- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
Bijbelverzen over The Rich
Belangrijke bijbelverzen
Zo hij zilver opgehoopt zal hebben als stof, en kleding bereid als leem;
Hij zal ze bereiden, maar de rechtvaardige zal ze aantrekken, en de onschuldige zal het zilver delen.
Hij bouwt zijn huis als een motte, en als een hoeder de hutte maakt.
Rijk ligt hij neder, en wordt niet weggenomen; doet hij zijn ogen open, zo is hij er niet.
Verschrikkingen zullen hem als wateren aangrijpen; des nachts zal hem een wervelwind wegstelen.
De oostenwind zal hem wegvoeren, dat hij henengaat, en zal hem wegstormen uit zijn plaats.
En God zal dit over hem werpen, en niet sparen; van Zijn hand zal hij snellijk vlieden.
Een ieder zal over hem met zijn handen klappen, en over hem fluiten uit zijn plaats.
Zo ik het goud tot mijn hoop gezet heb, of tot het fijn goud gezegd heb: Gij zijt mijn vertrouwen;
Zo ik blijde ben geweest, omdat mijn vermogen groot was, en omdat mijn hand geweldig veel verkregen had;
Dat ware ook een misdaad bij den rechter; want ik zou den God van boven verzaakt hebben.
Maar God zal mijn ziel van het geweld des grafs verlossen, want Hij zal mij opnemen. Sela.
Vrees niet, wanneer een man rijk wordt, wanneer de eer van zijn huis groot wordt;
Want hij zal in zijn sterven niet met al medenemen, zijn eer zal hem niet nadalen.
Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester.
Als Doeg, de Edomiet, gekomen was, en Saul te kennen gegeven, en tot hem gezegd had: David is gekomen ten huize van Achimelech.
Wat beroemt gij u in het kwaad, o gij geweldige? Gods goedertierenheid duurt toch den gansen dag.
Uw tong denkt enkel schade als een geslepen scheermes, werkende bedrog.
Gij hebt het kwade liever dan het goede, de leugen, dan gerechtigheid te spreken. Sela.
Gij hebt lief alle woorden van verslinding, en een tong des bedrogs.
God zal u ook afbreken in eeuwigheid; Hij zal u wegrapen en u uit de tent uitrukken; ja, Hij zal u uitwortelen uit het land der levenden. Sela.
Want ik was nijdig op de dwazen, ziende der goddelozen vrede.
Want er zijn geen banden tot hun dood toe, en hun kracht is fris.
Zij zijn niet in de moeite als andere mensen, en worden met andere mensen niet geplaagd.
Daarom omringt hen de hovaardij als een keten; het geweld bedekt hen als een gewaad.