Skip to content

Bijbelverzen over Wicked: Contrasted with the righteous

146 verzen · 18 aspecten

Verzen over Contrasted with the righteous

Filter op boek
  1. Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in de raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters;

  2. Maar zijn lust is in des HEEREN wet, en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht.

  3. Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken.

  4. Alzo zijn de goddelozen niet, maar als het kaf, dat de wind henendrijft.

  5. Daarom zullen de goddelozen niet bestaan in het gericht, noch de zondaars in de vergadering der rechtvaardigen.

  6. Want de HEERE kent den weg der rechtvaardigen; maar de weg der goddelozen zal vergaan.

  7. De HEERE proeft den rechtvaardige; maar den goddeloze, en dien, die geweld liefheeft, haat Zijn ziel.

  8. Met Uw hand van de lieden, o HEERE! van de lieden, die van de wereld zijn, welker deel in dit leven is, welker buik Gij vervult met Uw verborgen schat; de kinderen worden verzadigd, en zij laten hun overschot hun kinderkens achter.

  9. Maar ik zal Uw aangezicht in gerechtigheid aanschouwen, ik zal verzadigd worden met Uw beeld, als ik zal opwaken.

  10. De goddeloze heeft veel smarten, maar die op den HEERE vertrouwt, dien zal de goedertierenheid omringen.

  11. Want de armen der goddelozen zullen verbroken worden; maar de HEERE ondersteunt de rechtvaardigen.

  12. Jod. De HEERE kent de dagen der oprechten; en hun erfenis zal in eeuwigheid blijven.

  13. Zij zullen niet beschaamd worden in den kwade tijd, en in de dagen des hongers zullen zij verzadigd worden.

  14. Caph. Maar de goddelozen zullen vergaan, en de vijanden des HEEREN zullen verdwijnen, als het kostelijkste der lammeren; met den rook zullen zij verdwijnen.

  15. Lamed. De goddeloze ontleent en geeft niet weder; maar de rechtvaardige ontfermt zich, en geeft.

  16. Want zijn gezegenden zullen de aarde erfelijk bezitten; maar zijn vervloekten zullen uitgeroeid worden.

  17. Schin. Let op den vrome, en zie naar den oprechte; want het einde van dien man zal vrede zijn.

  18. Maar de overtreders worden te zamen verdelgd. het einde der goddelozen wordt uitgeroeid.

  19. Hij is een Vader der wezen, en een Rechter der weduwen; God, in de woonstede Zijner heiligheid.

  20. Een psalm van Asaf. Immers is God Israel goed, dengenen, die rein van harte zijn.

  21. Maar mij aangaande, mijn voeten waren bijna uitgeweken; mijn treden waren bijkans uitgeschoten.

  22. Want ik was nijdig op de dwazen, ziende der goddelozen vrede.

  23. Want er zijn geen banden tot hun dood toe, en hun kracht is fris.

  24. Zij zijn niet in de moeite als andere mensen, en worden met andere mensen niet geplaagd.

  25. Daarom omringt hen de hovaardij als een keten; het geweld bedekt hen als een gewaad.