Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Mattheüs 16:23ca. 32 n.Chr.

    Maar Hij, Zich omkerende, zeide tot Petrus: Ga weg achter Mij, satanas! gij zijt Mij een aanstoot, want gij verzint niet de dingen, die Gods zijn, maar die der mensen zijn.

  2. Mattheüs 16:24ca. 32 n.Chr.

    Toen zeide Jezus tot Zijn discipelen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij.

  3. Mattheüs 16:25ca. 32 n.Chr.

    Want zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal hetzelve verliezen; maar zo wie zijn leven verliezen zal, om Mijnentwil, die zal hetzelve vinden.

  4. Mattheüs 16:26ca. 32 n.Chr.

    Want wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en lijdt schade zijner ziel? Of wat zal een mens geven, tot lossing van zijn ziel?

  5. Mattheüs 16:27ca. 32 n.Chr.

    Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij een iegelijk vergelden naar zijn doen.

  6. Mattheüs 16:28ca. 32 n.Chr.

    Voorwaar zeg Ik u: Er zijn sommigen van die hier staan, dewelke den dood niet smaken zullen, totdat zij den Zoon des mensen zullen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk.

  7. Mattheüs 17:1ca. 32 n.Chr.

    En na zes dagen nam Jezus met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, zijn broeder, en bracht hen op een hoge berg alleen.

  8. Mattheüs 17:2ca. 32 n.Chr.

    En Hij werd voor hen veranderd van gedaante; en Zijn aangezicht blonk gelijk de zon, en Zijn klederen werden wit gelijk het licht.

  9. Mattheüs 17:3ca. 32 n.Chr.

    En ziet, van hen werden gezien Mozes en Elias, met Hem samensprekende.

  10. Mattheüs 17:4ca. 32 n.Chr.

    En Petrus, antwoordende, zeide tot Jezus: Heere! het is goed, dat wij hier zijn; zo Gij wilt, laat ons hier drie tabernakelen maken, voor U een, en voor Mozes een, en een voor Elias.

  11. Mattheüs 17:5ca. 32 n.Chr.

    Terwijl hij nog sprak, ziet, een luchtige wolk heeft hen overschaduwd; en ziet, een stem uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem!

  12. Mattheüs 17:6ca. 32 n.Chr.

    En de discipelen, dit horende, vielen op hun aangezicht, en werden zeer bevreesd.

  13. Mattheüs 17:7ca. 32 n.Chr.

    En Jezus, bij hen komende, raakte hen aan, en zeide: Staat op en vreest niet.

  14. Mattheüs 17:8ca. 32 n.Chr.

    En hun ogen opheffende, zagen zij niemand, dan Jezus alleen.

  15. Mattheüs 17:9ca. 32 n.Chr.

    En als zij van de berg afkwamen, gebood hun Jezus, zeggende: Zegt niemand dit gezicht, totdat de Zoon des mensen zal opgestaan zijn uit de doden.

  16. Mattheüs 17:10ca. 32 n.Chr.

    En Zijn discipelen vraagden Hem, zeggende: Wat zeggen dan de Schriftgeleerden, dat Elias eerst moet komen?

  17. Mattheüs 17:11ca. 32 n.Chr.

    Doch Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Elias zal wel eerst komen, en alles weder oprichten.

  18. Mattheüs 17:12ca. 32 n.Chr.

    Maar Ik zeg u, dat Elias nu gekomen is, en zij hebben hem niet gekend; doch zij hebben aan hem gedaan, al wat zij hebben gewild; alzo zal ook de Zoon des mensen van hen lijden.

  19. Mattheüs 17:13ca. 32 n.Chr.

    Toen verstonden de discipelen dat Hij hun van Johannes de Doper gesproken had.

  20. Mattheüs 17:14ca. 32 n.Chr.

    En als zij bij de schare gekomen waren, kwam tot Hem een mens, vallende voor Hem op de knieen, en zeggende:

  21. Mattheüs 17:15ca. 32 n.Chr.

    Heere! ontferm U over mijn zoon; want hij is maanziek, en is in zwaar lijden; want menigmaal valt hij in het vuur, en menigmaal in het water.

  22. Mattheüs 17:16ca. 32 n.Chr.

    En ik heb hem tot Uw discipelen gebracht, en zij hebben hem niet kunnen genezen.

  23. Mattheüs 17:17ca. 32 n.Chr.

    En Jezus, antwoordende, zeide: O, ongelovig en verkeerd geslacht, hoe lang zal Ik nog met ulieden zijn, hoe lang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem Mij hier.

  24. Mattheüs 17:18ca. 32 n.Chr.

    En Jezus bestrafte hem, en de duivel ging van hem uit, en het kind werd genezen van die ure af.

  25. Mattheüs 17:19ca. 32 n.Chr.

    Toen kwamen de discipelen tot Jezus alleen, en zeiden: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitwerpen?