Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Mattheüs 14:23ca. 32 n.Chr.

    En als Hij nu de scharen van Zich gelaten had, klom Hij op den berg alleen, om te bidden. En als het nu avond was geworden, zo was Hij daar alleen.

  2. Mattheüs 14:24ca. 32 n.Chr.

    En het schip was nu midden in de zee, zijnde in nood van de baren; want de wind was hun tegen.

  3. Mattheüs 14:25ca. 32 n.Chr.

    Maar ter vierde wake des nachts kwam Jezus af tot hen, wandelende op de zee.

  4. Mattheüs 14:26ca. 32 n.Chr.

    En de discipelen, ziende Hem op de zee wandelen, werden ontroerd, zeggende: Het is een spooksel! En zij schreeuwden van vrees.

  5. Mattheüs 14:27ca. 32 n.Chr.

    Maar terstond sprak Jezus hen aan, zeggende: Zijt goedsmoeds, Ik ben het, vreest niet.

  6. Mattheüs 14:28ca. 32 n.Chr.

    En Petrus antwoordde Hem, en zeide: Heere! indien Gij het zijt, zo gebied mij tot U te komen op het water.

  7. Mattheüs 14:29ca. 32 n.Chr.

    En Hij zeide: Kom. En Petrus klom neder van het schip, en wandelde op het water, om tot Jezus te komen.

  8. Mattheüs 14:30ca. 32 n.Chr.

    Maar ziende den sterken wind, werd hij bevreesd, en als hij begon neder te zinken, riep hij, zeggende: Heere, behoud mij!

  9. Mattheüs 14:31ca. 32 n.Chr.

    En Jezus, terstond de hand uitstekende, greep hem aan, en zeide tot hem: Gij kleingelovige! waarom hebt gij gewankeld?

  10. Mattheüs 14:32ca. 32 n.Chr.

    En als zij in het schip geklommen waren, stilde de wind.

  11. Mattheüs 14:33ca. 32 n.Chr.

    Die nu in het schip waren, kwamen en aanbaden Hem, zeggende: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!

  12. Mattheüs 14:34ca. 32 n.Chr.

    En overgevaren zijnde, kwamen zij in het land Gennesaret.

  13. Mattheüs 14:35ca. 32 n.Chr.

    En als de mannen van die plaats Hem werden kennende, zonden zij in dat gehele omliggende land, en brachten tot Hem allen, die kwalijk gesteld waren;

  14. Mattheüs 14:36ca. 32 n.Chr.

    En baden Hem, dat zij alleenlijk den zoom Zijns kleeds zouden mogen aanraken; en zovelen als Hem aanraakten, werden gezond.

  15. Mattheüs 15:1ca. 32 n.Chr.

    Toen kwamen tot Jezus enige Schriftgeleerden en Farizeen, die van Jeruzalem waren, zeggende:

  16. Mattheüs 15:2ca. 32 n.Chr.

    Waarom overtreden Uw discipelen de inzetting der ouden? Want zij wassen hun handen niet, wanneer zij brood zullen eten.

  17. Mattheüs 15:3ca. 32 n.Chr.

    Maar Hij, antwoordende, zeide tot hen: Waarom overtreedt ook gij het gebod Gods, door uw inzetting?

  18. Mattheüs 15:4ca. 32 n.Chr.

    Want God heeft geboden, zeggende: Eert uwen vader en moeder, en: Wie vader of moeder vloekt, die zal de dood sterven.

  19. Mattheüs 15:5ca. 32 n.Chr.

    Maar gij zegt: Zo wie tot vader of moeder zal zeggen: Het is een gave, zo wat u van mij zou kunnen ten nutte komen; en zijn vader of zijn moeder geenszins zal eren, die voldoet.

  20. Mattheüs 15:6ca. 32 n.Chr.

    En gij hebt alzo Gods gebod krachteloos gemaakt door uw inzetting.

  21. Mattheüs 15:7ca. 32 n.Chr.

    Gij geveinsden! Wel heeft Jesaja van u geprofeteerd, zeggende:

  22. Mattheüs 15:8ca. 32 n.Chr.

    Dit volk genaakt Mij met hun mond, en eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich verre van Mij;

  23. Mattheüs 15:9ca. 32 n.Chr.

    Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden van mensen zijn.

  24. Mattheüs 15:10ca. 32 n.Chr.

    En als Hij de schare tot Zich geroepen had, zeide Hij tot hen: Hoort en verstaat.

  25. Mattheüs 15:11ca. 32 n.Chr.

    Hetgeen ten monde ingaat, ontreinigt den mens niet; maar hetgeen ten monde uitgaat, dat ontreinigt den mens.