Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Lukas 18:7ca. 33 n.Chr.

    Zal God dan geen recht doen Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, hoewel Hij lankmoedig is over hen?

  2. Lukas 18:8ca. 33 n.Chr.

    Ik zeg u, dat Hij hun haastelijk recht doen zal. Doch de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde?

  3. Lukas 18:9ca. 33 n.Chr.

    En Hij zeide ook tot sommigen, die bij zichzelven vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren, en de anderen niets achtten, deze gelijkenis:

  4. Lukas 18:10ca. 33 n.Chr.

    Twee mensen gingen op in den tempel om te bidden, de een was een Farizeer, en de ander een tollenaar.

  5. Lukas 18:11ca. 33 n.Chr.

    De Farizeer, staande, bad dit bij zichzelven: O God! ik dank U, dat ik niet ben gelijk de anderen mensen, rovers, onrechtvaardigen, overspelers; of ook gelijk deze tollenaar.

  6. Lukas 18:12ca. 33 n.Chr.

    Ik vast tweemaal per week; ik geef tienden van alles, wat ik bezit.

  7. Lukas 18:13ca. 33 n.Chr.

    En de tollenaar, van verre staande, wilde ook zelfs de ogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God! wees mij zondaar genadig!

  8. Lukas 18:14ca. 33 n.Chr.

    Ik zeg ulieden: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis, meer dan die; want een ieder, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden, en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden.

  9. Lukas 18:15ca. 33 n.Chr.

    En zij brachten ook de kinderkens tot Hem, opdat Hij die zou aanraken; en de discipelen, dat ziende, bestraften dezelve.

  10. Lukas 18:16ca. 33 n.Chr.

    Maar Jezus riep dezelve kinderkens tot Zich, en zeide: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert hen niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.

  11. Lukas 18:17ca. 33 n.Chr.

    Voorwaar, zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet zal ontvangen als een kindeken, die zal geenszins in hetzelve komen.

  12. Lukas 18:18ca. 33 n.Chr.

    En een zeker overste vraagde Hem, zeggende: Goede Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven?

  13. Lukas 18:19ca. 33 n.Chr.

    En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God.

  14. Lukas 18:20ca. 33 n.Chr.

    Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; eer uw vader en uw moeder.

  15. Lukas 18:21ca. 33 n.Chr.

    En hij zeide: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid aan.

  16. Lukas 18:22ca. 33 n.Chr.

    Doch Jezus, dit horende, zeide tot hem: Nog een ding ontbreekt u; verkoop alles, wat gij hebt, en deel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, volg Mij.

  17. Lukas 18:23ca. 33 n.Chr.

    Maar als hij dit hoorde, werd hij geheel droevig; want hij was zeer rijk.

  18. Lukas 18:24ca. 33 n.Chr.

    Jezus nu, ziende, dat hij geheel droevig geworden was, zeide: Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods ingaan!

  19. Lukas 18:25ca. 33 n.Chr.

    Want het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods inga.

  20. Lukas 18:26ca. 33 n.Chr.

    En die dit hoorden, zeiden: Wie kan dan zalig worden?

  21. Lukas 18:27ca. 33 n.Chr.

    En Hij zeide: De dingen, die onmogelijk zijn bij de mensen, zijn mogelijk bij God.

  22. Lukas 18:28ca. 33 n.Chr.

    En Petrus zeide: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd.

  23. Lukas 18:29ca. 33 n.Chr.

    En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg ulieden, dat er niemand is, die verlaten heeft huis, of ouders, of broeders, of vrouw, of kinderen, om het Koninkrijk Gods;

  24. Lukas 18:30ca. 33 n.Chr.

    Die niet zal veelvoudig weder ontvangen in dezen tijd, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.

  25. Lukas 18:31ca. 33 n.Chr.

    En Hij nam de twaalven bij Zich, en zeide tot hen: Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en het zal alles volbracht worden aan den Zoon des mensen, wat geschreven is door de profeten.