circa AD 48–96
Letters to the Churches
Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.
Verzen uit dit tijdvak
- 1 Thessalonicenzen 4:3ca. 54 n.Chr.
Want dit is de wil van God, uw heiligmaking: dat gij u onthoudt van de hoererij;
- 1 Thessalonicenzen 4:4ca. 54 n.Chr.
Dat een iegelijk van u wete zijn vat te bezitten in heiligmaking en eer;
- 1 Thessalonicenzen 4:5ca. 54 n.Chr.
Niet in kwade beweging der begeerlijkheid, gelijk als de heidenen, die God niet kennen.
- 1 Thessalonicenzen 4:6ca. 54 n.Chr.
Dat niemand zijn broeder vertrede, noch bedriege in zijn handeling; want de Heere is een wreker over dit alles, gelijk wij u ook te voren gezegd en betuigd hebben.
- 1 Thessalonicenzen 4:7ca. 54 n.Chr.
Want God heeft ons niet geroepen tot onreinigheid, maar tot heiligmaking.
- 1 Thessalonicenzen 4:8ca. 54 n.Chr.
Zo dan die dit verwerpt, die verwerpt geen mens, maar God, Die ook Zijn Heiligen Geest in ons heeft gegeven.
- 1 Thessalonicenzen 4:9ca. 54 n.Chr.
Van de broederlijke liefde nu hebt gij niet van node, dat ik u schrijve; want gijzelven zijt van God geleerd om elkander lief te hebben.
- 1 Thessalonicenzen 4:10ca. 54 n.Chr.
Want gij doet ook hetzelfde aan al de broederen, die in geheel Macedonie zijn. Maar wij vermanen u, broeders, dat gij meer overvloedig wordt;
- 1 Thessalonicenzen 4:11ca. 54 n.Chr.
En dat gij u benaarstigt stil te zijn, en uw eigen dingen te doen, en te werken met uw eigen handen, gelijk wij u bevolen hebben;
- 1 Thessalonicenzen 4:12ca. 54 n.Chr.
Opdat gij eerlijk wandelt bij degenen, die buiten zijn, en geen ding van node hebt.
- 1 Thessalonicenzen 4:13ca. 54 n.Chr.
Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben.
- 1 Thessalonicenzen 4:14ca. 54 n.Chr.
Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, weder brengen met Hem.
- 1 Thessalonicenzen 4:15ca. 54 n.Chr.
Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn.
- 1 Thessalonicenzen 4:16ca. 54 n.Chr.
Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan;
- 1 Thessalonicenzen 4:17ca. 54 n.Chr.
Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.
- 1 Thessalonicenzen 4:18ca. 54 n.Chr.
Zo dan, vertroost elkander met deze woorden.
- 1 Thessalonicenzen 5:1ca. 54 n.Chr.
Maar van de tijden en de gelegenheden, broeders! hebt gij niet van node, dat men u schrijve.
- 1 Thessalonicenzen 5:2ca. 54 n.Chr.
Want gij weet zelven zeer wel, dat de dag des Heeren alzo zal komen, gelijk een dief in de nacht.
- 1 Thessalonicenzen 5:3ca. 54 n.Chr.
Want wanneer zij zullen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf hun overkomen, gelijk de barensnood een bevruchte vrouw; en zij zullen het geenszins ontvlieden;
- 1 Thessalonicenzen 5:4ca. 54 n.Chr.
Maar gij, broeders, gij zijt niet in duisternis, dat u die dag als een dief zou bevangen.
- 1 Thessalonicenzen 5:5ca. 54 n.Chr.
Gij zijt allen kinderen des lichts, en kinderen des daags; wij zijn niet des nachts, noch der duisternis.
- 1 Thessalonicenzen 5:6ca. 54 n.Chr.
Zo laat ons dan niet slapen, gelijk als de anderen, maar laat ons waken, en nuchteren zijn.
- 1 Thessalonicenzen 5:7ca. 54 n.Chr.
Want die slapen, slapen des nachts, en die dronken zijn, zijn des nachts dronken;
- 1 Thessalonicenzen 5:8ca. 54 n.Chr.
Maar wij, die des daags zijn, laat ons nuchteren zijn, aangedaan hebbende het borstwapen des geloofs en der liefde, en tot een helm, de hoop der zaligheid.
- 1 Thessalonicenzen 5:9ca. 54 n.Chr.
Want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot verkrijging der zaligheid, door onzen Heere Jezus Christus;