Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Mattheüs 13:56ca. 31 n.Chr.

    En Zijn zusters, zijn zij niet allen bij ons? Van waar komt dan Dezen dit alles?

  2. Mattheüs 13:57ca. 31 n.Chr.

    En zij werden aan Hem geergerd. Maar Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeeerd, dan in zijn vaderland, en in zijn huis.

  3. Mattheüs 13:58ca. 31 n.Chr.

    En Hij heeft aldaar niet vele krachten gedaan, vanwege hun ongeloof.

  4. Mattheüs 14:1ca. 32 n.Chr.

    Te dierzelver tijd hoorde Herodes, de viervorst, het gerucht van Jezus;

  5. Mattheüs 14:2ca. 32 n.Chr.

    En zeide tot zijn knechten: Deze is Johannes de Doper; hij is opgewekt van de doden, en daarom werken die krachten in Hem.

  6. Mattheüs 14:3ca. 32 n.Chr.

    Want Herodes had Johannes gevangen genomen, en hem gebonden, en in den kerker gezet, om Herodias' wil, de huisvrouw van Filippus, zijn broeder.

  7. Mattheüs 14:4ca. 32 n.Chr.

    Want Johannes zeide tot hem: Het is u niet geoorloofd haar te hebben.

  8. Mattheüs 14:5ca. 32 n.Chr.

    En willende hem doden, vreesde hij het volk, omdat zij hem hielden voor een profeet.

  9. Mattheüs 14:6ca. 32 n.Chr.

    Maar als de dag der geboorte van Herodes gehouden werd, danste de dochter van Herodias in het midden van hen, en zij behaagde aan Herodes.

  10. Mattheüs 14:7ca. 32 n.Chr.

    Waarom hij haar met ede beloofde te geven, wat zij ook eisen zou.

  11. Mattheüs 14:8ca. 32 n.Chr.

    En zij, te voren onderricht zijnde van haar moeder, zeide: Geef mij hier in een schotel het hoofd van Johannes den Doper.

  12. Mattheüs 14:9ca. 32 n.Chr.

    En de koning werd bedroefd; doch om de eden, en degenen, die met hem aanzaten, gebood hij, dat het haar zou gegeven worden;

  13. Mattheüs 14:10ca. 32 n.Chr.

    En zond heen, en onthoofdde Johannes in den kerker.

  14. Mattheüs 14:11ca. 32 n.Chr.

    En zijn hoofd werd gebracht in een schotel, en het dochtertje gegeven; en zij droeg het tot haar moeder.

  15. Mattheüs 14:12ca. 32 n.Chr.

    En zijn discipelen kwamen, en namen het lichaam weg, en begroeven hetzelve; en gingen en boodschapten het Jezus.

  16. Mattheüs 14:13ca. 32 n.Chr.

    En als Jezus dit hoorde, vertrok Hij van daar te scheep, naar een woeste plaats alleen; en de scharen, dat horende, zijn Hem te voet gevolgd uit de steden.

  17. Mattheüs 14:14ca. 32 n.Chr.

    En Jezus uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming over hen bewogen, en genas hun kranken.

  18. Mattheüs 14:15ca. 32 n.Chr.

    En als het nu avond werd, kwamen Zijn discipelen tot Hem, zeggende: Deze plaats is woest, en de tijd is nu voorbijgegaan; laat de scharen van U, opdat zij heengaan in de vlekken en zichzelven spijs kopen.

  19. Mattheüs 14:16ca. 32 n.Chr.

    Maar Jezus zeide tot hen: Het is hun niet van node heen te gaan, geeft gij hun te eten.

  20. Mattheüs 14:17ca. 32 n.Chr.

    Doch zij zeiden tot Hem: Wij hebben hier niet, dan vijf broden en twee vissen.

  21. Mattheüs 14:18ca. 32 n.Chr.

    En Hij zeide: Brengt Mij dezelve hier.

  22. Mattheüs 14:19ca. 32 n.Chr.

    En Hij beval de scharen neder te zitten op het gras, en nam de vijf broden en de twee vissen, en opwaarts ziende naar den hemel, zegende dezelve; en als Hij ze gebroken had, gaf Hij de broden den discipelen, en de discipelen aan de scharen.

  23. Mattheüs 14:20ca. 32 n.Chr.

    En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, twaalf volle korven.

  24. Mattheüs 14:21ca. 32 n.Chr.

    Die nu gegeten hadden, waren omtrent vijf duizend mannen, zonder de vrouwen en kinderen.

  25. Mattheüs 14:22ca. 32 n.Chr.

    En terstond dwong Jezus Zijn discipelen in het schip te gaan, en voor Hem af te varen naar de andere zijde, terwijl Hij de scharen van Zich zou laten.