Naar de inhoud

circa 1050–1010 BC

Samuel & King Saul

Israel demands a king; Samuel anoints Saul, whose disobedience leads to his rejection as God chooses a man after his own heart.

810 verzen · 1 boek behandeld

Verzen uit dit tijdvak

  1. 1 Samuel 7:11ca. 1120 v.Chr.

    En de mannen van Israel togen uit van Mizpa, en vervolgden de Filistijnen, en zij sloegen hen tot onder Beth-kar.

  2. 1 Samuel 7:12ca. 1120 v.Chr.

    Samuel nu nam een steen, en stelde dien tussen Mizpa en tussen Sen, en hij noemde diens naam Eben-Haezer; en hij zeide: Tot hiertoe heeft de HEERE ons geholpen.

  3. 1 Samuel 7:13ca. 1120 v.Chr.

    Alzo werden de Filistijnen vernederd, en kwamen niet meer in de landpalen van Israel; want de hand des HEEREN was tegen de Filistijnen al de dagen van Samuel.

  4. 1 Samuel 7:14ca. 1120 v.Chr.

    En de steden, welke de Filistijnen van Israel genomen hadden kwamen weder aan Israel, van Ekron tot Gath toe; ook rukte Israel derzelver landpale uit de hand der Filistijnen; en er was vrede tussen Israel en tussen de Amorieten.

  5. 1 Samuel 7:15ca. 1131 v.Chr.

    Samuel nu richtte Israel al de dagen zijns levens.

  6. 1 Samuel 7:16ca. 1131 v.Chr.

    En hij toog van jaar tot jaar, en ging rondom naar Beth-El, en Gilgal, en Mizpa; en hij richtte Israel in al die plaatsen.

  7. 1 Samuel 7:17ca. 1131 v.Chr.

    Doch hij keerde weder naar Rama; want daar was zijn huis, en daar richtte hij Israel; en hij bouwde aldaar den HEERE een altaar.

  8. 1 Samuel 8:1ca. 1112 v.Chr.

    Het geschiedde nu, toen Samuel oud geworden was, zo stelde hij zijn zonen tot richters over Israel.

  9. 1 Samuel 8:2ca. 1112 v.Chr.

    De naam van zijn eerstgeborenen zoon nu was Joel, en de naam van zijn tweeden was Abia; zij waren richters te Ber-seba.

  10. 1 Samuel 8:3ca. 1112 v.Chr.

    Doch zijn zonen wandelden niet in zijn wegen; maar zij neigden zich tot de gierigheid, en namen geschenken, en bogen het recht.

  11. 1 Samuel 8:4ca. 1112 v.Chr.

    Toen vergaderden zich alle oudsten van Israel, en zij kwamen tot Samuel te Rama;

  12. 1 Samuel 8:5ca. 1112 v.Chr.

    En zij zeiden tot hem: Zie, gij zijt oud geworden, en uw zonen wandelen niet in uw wegen; zo zet nu een koning over ons, om ons te richten, gelijk al de volken hebben.

  13. 1 Samuel 8:6ca. 1112 v.Chr.

    Maar dit woord was kwaad in de ogen van Samuel, als zij zeiden: Geef ons een koning, om ons te richten. En Samuel bad den HEERE aan.

  14. 1 Samuel 8:7ca. 1112 v.Chr.

    Doch de HEERE zeide tot Samuel: Hoor naar de stem des volks in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn.

  15. 1 Samuel 8:8ca. 1112 v.Chr.

    Naar de werken, die zij gedaan hebben, van dien dag af, toen Ik hen uit Egypte geleid heb, tot op dezen dag toe, en hebben Mij verlaten en andere goden gediend; alzo doen zij u ook.

  16. 1 Samuel 8:9ca. 1112 v.Chr.

    Hoor dan nu naar hun stem; doch als gij hen op het hoogste zult betuigd hebben, zo zult gij hen te kennen geven de wijze des konings, die over hen regeren zal.

  17. 1 Samuel 8:10ca. 1112 v.Chr.

    Samuel nu zeide al de woorden des HEEREN het volk aan, hetwelk een koning van hem begeerde.

  18. 1 Samuel 8:11ca. 1112 v.Chr.

    En zeide: Dit zal des konings wijze zijn, die over u regeren zal: hij zal uw zonen nemen, dat hij hen zich stelle tot zijn wagen, en tot zijn ruiteren, dat zij voor zijn wagen henen lopen;

  19. 1 Samuel 8:12ca. 1112 v.Chr.

    En dat hij hen zich stelle tot oversten der duizenden, en tot oversten der vijftigen; en dat zij zijn akker ploegen, en dat zij zijn oogst oogsten, en dat zij zijn krijgswapenen maken, mitsgaders zijn wapentuig.

  20. 1 Samuel 8:13ca. 1112 v.Chr.

    En uw dochteren zal hij nemen tot apothekeressen, en tot keukenmaagden, en tot baksters.

  21. 1 Samuel 8:14ca. 1112 v.Chr.

    En uw akkers, en uw wijngaarden, en uw olijfgaarden, die de beste zijn, zal hij nemen, en zal ze aan zijn knechten geven.

  22. 1 Samuel 8:15ca. 1112 v.Chr.

    En uw zaad, en uw wijngaarden zal hij vertienen, en hij zal ze aan zijn hovelingen, en aan zijn knechten geven.

  23. 1 Samuel 8:16ca. 1112 v.Chr.

    En hij zal uw knechten, en uw dienstmaagden, en uw beste jongelingen, en uw ezelen nemen, en hij zal zijn werk daarmede doen.

  24. 1 Samuel 8:17ca. 1112 v.Chr.

    Hij zal uw kudden vertienen; en gij zult hem tot knechten zijn.

  25. 1 Samuel 8:18ca. 1112 v.Chr.

    Gij zult wel te dien dage roepen, vanwege uw koning, dien gij u zult verkoren hebben, maar de HEERE zal u te dien dage niet verhoren.