Naar de inhoud

Bijbelverzen over The Rich

145 verzen · 1 aspect

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Hun ogen puilen uit van vet; zij gaan de inbeeldingen des harten te boven.

  2. Zij mergelen de lieden uit, en spreken boselijk van verdrukking; zij spreken uit de hoogte.

  3. Zij zetten hun mond tegen den hemel, en hun tong wandelt op de aarde.

  4. Daarom keert zich Zijn volk hiertoe, als hun wateren eens vollen bekers worden uitgedrukt,

  5. Dat zij zeggen: Hoe zou het God weten, en zou er wetenschap zijn bij den Allerhoogste?

  6. Ziet, dezen zijn goddeloos; nochtans hebben zij rust in de wereld; zij vermenigvuldigen het vermogen.

  7. Immers heb ik tevergeefs mijn hart gezuiverd, en mijn handen in onschuld gewassen.

  8. Dewijl ik den gansen dag geplaagd ben, en mijn straffing is er alle morgens.

  9. Indien ik zou zeggen: Ik zal ook alzo spreken; ziet, zo zou ik trouweloos zijn aan het geslacht Uwer kinderen.

  10. Nochtans heb ik gedacht om dit te mogen verstaan; maar het was moeite in mijn ogen;

  11. Totdat ik in Gods heiligdommen inging, en op hun einde merkte.

  12. Immers zet Gij hen op gladde plaatsen; Gij doet hen vallen in verwoestingen.

  13. Hoe worden zij als in een ogenblik tot verwoesting, nemen een einde, worden te niet van verschrikkingen!

  14. Als een droom na het ontwaken! Als Gij opwaakt, o Heere, dan zult Gij hun beeld verachten.

  15. Als mijn hart opgezwollen was, en ik in mijn nieren geprikkeld werd,

  16. Toen was ik onvernuftig, en wist niets; ik was een groot beest bij U.

  17. De arme wordt zelfs van zijn vriend gehaat; maar de liefhebbers des rijken zijn vele.

  18. Des rijken goed is de stad zijner sterkte, en als een verheven muur in zijn inbeelding.

  19. De arme spreekt smekingen; maar de rijke antwoordt harde dingen.

  20. Een rijk man is wijs in zijn ogen; maar de arme, die verstandig is, doorzoekt hem.

  21. Of de rijkdom zelf vergaat door een moeilijke bezigheid; en hij gewint een zoon, en er is niet met al in zijn hand.

  22. Gelijk als hij voortgekomen is uit zijner moeders buik, alzo zal hij naakt wederkeren, gaande gelijk hij gekomen was; en hij zal niet medenemen van zijn arbeid, dat hij met zijn hand zou wegdragen.

  23. Want hij zal niet veel gedenken aan de dagen zijns levens, dewijl hem God hem verhoort in de blijdschap zijns harten.

  24. For he shall not much remember the days of his life; because God answereth him in the joy of his heart.

  25. Hoe zou Ik over zulks u vergeven? Uw kinderen verlaten Mij, en zweren bij hen, die geen God zijn; als Ik hen verzadigd heb, zo bedrijven zij overspel, en verzamelen bij hopen in het hoerenhuis.