circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Mattheüs 25:37ca. 33 n.Chr.
Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Heere! wanneer hebben wij U hongerig gezien, en gespijzigd, of dorstig, en te drinken gegeven?
- Mattheüs 25:38ca. 33 n.Chr.
En wanneer hebben wij U een vreemdeling gezien, en geherbergd, of naakt en gekleed?
- Mattheüs 25:39ca. 33 n.Chr.
En wanneer hebben wij U krank gezien, of in de gevangenis, en zijn tot U gekomen?
- Mattheüs 25:40ca. 33 n.Chr.
En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan.
- Mattheüs 25:41ca. 33 n.Chr.
Dan zal Hij zeggen ook tot degenen, die ter linker hand zijn: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is.
- Mattheüs 25:42ca. 33 n.Chr.
Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij niet te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij niet te drinken gegeven;
- Mattheüs 25:43ca. 33 n.Chr.
Ik was een vreemdeling; en gij hebt Mij niet geherbergd; naakt, en gij hebt Mij niet gekleed; krank, en in de gevangenis, en gij hebt Mij niet bezocht.
- Mattheüs 25:44ca. 33 n.Chr.
Dan zullen ook dezen Hem antwoorden, zeggende: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien, of dorstig, of een vreemdeling, of naakt, of krank, of in de gevangenis, en hebben U niet gediend?
- Mattheüs 25:45ca. 33 n.Chr.
Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze minsten niet gedaan hebt, zo hebt gij het Mij ook niet gedaan.
- Mattheüs 25:46ca. 33 n.Chr.
En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.
- Mattheüs 26:1ca. 33 n.Chr.
En het is geschied, als Jezus al deze woorden geeindigd had, dat Hij tot Zijn discipelen zeide:
- Mattheüs 26:2ca. 33 n.Chr.
Gij weet, dat na twee dagen het pascha is, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden, om gekruisigd te worden.
- Mattheüs 26:3ca. 33 n.Chr.
Toen vergaderden de overpriesters en de Schriftgeleerden, en de ouderlingen des volks, in de zaal des hogepriesters, die genaamd was Kajafas;
- Mattheüs 26:4ca. 33 n.Chr.
En zij beraadslaagden te zamen, dat zij Jezus met listigheid vangen en doden zouden.
- Mattheüs 26:5ca. 33 n.Chr.
Doch zij zeiden: Niet in het feest, opdat er geen oproer worde onder het volk.
- Mattheüs 26:6ca. 33 n.Chr.
Als nu Jezus te Bethanie was, ten huize van Simon, de melaatse,
- Mattheüs 26:7ca. 33 n.Chr.
Kwam tot Hem een vrouw, hebbende een albasten fles met zeer kostelijke zalf, en goot ze uit op Zijn hoofd, daar Hij aan tafel zat.
- Mattheüs 26:8ca. 33 n.Chr.
En Zijn discipelen, dat ziende, namen het zeer kwalijk, zeggende: Waartoe dit verlies?
- Mattheüs 26:9ca. 33 n.Chr.
Want deze zalf had kunnen duur verkocht, en de penningen den armen gegeven worden.
- Mattheüs 26:10ca. 33 n.Chr.
Maar Jezus, zulks verstaande, zeide tot hen: Waarom doet gij deze vrouw moeite aan? want zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht.
- Mattheüs 26:11ca. 33 n.Chr.
Want de armen hebt gij altijd met u, maar Mij hebt gij niet altijd.
- Mattheüs 26:12ca. 33 n.Chr.
Want als zij deze zalf op Mijn lichaam gegoten heeft, zo heeft zij het gedaan tot een voorbereiding van Mijn begrafenis.
- Mattheüs 26:13ca. 33 n.Chr.
Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van hetgeen zij gedaan heeft.
- Mattheüs 26:14ca. 33 n.Chr.
Toen ging een van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, tot de overpriesters,
- Mattheüs 26:15ca. 33 n.Chr.
En zeide: Wat wilt gij mij geven, en ik zal Hem u overleveren? En zij hebben hem toegelegd dertig zilveren penningen.