Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Mattheüs 24:38ca. 33 n.Chr.

    Want gelijk zij waren in de dagen voor den zondvloed, etende en drinkende, trouwende en ten huwelijk uitgevende, tot den dag toe, in welken Noach in de ark ging;

  2. Mattheüs 24:39ca. 33 n.Chr.

    En bekenden het niet, totdat de zondvloed kwam, en hen allen wegnam; alzo zal ook zijn de toekomst van de Zoon des mensen.

  3. Mattheüs 24:40ca. 33 n.Chr.

    Alsdan zullen er twee op den akker zijn, de een zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden.

  4. Mattheüs 24:41ca. 33 n.Chr.

    Er zullen twee vrouwen malen in den molen, de ene zal aangenomen, en de andere zal verlaten worden.

  5. Mattheüs 24:42ca. 33 n.Chr.

    Waakt dan; want gij weet niet, in welke ure uw Heere komen zal.

  6. Mattheüs 24:43ca. 33 n.Chr.

    Maar weet dit, dat zo de heer des huizes geweten had, in welke nachtwake de dief komen zou, hij zou gewaakt hebben, en zou zijn huis niet hebben laten doorgraven.

  7. Mattheüs 24:44ca. 33 n.Chr.

    Daarom, zijt ook gij bereid; want in welke ure gij het niet meent, zal de Zoon des mensen komen.

  8. Mattheüs 24:45ca. 33 n.Chr.

    Wie is dan de getrouwe en voorzichtige dienstknecht, denwelken zijn heer over zijn dienstboden gesteld heeft, om hunlieder hun voedsel te geven ter rechter tijd?

  9. Mattheüs 24:46ca. 33 n.Chr.

    Zalig is die dienstknecht, welken zijn heer, komende, zal vinden alzo doende.

  10. Mattheüs 24:47ca. 33 n.Chr.

    Voorwaar, Ik zeg u, dat hij hem zal zetten over al zijn goederen.

  11. Mattheüs 24:48ca. 33 n.Chr.

    Maar zo die kwade dienstknecht in zijn hart zou zeggen: Mijn heer vertoeft te komen;

  12. Mattheüs 24:49ca. 33 n.Chr.

    En zou beginnen zijn mededienstknechten te slaan, en te eten en te drinken met de dronkaards;

  13. Mattheüs 24:50ca. 33 n.Chr.

    Zo zal de heer van dezen dienstknecht komen ten dage, in welken hij hem niet verwacht, en ter ure, die hij niet weet;

  14. Mattheüs 24:51ca. 33 n.Chr.

    En zal hem afscheiden, en zijn deel zetten met de geveinsden; daar zal wening zijn en knersing der tanden.

  15. Mattheüs 25:1ca. 33 n.Chr.

    Alsdan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien maagden, welke haar lampen namen, en gingen uit, den bruidegom tegemoet.

  16. Mattheüs 25:2ca. 33 n.Chr.

    En vijf van haar waren wijzen, en vijf waren dwazen.

  17. Mattheüs 25:3ca. 33 n.Chr.

    Die dwaas waren, haar lampen nemende, namen geen olie met zich.

  18. Mattheüs 25:4ca. 33 n.Chr.

    Maar de wijzen namen olie in haar vaten, met haar lampen.

  19. Mattheüs 25:5ca. 33 n.Chr.

    Als nu de bruidegom vertoefde, werden zij allen sluimerig, en vielen in slaap.

  20. Mattheüs 25:6ca. 33 n.Chr.

    En ter middernacht geschiedde een geroep: Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet!

  21. Mattheüs 25:7ca. 33 n.Chr.

    Toen stonden al die maagden op, en bereidden haar lampen.

  22. Mattheüs 25:8ca. 33 n.Chr.

    En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie; want onze lampen gaan uit.

  23. Mattheüs 25:9ca. 33 n.Chr.

    Doch de wijzen antwoordden, zeggende: Geenszins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij; maar gaat liever tot de verkopers, en koopt voor uzelven.

  24. Mattheüs 25:10ca. 33 n.Chr.

    Als zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten.

  25. Mattheüs 25:11ca. 33 n.Chr.

    Daarna kwamen ook de andere maagden, zeggende: Heer, heer, doe ons open!