circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Lukas 16:25ca. 33 n.Chr.
Maar Abraham zeide: Kind, gedenk, dat gij uw goed ontvangen hebt in uw leven, en Lazarus desgelijks het kwade; en nu wordt hij vertroost, en gij lijdt smarten.
- Lukas 16:26ca. 33 n.Chr.
En boven dit alles, tussen ons en ulieden is een grote klove gevestigd, zodat degenen, die van hier tot u willen overgaan, niet zouden kunnen, noch ook die daar zijn, van daar tot ons overkomen.
- Lukas 16:27ca. 33 n.Chr.
En hij zeide: Ik bid u dan, vader, dat gij hem zendt tot mijns vaders huis;
- Lukas 16:28ca. 33 n.Chr.
Want ik heb vijf broeders; dat hij hun dit betuige, opdat ook zij niet komen in deze plaats der pijniging.
- Lukas 16:29ca. 33 n.Chr.
Abraham zeide tot hem: Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij die horen.
- Lukas 16:30ca. 33 n.Chr.
En hij zeide: Neen, vader Abraham, maar zo iemand van de doden tot hen heenging, zij zouden zich bekeren.
- Lukas 16:31ca. 33 n.Chr.
Doch Abraham zeide tot hem: Indien zij Mozes en de profeten niet horen, zo zullen zij ook, al waren het, dat er iemand uit de doden opstond, zich niet laten gezeggen.
- Lukas 17:1ca. 33 n.Chr.
En Hij zeide tot de discipelen: Het kan niet wezen, dat er geen ergernissen komen; doch wee hem, door welken zij komen;
- Lukas 17:2ca. 33 n.Chr.
Het zoude hem nuttiger zijn, dat een molensteen om zijn hals gedaan ware, en hij in de zee geworpen, dan dat hij een van deze kleinen zou ergeren.
- Lukas 17:3ca. 33 n.Chr.
Wacht uzelven. En indien uw broeder tegen u zondigt, zo bestraf hem; en indien het hem leed is, zo vergeef het hem.
- Lukas 17:4ca. 33 n.Chr.
En indien hij zevenmaal daags tegen u zondigt, en zevenmaal daags tot u wederkeert, zeggende: Het is mij leed; zo zult gij het hem vergeven.
- Lukas 17:5ca. 33 n.Chr.
En de apostelen zeiden tot den Heere: Vermeerder ons het geloof.
- Lukas 17:6ca. 33 n.Chr.
En de Heere zeide: Zo gij een geloof hadt als een mostaardzaad, gij zoudt tegen dezen moerbezienboom zeggen: Word ontworteld, en in de zee geplant, en hij zou u gehoorzaam zijn.
- Lukas 17:7ca. 33 n.Chr.
En wie van u heeft een dienstknecht ploegende, of de beesten hoedende, die tot hem, als hij van den akker inkomt, terstond zal zeggen: Kom bij, en zit aan?
- Lukas 17:8ca. 33 n.Chr.
Maar zal hij niet tot hem zeggen: Bereid, dat ik te avond zal eten, en omgord u, en dien mij, totdat ik zal gegeten en gedronken hebben; en eet en drink gij daarna?
- Lukas 17:9ca. 33 n.Chr.
Dankt hij ook denzelven dienstknecht omdat hij gedaan heeft, hetgeen hem bevolen was? Ik meen, neen.
- Lukas 17:10ca. 33 n.Chr.
Alzo ook gij, wanneer gij zult gedaan hebben al hetgeen u bevolen is, zo zegt: Wij zijn onnutte dienstknechten; want wij hebben maar gedaan, hetgeen wij schuldig waren te doen.
- Lukas 17:11ca. 33 n.Chr.
En het geschiedde, als Hij naar Jeruzalem reisde, dat Hij door het midden van Samaria en Galilea ging.
- Lukas 17:12ca. 33 n.Chr.
En als Hij in een zeker vlek kwam, ontmoetten Hem tien melaatse mannen, welke stonden van verre;
- Lukas 17:13ca. 33 n.Chr.
En zij verhieven hun stem, zeggende: Jezus, Meester! ontferm U onzer!
- Lukas 17:14ca. 33 n.Chr.
En als Hij hen zag, zeide Hij tot hen: Gaat heen en vertoont uzelven den priesters. En het geschiedde, terwijl zij heengingen, dat zij gereinigd werden.
- Lukas 17:15ca. 33 n.Chr.
En een van hen, ziende, dat hij genezen was, keerde wederom, met grote stemme God verheerlijkende.
- Lukas 17:16ca. 33 n.Chr.
En hij viel op het aangezicht voor Zijn voeten, Hem dankende; en dezelve was een Samaritaan;
- Lukas 17:17ca. 33 n.Chr.
En Jezus, antwoordende, zeide: Zijn niet de tien gereinigd geworden, en waar zijn de negen?
- Lukas 17:18ca. 33 n.Chr.
En zijn er geen gevonden, die wederkeren, om Gode eer te geven, dan deze vreemdeling?