circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Mattheüs 15:12ca. 32 n.Chr.
Toen kwamen Zijn discipelen tot Hem, en zeiden tot Hem: Weet Gij wel, dat de Farizeen deze rede horende, geergerd zijn geweest?
- Mattheüs 15:13ca. 32 n.Chr.
Maar Hij, antwoordende zeide: Alle plant, die Mijn hemelse Vader niet geplant heeft, zal uitgeroeid worden.
- Mattheüs 15:14ca. 32 n.Chr.
Laat hen varen; zij zijn blinde leidslieden der blinden. Indien nu de blinde den blinde leidt, zo zullen zij beiden in de gracht vallen.
- Mattheüs 15:15ca. 32 n.Chr.
En Petrus, antwoordende, zeide tot Hem: Verklaar ons deze gelijkenis.
- Mattheüs 15:16ca. 32 n.Chr.
Maar Jezus zeide: Zijt ook gijlieden alsnog onwetende?
- Mattheüs 15:17ca. 32 n.Chr.
Verstaat gij nog niet, dat al wat ten monde ingaat, in de buik komt, en in de heimelijkheid wordt uitgeworpen?
- Mattheüs 15:18ca. 32 n.Chr.
Maar die dingen, die ten monde uitgaan, komen voort uit het hart, en dezelve ontreinigen den mens.
- Mattheüs 15:19ca. 32 n.Chr.
Want uit het hart komen voort boze bedenkingen, doodslagen, overspelen, hoererijen, dieverijen, valse getuigenissen, lasteringen.
- Mattheüs 15:20ca. 32 n.Chr.
Deze dingen zijn het, die den mens ontreinigen; maar het eten met ongewassen handen ontreinigt den mens niet.
- Mattheüs 15:21ca. 32 n.Chr.
En Jezus van daar gaande, vertrok naar de delen van Tyrus en Sidon.
- Mattheüs 15:22ca. 32 n.Chr.
En ziet, een Kananese vrouw, uit die landpalen komende, riep tot Hem, zeggende: Heere! Gij Zone Davids, ontferm U mijner! mijn dochter is deerlijk van den duivel bezeten.
- Mattheüs 15:23ca. 32 n.Chr.
Doch Hij antwoordde haar niet een woord. En Zijn discipelen, tot Hem komende, baden Hem, zeggende: Laat haar van U; want zij roept ons na.
- Mattheüs 15:24ca. 32 n.Chr.
Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israels.
- Mattheüs 15:25ca. 32 n.Chr.
En zij kwam en aanbad Hem, zeggende: Heere, help mij!
- Mattheüs 15:26ca. 32 n.Chr.
Doch Hij antwoordde en zeide: Het is niet betamelijk het brood der kinderen te nemen, en den hondekens voor te werpen.
- Mattheüs 15:27ca. 32 n.Chr.
En zij zeide: Ja, Heere! doch de hondekens eten ook van de brokjes die er vallen van de tafel hunner heren.
- Mattheüs 15:28ca. 32 n.Chr.
Toen antwoordde Jezus, en zeide tot haar: O vrouw! groot is uw geloof; u geschiede, gelijk gij wilt. En haar dochter werd gezond van diezelfde ure.
- Mattheüs 15:29ca. 32 n.Chr.
En Jezus, van daar vertrekkende, kwam aan de zee van Galilea, en klom op den berg, en zat daar neder.
- Mattheüs 15:30ca. 32 n.Chr.
En vele scharen zijn tot Hem gekomen, hebbende bij zich kreupelen, blinden, stommen, lammen, en vele anderen, en wierpen ze voor de voeten van Jezus; en Hij genas dezelve.
- Mattheüs 15:31ca. 32 n.Chr.
Alzo dat de scharen zich verwonderden, ziende de stommen sprekende, de lammen gezond, de kreupelen wandelende, en de blinden ziende; en zij verheerlijkten den God Israels.
- Mattheüs 15:32ca. 32 n.Chr.
En Jezus, Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide: Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare, omdat zij nu drie dagen bij Mij gebleven zijn, en hebben niet wat zij eten zouden; en Ik wil hen niet nuchteren van Mij laten, opdat zij op den weg niet bezwijken.
- Mattheüs 15:33ca. 32 n.Chr.
En Zijn discipelen zeiden tot Hem: Van waar zullen wij zovele broden in de woestijn bekomen, dat wij zulk een grote schare zouden verzadigen?
- Mattheüs 15:34ca. 32 n.Chr.
En Jezus zeide tot hen: Hoevele broden hebt gij? Zij zeiden: Zeven, en weinige visjes.
- Mattheüs 15:35ca. 32 n.Chr.
En Hij gebood den scharen neder te zitten op de aarde.
- Mattheüs 15:36ca. 32 n.Chr.
En Hij nam de zeven broden en de vissen, en als Hij gedankt had, brak Hij ze, en gaf ze Zijn discipelen; en de discipelen gaven ze aan de schare.