circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Mattheüs 27:41ca. 33 n.Chr.
En desgelijks ook de overpriesters met de Schriftgeleerden, en ouderlingen, en Farizeen, Hem bespottende, zeiden:
- Mattheüs 27:42ca. 33 n.Chr.
Anderen heeft Hij verlost, Hij kan Zichzelven niet verlossen. Indien Hij de Koning Israels is, dat Hij nu afkome van het kruis, en wij zullen Hem geloven.
- Mattheüs 27:43ca. 33 n.Chr.
Hij heeft op God betrouwd; dat Hij Hem nu verlosse, indien Hij Hem wel wil; want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon.
- Mattheüs 27:44ca. 33 n.Chr.
En hetzelfde verweten Hem ook de moordenaars, die met Hem gekruisigd waren.
- Mattheüs 27:45ca. 33 n.Chr.
En van de zesde ure aan werd er duisternis over de gehele aarde, tot de negende ure toe.
- Mattheüs 27:46ca. 33 n.Chr.
En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten!
- Mattheüs 27:47ca. 33 n.Chr.
En sommigen van die daar stonden, zulks horende, zeiden: Deze roept Elias.
- Mattheüs 27:48ca. 33 n.Chr.
En terstond een van hen toe lopende, nam een spons, en die met edik gevuld hebbende, stak ze op een rietstok, en gaf Hem te drinken.
- Mattheüs 27:49ca. 33 n.Chr.
Doch de anderen zeiden: Houd op, laat ons zien, of Elias komt, om Hem te verlossen.
- Mattheüs 27:50ca. 33 n.Chr.
En Jezus, wederom met een grote stem roepende, gaf den geest.
- Mattheüs 27:51ca. 33 n.Chr.
En ziet, het voorhangsel des tempels scheurde in tweeen, van boven tot beneden; en de aarde beefde, en de steenrotsen scheurden.
- Mattheüs 27:52ca. 33 n.Chr.
En de graven werden geopend, en vele lichamen der heiligen, die ontslapen waren, werden opgewekt;
- Mattheüs 27:53ca. 33 n.Chr.
En uit de graven uitgegaan zijnde, na Zijn opstanding, kwamen zij in de heilige stad, en zijn velen verschenen.
- Mattheüs 27:54ca. 33 n.Chr.
En de hoofdman over honderd, en die met hem Jezus bewaarden, ziende de aardbeving, en de dingen, die geschied waren, werden zeer bevreesd, zeggende: Waarlijk, Deze was Gods Zoon!
- Mattheüs 27:55ca. 33 n.Chr.
En aldaar waren vele vrouwen, van verre aanschouwende, die Jezus gevolgd waren van Galilea, om Hem te dienen.
- Mattheüs 27:56ca. 33 n.Chr.
Onder dewelke was Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus en Joses, en de moeder der zonen van Zebedeus.
- Mattheüs 27:57ca. 33 n.Chr.
En als het avond geworden was, kwam een rijk man van Arimathea, met name Jozef, die ook zelf een discipel van Jezus was.
- Mattheüs 27:58ca. 33 n.Chr.
Deze kwam tot Pilatus, en begeerde het lichaam van Jezus. Toen beval Pilatus, dat hem het lichaam gegeven zou worden.
- Mattheüs 27:59ca. 33 n.Chr.
En Jozef, het lichaam nemende, wond hetzelve in een zuiver fijn lijnwaad.
- Mattheüs 27:60ca. 33 n.Chr.
En legde dat in zijn nieuw graf, hetwelk hij in een steenrots uitgehouwen had; en een grote steen tegen de deur des grafs gewenteld hebbende, ging hij weg.
- Mattheüs 27:61ca. 33 n.Chr.
En aldaar was Maria Magdalena, en de andere Maria, zittende tegenover het graf.
- Mattheüs 27:62ca. 33 n.Chr.
Des anderen daags nu, welke is na de voorbereiding, vergaderden de overpriesters en de Farizeen tot Pilatus,
- Mattheüs 27:63ca. 33 n.Chr.
Zeggende: Heer, wij zijn indachtig, dat deze verleider, nog levende, gezegd heeft: Na drie dagen zal Ik opstaan.
- Mattheüs 27:64ca. 33 n.Chr.
Beveel dan, dat het graf verzekerd worde tot den derden dag toe, opdat Zijn discipelen misschien niet komen bij nacht, en stelen Hem, en zeggen tot het volk: Hij is opgestaan van de doden; en zo zal de laatste dwaling erger zijn, dan de eerste.
- Mattheüs 27:65ca. 33 n.Chr.
En Pilatus zeide tot henlieden: Gij hebt een wacht; gaat heen, verzekert het, gelijk gij het verstaat.