Naar de inhoud

circa 1050–1010 BC

Samuel & King Saul

Israel demands a king; Samuel anoints Saul, whose disobedience leads to his rejection as God chooses a man after his own heart.

810 verzen · 1 boek behandeld

Verzen uit dit tijdvak

  1. 1 Samuel 9:22ca. 1095 v.Chr.

    Samuel dan nam Saul en zijn jongen, en hij bracht ze in de kamer; en hij gaf hun plaats aan het opperste der genodigden; die nu waren omtrent dertig man.

  2. 1 Samuel 9:23ca. 1095 v.Chr.

    Toen zeide Samuel tot den kok: Lang dat stuk, hetwelk Ik u gegeven heb, waarvan ik tot u zeide: Zet het bij u weg.

  3. 1 Samuel 9:24ca. 1095 v.Chr.

    De kok nu bracht een schouder op, met wat daaraan was, en zette het voor Saul; en hij zeide: Zie, dit is het overgeblevene; zet het voor u, eet, want het is ter bestemder tijd voor u bewaard, als ik zeide: Ik heb het volk genodigd. Alzo at Saul met Samuel op dien dag.

  4. 1 Samuel 9:25ca. 1095 v.Chr.

    Daarna gingen zij af van de hoogte in de stad; en hij sprak met Saul op het dak.

  5. 1 Samuel 9:26ca. 1095 v.Chr.

    En zij stonden vroeg op; en het geschiedde, omtrent den opgang des dageraads, zo riep Samuel Saul op het dak, zeggende: Sta op, en zij beiden gingen uit, hij en Samuel, naar buiten.

  6. 1 Samuel 9:27ca. 1095 v.Chr.

    Toen zij afgegaan waren aan het einde der stad, zo zeide Samuel tot Saul: Zeg den jongen, dat hij voor onze aangezichten heenga; toen ging hij heen; maar sta gij als nu stil, en ik zal u Gods woord doen horen.

  7. 1 Samuel 10:1ca. 1095 v.Chr.

    Toen nam Samuel een oliekruik, en goot ze uit op zijn hoofd, en kuste hem, en zeide: Is het niet alzo, dat de HEERE u tot een voorganger over Zijn erfdeel gezalfd heeft?

  8. 1 Samuel 10:2ca. 1095 v.Chr.

    Als gij heden van mij gaat, zo zult gij twee mannen vinden bij het graf van Rachel, aan de landpale van Benjamin, te Zelzah; die zullen tot u zeggen: De ezelinnen zijn gevonden, die gij zijt gaan zoeken, en zie, uw vader heeft de zaken der ezelinnen verlaten, en hij is bekommerd voor ulieden, zeggende: Wat zal ik om mijn zoon doen?

  9. 1 Samuel 10:3ca. 1095 v.Chr.

    Als gij u van daar en verder aan begeeft, en zult komen tot aan Elon-Thabor, daar zullen u drie mannen vinden, opgaande tot God naar Beth-El; een, dragende drie bokjes, en een, dragende drie bollen broods, en een, dragende een fles wijn.

  10. 1 Samuel 10:4ca. 1095 v.Chr.

    En zij zullen u naar uw welstand vragen, en zij zullen u twee broden geven; die zult gij van hun hand nemen.

  11. 1 Samuel 10:5ca. 1095 v.Chr.

    Daarna zult gij komen op den heuvel Gods, waar der Filistijnen bezettingen zijn; en het zal geschieden, als gij aldaar in de stad komt, zo zult gij ontmoeten een hoop profeten, van de hoogte afkomende, en voor hun aangezichten luiten, en trommelen, en pijpen, en harpen, en zij zullen profeteren.

  12. 1 Samuel 10:6ca. 1095 v.Chr.

    En de Geest des HEEREN zal vaardig worden over u, en gij zult met hen profeteren; en gij zult in een anderen man veranderd worden.

  13. 1 Samuel 10:7ca. 1095 v.Chr.

    En het zal geschieden, als u deze tekenen zullen komen, doe gij, wat uw hand vinden zal, want God zal met u zijn.

  14. 1 Samuel 10:8ca. 1095 v.Chr.

    Gij nu zult voor mijn aangezicht afgaan naar Gilgal, en zie, ik zal tot u afkomen, om brandofferen te offeren, om te offeren offeranden der dankzegging; zeven dagen zult gij daar beiden, totdat ik tot u kome, en u bekend make, wat gij doen zult.

  15. 1 Samuel 10:9ca. 1095 v.Chr.

    Het geschiedde nu, toen hij zijn schouder keerde, om van Samuel te gaan, veranderde God hem het hart in een ander; en al die tekenen kwamen ten zelven dage.

  16. 1 Samuel 10:10ca. 1095 v.Chr.

    Toen zij daar aan den heuvel kwamen, zie, zo kwam hem een hoop profeten tegemoet; en de Geest des HEEREN werd vaardig over hem, en hij profeteerde in het midden van hen.

  17. 1 Samuel 10:11ca. 1095 v.Chr.

    En het geschiedde, als een iegelijk, die hem van te voren gekend had, zag, dat hij, ziet, profeteerde met de profeten, zo zeide het volk, een ieder tot zijn metgezel: Wat is dit, dat den zoon van Kis geschied is? Is Saul ook onder de profeten?

  18. 1 Samuel 10:12ca. 1095 v.Chr.

    Toen antwoordde een man van daar, en zeide: Wie is toch hun vader? Daarom is het tot een spreekwoord geworden: Is Saul ook onder de profeten?

  19. 1 Samuel 10:13ca. 1095 v.Chr.

    Toen hij nu voleind had te profeteren, zo kwam hij op de hoogte.

  20. 1 Samuel 10:14ca. 1095 v.Chr.

    En Sauls oom zeide tot hem en tot zijn jongen: Waar zijt gijlieden heengegaan? Hij nu zeide: Om de ezelinnen te zoeken; toen wij zagen, dat zij er niet waren, zo kwamen wij tot Samuel.

  21. 1 Samuel 10:15ca. 1095 v.Chr.

    Toen zeide Sauls oom: Geef mij toch te kennen, wat heeft Samuel ulieden gezegd?

  22. 1 Samuel 10:16ca. 1095 v.Chr.

    Saul nu zeide tot zijn oom: Hij heeft ons voorzeker te kennen gegeven, dat de ezelinnen gevonden waren; maar de zaak des koninkrijks, waarvan Samuel gezegd had, gaf hij hem niet te kennen.

  23. 1 Samuel 10:17ca. 1095 v.Chr.

    Doch Samuel riep het volk te zamen tot den HEERE, te Mizpa.

  24. 1 Samuel 10:18ca. 1095 v.Chr.

    En hij zeide tot de kinderen Israels: Alzo heeft de HEERE, de God Israel, gesproken: Ik heb Israel uit Egypte opgebracht, en Ik heb ulieden van de hand der Egyptenaren gered, en van de hand van alle koninkrijken, die u onderdrukten.

  25. 1 Samuel 10:19ca. 1095 v.Chr.

    Maar gijlieden hebt heden uw God verworpen, Die u uit al uw ellenden en uw noden verlost heeft, en hebt tot Hem gezegd: Zet een koning over ons; nu dan, stelt u voor het aangezicht des HEEREN, naar uw stammen en naar uw duizenden.