Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Lukas 16:25ca. 33 n.Chr.

    Maar Abraham zeide: Kind, gedenk, dat gij uw goed ontvangen hebt in uw leven, en Lazarus desgelijks het kwade; en nu wordt hij vertroost, en gij lijdt smarten.

  2. Lukas 16:26ca. 33 n.Chr.

    En boven dit alles, tussen ons en ulieden is een grote klove gevestigd, zodat degenen, die van hier tot u willen overgaan, niet zouden kunnen, noch ook die daar zijn, van daar tot ons overkomen.

  3. Lukas 16:27ca. 33 n.Chr.

    En hij zeide: Ik bid u dan, vader, dat gij hem zendt tot mijns vaders huis;

  4. Lukas 16:28ca. 33 n.Chr.

    Want ik heb vijf broeders; dat hij hun dit betuige, opdat ook zij niet komen in deze plaats der pijniging.

  5. Lukas 16:29ca. 33 n.Chr.

    Abraham zeide tot hem: Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij die horen.

  6. Lukas 16:30ca. 33 n.Chr.

    En hij zeide: Neen, vader Abraham, maar zo iemand van de doden tot hen heenging, zij zouden zich bekeren.

  7. Lukas 16:31ca. 33 n.Chr.

    Doch Abraham zeide tot hem: Indien zij Mozes en de profeten niet horen, zo zullen zij ook, al waren het, dat er iemand uit de doden opstond, zich niet laten gezeggen.

  8. Lukas 17:1ca. 33 n.Chr.

    En Hij zeide tot de discipelen: Het kan niet wezen, dat er geen ergernissen komen; doch wee hem, door welken zij komen;

  9. Lukas 17:2ca. 33 n.Chr.

    Het zoude hem nuttiger zijn, dat een molensteen om zijn hals gedaan ware, en hij in de zee geworpen, dan dat hij een van deze kleinen zou ergeren.

  10. Lukas 17:3ca. 33 n.Chr.

    Wacht uzelven. En indien uw broeder tegen u zondigt, zo bestraf hem; en indien het hem leed is, zo vergeef het hem.

  11. Lukas 17:4ca. 33 n.Chr.

    En indien hij zevenmaal daags tegen u zondigt, en zevenmaal daags tot u wederkeert, zeggende: Het is mij leed; zo zult gij het hem vergeven.

  12. Lukas 17:5ca. 33 n.Chr.

    En de apostelen zeiden tot den Heere: Vermeerder ons het geloof.

  13. Lukas 17:6ca. 33 n.Chr.

    En de Heere zeide: Zo gij een geloof hadt als een mostaardzaad, gij zoudt tegen dezen moerbezienboom zeggen: Word ontworteld, en in de zee geplant, en hij zou u gehoorzaam zijn.

  14. Lukas 17:7ca. 33 n.Chr.

    En wie van u heeft een dienstknecht ploegende, of de beesten hoedende, die tot hem, als hij van den akker inkomt, terstond zal zeggen: Kom bij, en zit aan?

  15. Lukas 17:8ca. 33 n.Chr.

    Maar zal hij niet tot hem zeggen: Bereid, dat ik te avond zal eten, en omgord u, en dien mij, totdat ik zal gegeten en gedronken hebben; en eet en drink gij daarna?

  16. Lukas 17:9ca. 33 n.Chr.

    Dankt hij ook denzelven dienstknecht omdat hij gedaan heeft, hetgeen hem bevolen was? Ik meen, neen.

  17. Lukas 17:10ca. 33 n.Chr.

    Alzo ook gij, wanneer gij zult gedaan hebben al hetgeen u bevolen is, zo zegt: Wij zijn onnutte dienstknechten; want wij hebben maar gedaan, hetgeen wij schuldig waren te doen.

  18. Lukas 17:11ca. 33 n.Chr.

    En het geschiedde, als Hij naar Jeruzalem reisde, dat Hij door het midden van Samaria en Galilea ging.

  19. Lukas 17:12ca. 33 n.Chr.

    En als Hij in een zeker vlek kwam, ontmoetten Hem tien melaatse mannen, welke stonden van verre;

  20. Lukas 17:13ca. 33 n.Chr.

    En zij verhieven hun stem, zeggende: Jezus, Meester! ontferm U onzer!

  21. Lukas 17:14ca. 33 n.Chr.

    En als Hij hen zag, zeide Hij tot hen: Gaat heen en vertoont uzelven den priesters. En het geschiedde, terwijl zij heengingen, dat zij gereinigd werden.

  22. Lukas 17:15ca. 33 n.Chr.

    En een van hen, ziende, dat hij genezen was, keerde wederom, met grote stemme God verheerlijkende.

  23. Lukas 17:16ca. 33 n.Chr.

    En hij viel op het aangezicht voor Zijn voeten, Hem dankende; en dezelve was een Samaritaan;

  24. Lukas 17:17ca. 33 n.Chr.

    En Jezus, antwoordende, zeide: Zijn niet de tien gereinigd geworden, en waar zijn de negen?

  25. Lukas 17:18ca. 33 n.Chr.

    En zijn er geen gevonden, die wederkeren, om Gode eer te geven, dan deze vreemdeling?