Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Mattheüs 25:37ca. 33 n.Chr.

    Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Heere! wanneer hebben wij U hongerig gezien, en gespijzigd, of dorstig, en te drinken gegeven?

  2. Mattheüs 25:38ca. 33 n.Chr.

    En wanneer hebben wij U een vreemdeling gezien, en geherbergd, of naakt en gekleed?

  3. Mattheüs 25:39ca. 33 n.Chr.

    En wanneer hebben wij U krank gezien, of in de gevangenis, en zijn tot U gekomen?

  4. Mattheüs 25:40ca. 33 n.Chr.

    En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan.

  5. Mattheüs 25:41ca. 33 n.Chr.

    Dan zal Hij zeggen ook tot degenen, die ter linker hand zijn: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is.

  6. Mattheüs 25:42ca. 33 n.Chr.

    Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij niet te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij niet te drinken gegeven;

  7. Mattheüs 25:43ca. 33 n.Chr.

    Ik was een vreemdeling; en gij hebt Mij niet geherbergd; naakt, en gij hebt Mij niet gekleed; krank, en in de gevangenis, en gij hebt Mij niet bezocht.

  8. Mattheüs 25:44ca. 33 n.Chr.

    Dan zullen ook dezen Hem antwoorden, zeggende: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien, of dorstig, of een vreemdeling, of naakt, of krank, of in de gevangenis, en hebben U niet gediend?

  9. Mattheüs 25:45ca. 33 n.Chr.

    Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze minsten niet gedaan hebt, zo hebt gij het Mij ook niet gedaan.

  10. Mattheüs 25:46ca. 33 n.Chr.

    En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.

  11. Mattheüs 26:1ca. 33 n.Chr.

    En het is geschied, als Jezus al deze woorden geeindigd had, dat Hij tot Zijn discipelen zeide:

  12. Mattheüs 26:2ca. 33 n.Chr.

    Gij weet, dat na twee dagen het pascha is, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden, om gekruisigd te worden.

  13. Mattheüs 26:3ca. 33 n.Chr.

    Toen vergaderden de overpriesters en de Schriftgeleerden, en de ouderlingen des volks, in de zaal des hogepriesters, die genaamd was Kajafas;

  14. Mattheüs 26:4ca. 33 n.Chr.

    En zij beraadslaagden te zamen, dat zij Jezus met listigheid vangen en doden zouden.

  15. Mattheüs 26:5ca. 33 n.Chr.

    Doch zij zeiden: Niet in het feest, opdat er geen oproer worde onder het volk.

  16. Mattheüs 26:6ca. 33 n.Chr.

    Als nu Jezus te Bethanie was, ten huize van Simon, de melaatse,

  17. Mattheüs 26:7ca. 33 n.Chr.

    Kwam tot Hem een vrouw, hebbende een albasten fles met zeer kostelijke zalf, en goot ze uit op Zijn hoofd, daar Hij aan tafel zat.

  18. Mattheüs 26:8ca. 33 n.Chr.

    En Zijn discipelen, dat ziende, namen het zeer kwalijk, zeggende: Waartoe dit verlies?

  19. Mattheüs 26:9ca. 33 n.Chr.

    Want deze zalf had kunnen duur verkocht, en de penningen den armen gegeven worden.

  20. Mattheüs 26:10ca. 33 n.Chr.

    Maar Jezus, zulks verstaande, zeide tot hen: Waarom doet gij deze vrouw moeite aan? want zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht.

  21. Mattheüs 26:11ca. 33 n.Chr.

    Want de armen hebt gij altijd met u, maar Mij hebt gij niet altijd.

  22. Mattheüs 26:12ca. 33 n.Chr.

    Want als zij deze zalf op Mijn lichaam gegoten heeft, zo heeft zij het gedaan tot een voorbereiding van Mijn begrafenis.

  23. Mattheüs 26:13ca. 33 n.Chr.

    Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van hetgeen zij gedaan heeft.

  24. Mattheüs 26:14ca. 33 n.Chr.

    Toen ging een van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, tot de overpriesters,

  25. Mattheüs 26:15ca. 33 n.Chr.

    En zeide: Wat wilt gij mij geven, en ik zal Hem u overleveren? En zij hebben hem toegelegd dertig zilveren penningen.