circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Mattheüs 13:56ca. 31 n.Chr.
En Zijn zusters, zijn zij niet allen bij ons? Van waar komt dan Dezen dit alles?
- Mattheüs 13:57ca. 31 n.Chr.
En zij werden aan Hem geergerd. Maar Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeeerd, dan in zijn vaderland, en in zijn huis.
- Mattheüs 13:58ca. 31 n.Chr.
En Hij heeft aldaar niet vele krachten gedaan, vanwege hun ongeloof.
- Mattheüs 14:1ca. 32 n.Chr.
Te dierzelver tijd hoorde Herodes, de viervorst, het gerucht van Jezus;
- Mattheüs 14:2ca. 32 n.Chr.
En zeide tot zijn knechten: Deze is Johannes de Doper; hij is opgewekt van de doden, en daarom werken die krachten in Hem.
- Mattheüs 14:3ca. 32 n.Chr.
Want Herodes had Johannes gevangen genomen, en hem gebonden, en in den kerker gezet, om Herodias' wil, de huisvrouw van Filippus, zijn broeder.
- Mattheüs 14:4ca. 32 n.Chr.
Want Johannes zeide tot hem: Het is u niet geoorloofd haar te hebben.
- Mattheüs 14:5ca. 32 n.Chr.
En willende hem doden, vreesde hij het volk, omdat zij hem hielden voor een profeet.
- Mattheüs 14:6ca. 32 n.Chr.
Maar als de dag der geboorte van Herodes gehouden werd, danste de dochter van Herodias in het midden van hen, en zij behaagde aan Herodes.
- Mattheüs 14:7ca. 32 n.Chr.
Waarom hij haar met ede beloofde te geven, wat zij ook eisen zou.
- Mattheüs 14:8ca. 32 n.Chr.
En zij, te voren onderricht zijnde van haar moeder, zeide: Geef mij hier in een schotel het hoofd van Johannes den Doper.
- Mattheüs 14:9ca. 32 n.Chr.
En de koning werd bedroefd; doch om de eden, en degenen, die met hem aanzaten, gebood hij, dat het haar zou gegeven worden;
- Mattheüs 14:10ca. 32 n.Chr.
En zond heen, en onthoofdde Johannes in den kerker.
- Mattheüs 14:11ca. 32 n.Chr.
En zijn hoofd werd gebracht in een schotel, en het dochtertje gegeven; en zij droeg het tot haar moeder.
- Mattheüs 14:12ca. 32 n.Chr.
En zijn discipelen kwamen, en namen het lichaam weg, en begroeven hetzelve; en gingen en boodschapten het Jezus.
- Mattheüs 14:13ca. 32 n.Chr.
En als Jezus dit hoorde, vertrok Hij van daar te scheep, naar een woeste plaats alleen; en de scharen, dat horende, zijn Hem te voet gevolgd uit de steden.
- Mattheüs 14:14ca. 32 n.Chr.
En Jezus uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming over hen bewogen, en genas hun kranken.
- Mattheüs 14:15ca. 32 n.Chr.
En als het nu avond werd, kwamen Zijn discipelen tot Hem, zeggende: Deze plaats is woest, en de tijd is nu voorbijgegaan; laat de scharen van U, opdat zij heengaan in de vlekken en zichzelven spijs kopen.
- Mattheüs 14:16ca. 32 n.Chr.
Maar Jezus zeide tot hen: Het is hun niet van node heen te gaan, geeft gij hun te eten.
- Mattheüs 14:17ca. 32 n.Chr.
Doch zij zeiden tot Hem: Wij hebben hier niet, dan vijf broden en twee vissen.
- Mattheüs 14:18ca. 32 n.Chr.
En Hij zeide: Brengt Mij dezelve hier.
- Mattheüs 14:19ca. 32 n.Chr.
En Hij beval de scharen neder te zitten op het gras, en nam de vijf broden en de twee vissen, en opwaarts ziende naar den hemel, zegende dezelve; en als Hij ze gebroken had, gaf Hij de broden den discipelen, en de discipelen aan de scharen.
- Mattheüs 14:20ca. 32 n.Chr.
En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, twaalf volle korven.
- Mattheüs 14:21ca. 32 n.Chr.
Die nu gegeten hadden, waren omtrent vijf duizend mannen, zonder de vrouwen en kinderen.
- Mattheüs 14:22ca. 32 n.Chr.
En terstond dwong Jezus Zijn discipelen in het schip te gaan, en voor Hem af te varen naar de andere zijde, terwijl Hij de scharen van Zich zou laten.