circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Mattheüs 25:12ca. 33 n.Chr.
En hij, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg ik u: Ik ken u niet.
- Mattheüs 25:13ca. 33 n.Chr.
Zo waakt dan; want gij weet den dag niet, noch de ure, in welke de Zoon des mensen komen zal.
- Mattheüs 25:14ca. 33 n.Chr.
Want het is gelijk een mens, die buiten 's lands reizende, zijn dienstknechten riep, en gaf hun zijn goederen over.
- Mattheüs 25:15ca. 33 n.Chr.
En den ene gaf hij vijf talenten, en den anderen twee, en den derden een, een iegelijk naar zijn vermogen, en verreisde terstond.
- Mattheüs 25:16ca. 33 n.Chr.
Die nu de vijf talenten ontvangen had, ging heen, en handelde daarmede, en won andere vijf talenten.
- Mattheüs 25:17ca. 33 n.Chr.
Desgelijks ook die de twee ontvangen had, die won ook andere twee.
- Mattheüs 25:18ca. 33 n.Chr.
Maar die het ene ontvangen had, ging heen en groef in de aarde, en verborg het geld zijns heren.
- Mattheüs 25:19ca. 33 n.Chr.
En na een langen tijd kwam de heer van dezelve dienstknechten, en hield rekening met hen.
- Mattheüs 25:20ca. 33 n.Chr.
En die de vijf talenten ontvangen had, kwam, en bracht tot hem andere vijf talenten, zeggende: Heer, vijf talenten hebt gij mij gegeven; zie, andere vijf talenten heb ik boven dezelve gewonnen.
- Mattheüs 25:21ca. 33 n.Chr.
En zijn heer zeide tot hem: Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht! over weinig zijt gij getrouw geweest; over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde uws heeren.
- Mattheüs 25:22ca. 33 n.Chr.
En die de twee talenten ontvangen had, kwam ook tot hem, en zeide: Heer, twee talenten hebt gij mij gegeven; zie, twee andere talenten heb ik boven dezelve gewonnen.
- Mattheüs 25:23ca. 33 n.Chr.
Zijn heer zeide tot hem: Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt gij getrouw geweest; over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde uws heeren.
- Mattheüs 25:24ca. 33 n.Chr.
Maar die het ene talent ontvangen had, kwam ook en zeide: Heer, ik kende u, dat gij een hard mens zijt, maaiende, waar gij niet gezaaid hebt, en vergaderende van daar, waar gij niet gestrooid hebt;
- Mattheüs 25:25ca. 33 n.Chr.
En bevreesd zijnde, ben ik heengegaan, en heb uw talent verborgen in de aarde; zie, gij hebt het uwe.
- Mattheüs 25:26ca. 33 n.Chr.
Maar zijn heer, antwoordende, zeide tot hem: Gij boze en luie dienstknecht! gij wist, dat ik maai, waar ik niet gezaaid heb, en van daar vergader, waar ik niet gestrooid heb.
- Mattheüs 25:27ca. 33 n.Chr.
Zo moest gij dan mijn geld den wisselaren gedaan hebben, en ik, komende, zou het mijne wedergenomen hebben met woeker.
- Mattheüs 25:28ca. 33 n.Chr.
Neemt dan van hem het talent weg, en geeft het dengene, die de tien talenten heeft.
- Mattheüs 25:29ca. 33 n.Chr.
Want een iegelijk, die heeft, dien zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben; maar van dengene, die niet heeft, van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft.
- Mattheüs 25:30ca. 33 n.Chr.
En werpt den onnutten dienstknecht uit in de buitenste duisternis; daar zal wening zijn en knersing der tanden.
- Mattheüs 25:31ca. 33 n.Chr.
En wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op den troon Zijner heerlijkheid.
- Mattheüs 25:32ca. 33 n.Chr.
En voor Hem zullen al de volken vergaderd worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt.
- Mattheüs 25:33ca. 33 n.Chr.
En Hij zal de schapen tot Zijn rechter hand zetten, maar de bokken tot Zijn linker hand.
- Mattheüs 25:34ca. 33 n.Chr.
Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechter hand zijn: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beerft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.
- Mattheüs 25:35ca. 33 n.Chr.
Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd.
- Mattheüs 25:36ca. 33 n.Chr.
Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed; Ik ben krank geweest, en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis, en gij zijt tot Mij gekomen.