- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
circa 1406–1380 BC
Conquest of Canaan
Joshua leads Israel across the Jordan into the promised land, defeating the Canaanite kingdoms one by one.
Verzen uit dit tijdvak
- Jozua 12:22ca. 1450 v.Chr.
De koning van Kedes, een; de koning van Jokneam, aan den Karmel, een;
- Jozua 12:23ca. 1450 v.Chr.
De koning van Dor, tot Nafath-Dor, een; de koning der heidenen te Gilgal, een;
- Jozua 12:24ca. 1450 v.Chr.
De koning van Thirza, een. Al deze koningen zijn een en dertig.
- Jozua 13:1ca. 1444 v.Chr.
Jozua nu was oud, wel bedaagd; en de HEERE zeide tot hem: Gij zijt oud geworden, welbedaagd, en er is zeer veel lands overgebleven, om dat erfelijk te bezitten.
- Jozua 13:2ca. 1444 v.Chr.
Dit is het land, dat overgebleven is; al de grenzen der Filistijnen en het ganse Gesuri.
- Jozua 13:3ca. 1444 v.Chr.
Van de Sichor, die voor aan Egypte is, tot aan de landpale van Ekron tegen het noorden, dat den Kanaanieten toegerekend wordt; vijf vorsten der Filistijnen, de Gazatiet en Asdodiet, de Askeloniet, de Gathiet en Ekroniet, en de Avvieten.
- Jozua 13:4ca. 1444 v.Chr.
Van het zuiden, het ganse land der Kanaanieten, en Meara, die van de Sidoniers is, tot Afek toe, tot aan de landpale der Amorieten.
- Jozua 13:5ca. 1444 v.Chr.
Daartoe het land der Giblieten, en de ganse Libanon tegen den opgang der zon, van Baal-Gad, onder aan den berg Hermon, tot aan den ingang van Hamath.
- Jozua 13:6ca. 1444 v.Chr.
Allen, die op het gebergte wonen van den Libanon aan tot Misrefoth-maim toe, al de Sidoniers; Ik zal hen verdrijven van het aangezicht der kinderen Israels; alleenlijk maak, dat het Israel ten erfdeel valle, gelijk als Ik u geboden heb.
- Jozua 13:7ca. 1444 v.Chr.
En nu, deel dit land tot een erfdeel aan de negen stammen, en aan den halven stam van Manasse,
- Jozua 13:8ca. 1444 v.Chr.
Met denwelken de Rubenieten en Gadieten hun erfenis ontvangen hebben; dewelke Mozes hunlieden gaf aan gene zijde van de Jordaan tegen het oosten, gelijk als Mozes, de knecht des HEEREN, hun gegeven had:
- Jozua 13:9ca. 1444 v.Chr.
Van Aroer aan, die aan den oever der beek Arnon is, en de stad, die in het midden der beek is, en al het vlakke land van Medeba tot Dibon toe;
- Jozua 13:10ca. 1444 v.Chr.
En al de steden van Sihon, de koning der Amorieten, die te Hesbon geregeerd heeft, tot aan de landpale der kinderen Ammons;
- Jozua 13:11ca. 1444 v.Chr.
En Gilead, en de landpale der Gezurieten, en der Maachathieten, en den gansen berg Hermon, en gans Bazan, tot Salcha toe;
- Jozua 13:12ca. 1444 v.Chr.
Het ganse koninkrijk van Og, in Bazan, die geregeerd heeft te Astharoth, en te Edrei; deze is overig gebleven uit het overblijfsel der reuzen, dewelke Mozes heeft verslagen, en heeft ze verdreven.
- Jozua 13:13ca. 1444 v.Chr.
Doch de kinderen Israels verdreven de Gezurieten en de Maachathieten niet; maar Gezur en Maachath woonden in het midden van Israel tot op dezen dag.
- Jozua 13:14ca. 1444 v.Chr.
Alleenlijk gaf hij den stam Levi geen erfenis. De vuurofferen Gods, des HEEREN van Israel, zijn zijne erfenis, gelijk als Hij tot hem gesproken had.
- Jozua 13:15ca. 1444 v.Chr.
Alzo gaf Mozes aan den stam der kinderen van Ruben, naar hun huisgezinnen,
- Jozua 13:16ca. 1444 v.Chr.
Dat hun landpale was van Aroer af, dat aan den oever der beek Arnon is, en de stad, die in het midden der beek is, en al het vlakke land tot Medeba toe:
- Jozua 13:17ca. 1444 v.Chr.
Hesbon en al haar steden, die in het vlakke land zijn, Dibon, en Bamoth-Baal, en Beth-Baal-meon,
- Jozua 13:18ca. 1444 v.Chr.
En Jahza, en Kedemoth, en Mefaath,
- Jozua 13:19ca. 1444 v.Chr.
En Kirjathaim, en Sibma, en Zeret-Hassahar op den berg des dals,
- Jozua 13:20ca. 1444 v.Chr.
En Beth-Peor, en Asdoth-Pisga, en Beth-Jesimoth;
- Jozua 13:21ca. 1444 v.Chr.
En alle steden des vlakken lands, en het ganse koninkrijk van Sihon, den koning der Amorieten, die te Hesbon regeerde, denwelken Mozes geslagen heeft, mitsgaders de vorsten van Midian, Evi, en Rekem, en Zur, en Hur, en Reba, geweldigen van Sihon, inwoners des lands.
- Jozua 13:22ca. 1444 v.Chr.
Daartoe hebben de kinderen Israels met het zwaard gedood Bileam, den zoon van Beor, den voorzegger, nevens degenen, die van hen verslagen zijn.