Naar de inhoud

circa 800–400 BC

The Hebrew Prophets

God speaks through Isaiah, Jeremiah, and the minor prophets—calling Israel to repentance and foretelling the coming Messiah.

3,706 verzen · 14 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Jesaja 40:10ca. 712 v.Chr.

    Ziet, de Heere HEERE zal komen tegen den sterke, en Zijn arm zal heersen; ziet, Zijn loon is bij Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht.

  2. Jesaja 40:11ca. 712 v.Chr.

    Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden.

  3. Jesaja 40:12ca. 712 v.Chr.

    Wie heeft de wateren met Zijn vuist gemeten, en van de hemelen met de span de maat genomen, en heeft met een drieling het stof der aarde begrepen, en de bergen gewogen in een waag, en de heuvelen in een weegschaal?

  4. Jesaja 40:13ca. 712 v.Chr.

    Wie heeft den Geest des HEEREN bestierd, en wie heeft Hem als Zijn raadsman onderwezen?

  5. Jesaja 40:14ca. 712 v.Chr.

    Met wien heeft Hij raad gehouden, die Hem verstand zou geven, en Hem zou leren van het pad des rechts, en Hem wetenschap zou leren, en Hem zou bekend maken den weg des veelvoudigen verstands?

  6. Jesaja 40:15ca. 712 v.Chr.

    Ziet, de volken zijn geacht als een druppel van een emmer, en als een stofje van de weegschaal; ziet, Hij werpt de eilanden henen als dun stof!

  7. Jesaja 40:16ca. 712 v.Chr.

    En de Libanon is niet genoegzaam om te branden, en zijn gedierte is niet genoegzaam ten brandoffer.

  8. Jesaja 40:17ca. 712 v.Chr.

    Alle volken zijn als niets voor Hem; en zij worden bij Hem geacht minder dan niet, en ijdelheid.

  9. Jesaja 40:18ca. 712 v.Chr.

    Bij wien dan zult gij God vergelijken, of wat gelijkenis zult gij op Hem toepassen?

  10. Jesaja 40:19ca. 712 v.Chr.

    De werkmeester giet een beeld, en de goudsmid overtrekt het met goud, en giet er zilveren ketenen toe.

  11. Jesaja 40:20ca. 712 v.Chr.

    Die verarmd is, dat hij niet te offeren heeft, die kiest een hout uit, dat niet verrotte; hij zoekt zich een wijzen werkmeester, om een beeld te bereiden, dat niet wankele.

  12. Jesaja 40:21ca. 712 v.Chr.

    Weet gijlieden niet? Hoort gij niet? Is het u van den beginne aan niet bekend gemaakt! Hebt gij op de grondvesten der aarde niet gelet?

  13. Jesaja 40:22ca. 712 v.Chr.

    Hij is het, Die daar zit boven den kloot der aarde, en derzelver inwoners zijn als sprinkhanen; Hij is het, Die de hemelen uitspant als een dunnen doek, en breidt ze uit als een tent, om te bewonen;

  14. Jesaja 40:23ca. 712 v.Chr.

    Die de vorsten te niet maakt; de richters der aarde maakt Hij tot ijdelheid.

  15. Jesaja 40:24ca. 712 v.Chr.

    Ja, zij worden niet geplant, ja, zij worden niet gezaaid, ja, hun afgehouwen stam wortelt niet in de aarde; ook als Hij op hen blazen zal, zo zullen zij verdorren, en een stormwind zal hen als een stoppel wegnemen.

  16. Jesaja 40:25ca. 712 v.Chr.

    Bij wien dan zult gijlieden Mij vergelijken, dien Ik gelijk zij? zegt de Heilige.

  17. Jesaja 40:26ca. 712 v.Chr.

    Heft uw ogen op omhoog, en ziet, Wie deze dingen geschapen heeft; Die in getal hun heir voortbrengt; Die ze alle bij name roept, vanwege de grootheid Zijner krachten, en omdat Hij sterk van vermogen is; er wordt er niet een gemist.

  18. Jesaja 40:27ca. 712 v.Chr.

    Waarom zegt gij dan, o Jakob! en spreekt, o Israel! mijn weg is voor den HEERE verborgen, en mijn recht gaat van mijn God voorbij?

  19. Jesaja 40:28ca. 712 v.Chr.

    Weet gij het niet? Hebt gij niet gehoord, dat de eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is geen doorgronding van Zijn verstand.

  20. Jesaja 40:29ca. 712 v.Chr.

    Hij geeft den moeden kracht, en Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft.

  21. Jesaja 40:30ca. 712 v.Chr.

    De jongen zullen moede en mat worden, en de jongelingen zullen gewisselijk vallen;

  22. Jesaja 40:31ca. 712 v.Chr.

    Maar dien den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen, en niet moede worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden.

  23. Jesaja 41:1ca. 712 v.Chr.

    Zwijgt voor Mij, gij eilanden! en laat de volken de kracht vernieuwen; laat ze toetreden, laat ze dan spreken; laat ons samen ten gerichte naderen.

  24. Jesaja 41:2ca. 712 v.Chr.

    Wie heeft van den opgang dien rechtvaardige verwekt? heeft hem geroepen op zijn voet? de heidenen voor zijn aangezicht gegeven, en gemaakt, dat hij over koningen heerste? heeft ze zijn zwaard gegeven als stof, zijn boog als een voortgedreven stoppel?

  25. Jesaja 41:3ca. 712 v.Chr.

    Dat hij ze najaagde en doortrok met vrede, door een pad, hetwelk hij met zijn voeten niet gegaan had?