Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Mattheüs 15:12ca. 32 n.Chr.

    Toen kwamen Zijn discipelen tot Hem, en zeiden tot Hem: Weet Gij wel, dat de Farizeen deze rede horende, geergerd zijn geweest?

  2. Mattheüs 15:13ca. 32 n.Chr.

    Maar Hij, antwoordende zeide: Alle plant, die Mijn hemelse Vader niet geplant heeft, zal uitgeroeid worden.

  3. Mattheüs 15:14ca. 32 n.Chr.

    Laat hen varen; zij zijn blinde leidslieden der blinden. Indien nu de blinde den blinde leidt, zo zullen zij beiden in de gracht vallen.

  4. Mattheüs 15:15ca. 32 n.Chr.

    En Petrus, antwoordende, zeide tot Hem: Verklaar ons deze gelijkenis.

  5. Mattheüs 15:16ca. 32 n.Chr.

    Maar Jezus zeide: Zijt ook gijlieden alsnog onwetende?

  6. Mattheüs 15:17ca. 32 n.Chr.

    Verstaat gij nog niet, dat al wat ten monde ingaat, in de buik komt, en in de heimelijkheid wordt uitgeworpen?

  7. Mattheüs 15:18ca. 32 n.Chr.

    Maar die dingen, die ten monde uitgaan, komen voort uit het hart, en dezelve ontreinigen den mens.

  8. Mattheüs 15:19ca. 32 n.Chr.

    Want uit het hart komen voort boze bedenkingen, doodslagen, overspelen, hoererijen, dieverijen, valse getuigenissen, lasteringen.

  9. Mattheüs 15:20ca. 32 n.Chr.

    Deze dingen zijn het, die den mens ontreinigen; maar het eten met ongewassen handen ontreinigt den mens niet.

  10. Mattheüs 15:21ca. 32 n.Chr.

    En Jezus van daar gaande, vertrok naar de delen van Tyrus en Sidon.

  11. Mattheüs 15:22ca. 32 n.Chr.

    En ziet, een Kananese vrouw, uit die landpalen komende, riep tot Hem, zeggende: Heere! Gij Zone Davids, ontferm U mijner! mijn dochter is deerlijk van den duivel bezeten.

  12. Mattheüs 15:23ca. 32 n.Chr.

    Doch Hij antwoordde haar niet een woord. En Zijn discipelen, tot Hem komende, baden Hem, zeggende: Laat haar van U; want zij roept ons na.

  13. Mattheüs 15:24ca. 32 n.Chr.

    Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israels.

  14. Mattheüs 15:25ca. 32 n.Chr.

    En zij kwam en aanbad Hem, zeggende: Heere, help mij!

  15. Mattheüs 15:26ca. 32 n.Chr.

    Doch Hij antwoordde en zeide: Het is niet betamelijk het brood der kinderen te nemen, en den hondekens voor te werpen.

  16. Mattheüs 15:27ca. 32 n.Chr.

    En zij zeide: Ja, Heere! doch de hondekens eten ook van de brokjes die er vallen van de tafel hunner heren.

  17. Mattheüs 15:28ca. 32 n.Chr.

    Toen antwoordde Jezus, en zeide tot haar: O vrouw! groot is uw geloof; u geschiede, gelijk gij wilt. En haar dochter werd gezond van diezelfde ure.

  18. Mattheüs 15:29ca. 32 n.Chr.

    En Jezus, van daar vertrekkende, kwam aan de zee van Galilea, en klom op den berg, en zat daar neder.

  19. Mattheüs 15:30ca. 32 n.Chr.

    En vele scharen zijn tot Hem gekomen, hebbende bij zich kreupelen, blinden, stommen, lammen, en vele anderen, en wierpen ze voor de voeten van Jezus; en Hij genas dezelve.

  20. Mattheüs 15:31ca. 32 n.Chr.

    Alzo dat de scharen zich verwonderden, ziende de stommen sprekende, de lammen gezond, de kreupelen wandelende, en de blinden ziende; en zij verheerlijkten den God Israels.

  21. Mattheüs 15:32ca. 32 n.Chr.

    En Jezus, Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide: Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare, omdat zij nu drie dagen bij Mij gebleven zijn, en hebben niet wat zij eten zouden; en Ik wil hen niet nuchteren van Mij laten, opdat zij op den weg niet bezwijken.

  22. Mattheüs 15:33ca. 32 n.Chr.

    En Zijn discipelen zeiden tot Hem: Van waar zullen wij zovele broden in de woestijn bekomen, dat wij zulk een grote schare zouden verzadigen?

  23. Mattheüs 15:34ca. 32 n.Chr.

    En Jezus zeide tot hen: Hoevele broden hebt gij? Zij zeiden: Zeven, en weinige visjes.

  24. Mattheüs 15:35ca. 32 n.Chr.

    En Hij gebood den scharen neder te zitten op de aarde.

  25. Mattheüs 15:36ca. 32 n.Chr.

    En Hij nam de zeven broden en de vissen, en als Hij gedankt had, brak Hij ze, en gaf ze Zijn discipelen; en de discipelen gaven ze aan de schare.