Naar de inhoud

Bijbelverzen over Wicked

724 verzen · 18 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Het heil is verre van de goddelozen, want zij zoeken Uw inzettingen niet.

  2. Maar die zich neigen tot hun kromme wegen, die zal de HEERE weg doen gaan met de werkers der ongerechtigheid. Vrede zal over Israel zijn!

  3. Dewijl Ik geroepen heb, en gijlieden geweigerd hebt; Mijn hand uitgestrekt heb, en er niemand was, die opmerkte;

  4. En gij al Mijn raad verworpen, en Mijn bestraffing niet gewild hebt;

  5. Zo zal Ik ook in ulieder verderf lachen; Ik zal spotten, wanneer uw vreze komt.

  6. Wanneer uw vreze komt gelijk een verwoesting, en uw verderf aankomt als een wervelwind; wanneer u benauwdheid en angst overkomt;

  7. Dan zullen zij tot Mij roepen, maar Ik zal niet antwoorden; zij zullen Mij vroeg zoeken, maar zullen Mij niet vinden;

  8. Daarom, dat zij de wetenschap gehaat hebben, en de vreze des HEEREN niet hebben verkoren.

  9. Zij hebben in Mijn raad niet bewilligd; al Mijn bestraffingen hebben zij versmaad;

  10. Om u te redden van den kwaden weg, van den man, die verkeerdheden spreekt;

  11. Van degenen, die de paden der oprechtheid verlaten, om te gaan in de wegen der duisternis;

  12. Die blijde zijn in het kwaad doen, zich verheugen in de verkeerdheden des kwaden;

  13. Welker paden verkeerd zijn, en afwijkende in hun sporen;

  14. Om u te redden van de vreemde vrouw, van de onbekende, die met haar redenen vleit;

  15. Die den leidsman harer jonkheid verlaat, en het verbond haars Gods vergeet;

  16. Want haar huis helt naar den dood, en haar paden naar de overledenen.

  17. Allen die tot haar ingaan, zullen niet wederkomen, en zullen de paden des levens niet aantreffen;

  18. Want zij slapen niet, zo zij geen kwaad gedaan hebben; en hun slaap wordt weggenomen, zo zij niet iemand hebben doen struikelen.

  19. Een Belialsmens, een ondeugdzaam man gaat met verkeerdheid des monds om;

  20. Wenkt met zijn ogen, spreekt met zijn voeten, leert met zijn vingeren;

  21. In zijn hart zijn verkeerdheden, hij smeedt te aller tijd kwaad; hij werpt twisten in.

  22. Daarom zal zijn verderf haastelijk komen; hij zal schielijk verbroken worden, dat er geen genezen aan zij.

  23. Zegeningen zijn op het hoofd des rechtvaardigen; maar het geweld bedekt den mond der goddelozen.

  24. Die in oprechtheid wandelt, wandelt zeker; maar die zijn wegen verkeert, zal bekend worden.

  25. De lippen des rechtvaardigen voeden er velen; maar de dwazen sterven door gebrek van verstand.