Naar de inhoud

circa 1446–1406 BC

The Wilderness Years

Forty years of wandering in the desert test Israel's faith and prepare a new generation to enter the promised land.

2,247 verzen · 2 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Numeri 11:31ca. 1490 v.Chr.

    Toen voer een wind uit van den HEERE, en raapte kwakkelen van de zee, en strooide ze bij het leger, omtrent een dagreize, en omtrent een dagreize derwaarts, rondom het leger; en zij waren omtrent twee ellen boven de aarde.

  2. Numeri 11:32ca. 1490 v.Chr.

    Toen maakte zich het volk op, dien gehelen dag, en dien gansen nacht, en den gansen anderen dag, en verzamelden de kwakkelen; die het minst had, had tien homers verzameld; en zij spreidden ze voor zich van elkander rondom het leger.

  3. Numeri 11:33ca. 1490 v.Chr.

    Dat vlees was nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, zo ontstak de toorn des HEEREN tegen het volk, en de HEERE sloeg het volk met een zeer grote plaag.

  4. Numeri 11:34ca. 1490 v.Chr.

    Daarom heet men den naam derzelver plaats Kibroth Thaava; want daar begroeven zij het volk, dat belust was geweest.

  5. Numeri 11:35ca. 1490 v.Chr.

    Van Kibroth Thaava verreisde het volk naar Hazeroth; en zij bleven in Hazeroth.

  6. Numeri 12:1ca. 1490 v.Chr.

    Mirjam nu sprak, en Aaron, tegen Mozes, ter oorzake der vrouw, der Cuschietische, die hij genomen had; want hij had een Cuschietische ter vrouw genomen.

  7. Numeri 12:2ca. 1490 v.Chr.

    En zij zeiden: Heeft dan de HEERE maar alleen door Mozes gesproken? Heeft Hij ook niet door ons gesproken? En de HEERE hoorde het!

  8. Numeri 12:3ca. 1490 v.Chr.

    Doch de man Mozes was zeer zachtmoedig, meer dan alle mensen, die op den aardbodem waren.

  9. Numeri 12:4ca. 1490 v.Chr.

    Toen sprak de HEERE haastelijk tot Mozes, en tot Aaron, en tot Mirjam: Gij drie, komt uit tot de tent der samenkomst! En zij drie kwamen uit.

  10. Numeri 12:5ca. 1490 v.Chr.

    Toen kwam de HEERE af in de wolkkolom, en stond aan de deur der tent; daarna riep Hij Aaron en Mirjam; en zij beiden kwamen uit.

  11. Numeri 12:6ca. 1490 v.Chr.

    En Hij zeide: Hoort nu Mijn woorden! Zo er een profeet onder u is, Ik, de HEERE, zal door een gezicht Mij aan hem bekend maken, door een droom zal Ik met hem spreken.

  12. Numeri 12:7ca. 1490 v.Chr.

    Alzo is Mijn knecht Mozes niet, die in Mijn ganse huis getrouw is.

  13. Numeri 12:8ca. 1490 v.Chr.

    Van mond tot mond spreek Ik met hem, en door aanzien, en niet door duistere woorden; en de gelijkenis des HEEREN aanschouwt hij; waarom dan hebt gijlieden niet gevreesd tegen Mijn knecht, tegen Mozes, te spreken?

  14. Numeri 12:9ca. 1490 v.Chr.

    Zo ontstak des HEEREN toorn tegen hen, en Hij ging weg.

  15. Numeri 12:10ca. 1490 v.Chr.

    En de wolk week van boven de tent; en ziet, Mirjam was melaats, wit als de sneeuw. En Aaron zag Mirjam aan, en ziet, zij was melaats.

  16. Numeri 12:11ca. 1490 v.Chr.

    Daarom zeide Aaron tot Mozes: Och, mijn heer! leg toch niet op ons de zonde, waarmede wij zottelijk gedaan, en waarmede wij gezondigd hebben!

  17. Numeri 12:12ca. 1490 v.Chr.

    Laat zij toch niet zijn als een dode, van wiens vlees, als hij uit zijns moeders lijf uitgaat, de helft wel verteerd is!

  18. Numeri 12:13ca. 1490 v.Chr.

    Mozes dan riep tot den HEERE, zeggende: O God! heel haar toch!

  19. Numeri 12:14ca. 1490 v.Chr.

    En de HEERE zeide tot Mozes: Zo haar vader smadelijk in haar aangezicht gespogen had, zou zij niet zeven dagen beschaamd zijn? Laat haar zeven dagen buiten het leger gesloten, en daarna aangenomen worden!

  20. Numeri 12:15ca. 1490 v.Chr.

    Zo werd Mirjam buiten het leger zeven dagen gesloten; en het volk verreisde niet, totdat Mirjam aangenomen werd.

  21. Numeri 12:16ca. 1490 v.Chr.

    Maar daarna verreisde het volk van Hazeroth, en zij legerden zich in de woestijn van Paran.

  22. Numeri 13:1ca. 1490 v.Chr.

    En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  23. Numeri 13:2ca. 1490 v.Chr.

    Zend u mannen uit: die het land Kanaan verspieden, hetwelk Ik den kinderen Israels geven zal; van elken stam zijner vaderen zult gijlieden een man zenden, zijnde ieder een overste onder hen.

  24. Numeri 13:3ca. 1490 v.Chr.

    Mozes dan zond hen uit de woestijn van Paran, naar den mond des HEEREN; al die mannen waren hoofden der kinderen Israels.

  25. Numeri 13:4ca. 1490 v.Chr.

    En dit zijn hun namen: van den stam van Ruben, Sammua, de zoon van Zaccur.