Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Mattheüs 13:31ca. 31 n.Chr.

    Een andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan het mosterdzaad, hetwelk een mens heeft genomen en in zijn akker gezaaid;

  2. Mattheüs 13:32ca. 31 n.Chr.

    Hetwelk wel het minste is onder al de zaden, maar wanneer het opgewassen is, dan is 't het meeste van de moeskruiden, en het wordt een boom, alzo dat de vogelen des hemels komen en nestelen in zijn takken.

  3. Mattheüs 13:33ca. 31 n.Chr.

    Een andere gelijkenis sprak Hij tot hen, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zuurdesem, welken een vrouw nam en verborg in drie maten meels, totdat het geheel gezuurd was.

  4. Mattheüs 13:34ca. 31 n.Chr.

    Al deze dingen heeft Jezus tot de scharen gesproken door gelijkenissen, en zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet.

  5. Mattheüs 13:35ca. 31 n.Chr.

    Opdat vervuld zou worden, wat gesproken is door den profeet, zeggende: Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen; Ik zal voortbrengen dingen, die verborgen waren van de grondlegging der wereld.

  6. Mattheüs 13:36ca. 31 n.Chr.

    Toen nu Jezus de scharen van Zich gelaten had, ging Hij naar huis. En Zijn discipelen kwamen tot Hem, zeggende: Verklaar ons de gelijkenis van het onkruid des akkers.

  7. Mattheüs 13:37ca. 31 n.Chr.

    En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen;

  8. Mattheüs 13:38ca. 31 n.Chr.

    En de akker is de wereld; en het goede zaad zijn de kinderen des Koninkrijks; en het onkruid zijn de kinderen des bozen;

  9. Mattheüs 13:39ca. 31 n.Chr.

    En de vijand, die hetzelve gezaaid heeft, is de duivel; en de oogst is de voleinding der wereld; en de maaiers zijn de engelen.

  10. Mattheüs 13:40ca. 31 n.Chr.

    Gelijkerwijs dan het onkruid vergaderd, en met vuur verbrand wordt, alzo zal het ook zijn in de voleinding dezer wereld.

  11. Mattheüs 13:41ca. 31 n.Chr.

    De Zoon des mensen zal Zijn engelen uitzenden, en zij zullen uit Zijn Koninkrijk vergaderen al de ergernissen, en degenen, die de ongerechtigheid doen;

  12. Mattheüs 13:42ca. 31 n.Chr.

    En zullen dezelve in den vurigen oven werpen; daar zal wening zijn en knersing der tanden.

  13. Mattheüs 13:43ca. 31 n.Chr.

    Dan zullen de rechtvaardigen blinken, gelijk de zon, in het Koninkrijk huns Vaders. Die oren heeft om te horen, die hore.

  14. Mattheüs 13:44ca. 31 n.Chr.

    Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een schat, in den akker verborgen, welken een mens gevonden hebbende, verborg dien, en van blijdschap over denzelven, gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft, en koopt dienzelven akker.

  15. Mattheüs 13:45ca. 31 n.Chr.

    Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone parelen zoekt;

  16. Mattheüs 13:46ca. 31 n.Chr.

    Dewelke, hebbende een parel van grote waarde gevonden, ging heen en verkocht al wat hij had, en kocht dezelve.

  17. Mattheüs 13:47ca. 31 n.Chr.

    Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een net, geworpen in de zee, en dat allerlei soorten van vissen samenbrengt;

  18. Mattheüs 13:48ca. 31 n.Chr.

    Hetwelk, wanneer het vol geworden is, de vissers aan den oever optrekken, en nederzittende, lezen het goede uit in hun vaten, maar het kwade werpen zij weg.

  19. Mattheüs 13:49ca. 31 n.Chr.

    Alzo zal het in de voleinding der eeuwen wezen; de engelen zullen uitgaan, en de bozen uit het midden der rechtvaardigen afscheiden;

  20. Mattheüs 13:50ca. 31 n.Chr.

    En zullen dezelve in den vurigen oven werpen; daar zal zijn wening en knersing der tanden.

  21. Mattheüs 13:51ca. 31 n.Chr.

    En Jezus zeide tot hen: Hebt gij dit alles verstaan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Heere!

  22. Mattheüs 13:52ca. 31 n.Chr.

    En Hij zeide tot hen: Daarom, een iegelijk Schriftgeleerde, in het Koninkrijk der hemelen onderwezen, is gelijk aan een heer des huizes, die uit zijn schat nieuwe en oude dingen voortbrengt.

  23. Mattheüs 13:53ca. 31 n.Chr.

    En het is geschied, als Jezus deze gelijkenissen geeindigd had, vertrok Hij van daar.

  24. Mattheüs 13:54ca. 31 n.Chr.

    En gekomen zijnde in Zijn vaderland, leerde Hij hen in hun synagoge, zodat zij zich ontzetten, en zeiden: Van waar komt Dezen die wijsheid en die krachten?

  25. Mattheüs 13:55ca. 31 n.Chr.

    Is Deze niet de Zoon des timmermans? en is Zijn moeder niet genaamd Maria, en Zijn broeders Jakobus en Joses, en Simon en Judas?