Skip to content

Bijbelverzen over Wicked: Temporal punishment of

126 verzen · 18 aspecten

Verzen over Temporal punishment of

Filter op boek
  1. Te allen dage doet de goddeloze zichzelven weedom aan; en weinige jaren in getal zijn voor den tiran weggelegd.

  2. Het geluid der verschrikkingen is in zijn oren; in den vrede zelven komt de verwoester hem over.

  3. Hij gelooft niet uit de duisternis weder te keren, maar dat hij beloerd wordt ten zwaarde.

  4. Hij zwerft heen en weder om brood, waar het zijn mag; hij weet, dat bij zijn hand gereed is de dag der duisternis.

  5. Angst en benauwdheid verschrikken hem; zij overweldigt hem, gelijk een koning, bereid ten strijde.

  6. Want hij strekt tegen God zijn hand uit, en tegen den Almachtige stelt hij zich geweldiglijk aan.

  7. Hij loopt tegen Hem aan met den hals, met zijn dikke, hoog verhevene schilden.

  8. Omdat hij zijn aangezicht met zijn vet bedekt heeft, en rimpelen gemaakt om de weekdarmen;

  9. En heeft bewoond verdelgde steden, en huizen, die men niet bewoonde, die gereed waren tot steen hopen te worden.

  10. Hij zal niet rijk worden, en zijn vermogen zal niet bestaan; en hun volmaaktheid zal zich niet uitbreiden op de aarde.

  11. Hij zal van de duisternis niet ontwijken, de vlam zal zijn scheut verdrogen; hij zal wijken door het geblaas zijns monds.

  12. Hij betrouwe niet op ijdelheid, waardoor hij verleid wordt; want ijdelheid zal zijn vergelding wezen.

  13. Als zijn dag nog niet is, zal hij vervuld worden; want zijn tak zal niet groenen.

  14. Men zal zijn onrijpe druiven afrukken, als van een wijnstok, en zijn bloeisel afwerpen, als van een olijfboom.

  15. Want de vergadering der huichelaren wordt eenzaam, en het vuur verteert de tenten der geschenken.

  16. Zijn ontvangen moeite, en baren ijdelheid, en hun buik richt bedrog aan.

  17. Ja, het licht der goddelozen zal uitgeblust worden, en de vonk zijns vuurs zal niet glinsteren.

  18. Het licht zal verduisteren in zijn tent, en zijn lamp zal over hem uitgeblust worden.

  19. De treden zijner macht zullen benauwd worden, en zijn raad zal hem nederwerpen.

  20. Want met zijn voeten zal hij in het net geworpen worden, en zal in het wargaren wandelen.

  21. De strik zal hem bij de verzenen vatten; de struikrover zal hem overweldigen.

  22. Zijn touw is in de aarde verborgen, en zijn val op het pad.

  23. De beroeringen zullen hem rondom verschrikken, en hem verstrooien op zijn voeten.

  24. Zijn macht zal hongerig wezen, en het verderf is bereid aan zijn zijde.

  25. De eerstgeborene des doods zal de grendelen zijner huid verteren, zijn grendelen zal hij verteren.