is maanziek, en is in zwaar lijden; want menigmaal valt hij in het vuur, en menigmaal in het water.
- Mattheüs 17:16ca. 32 n.Chr.
En ik heb hem tot Uw discipelen gebracht, en zij hebben hem niet kunnen genezen.
- Mattheüs 17:17ca. 32 n.Chr.
En Jezus, antwoordende, zeide: O, ongelovig en verkeerd geslacht, hoe lang zal Ik nog met ulieden zijn, hoe lang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem Mij hier.
- Mattheüs 17:18ca. 32 n.Chr.
En Jezus bestrafte hem, en de duivel ging van hem uit, en het kind werd genezen van die ure af.
- Mattheüs 17:19ca. 32 n.Chr.
Toen kwamen de discipelen tot Jezus alleen, en zeiden: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitwerpen?