Naar de inhoud

circa AD 48–96

Letters to the Churches

Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.

2,767 verzen · 21 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij dat wij waken, hetzij dat wij slapen, te zamen met Hem leven zouden.

  2. Daarom vermaant elkander, en sticht de een den anderen, gelijk gij ook doet.

  3. En wij bidden u, broeders, erkent degenen, die onder u arbeiden, en uw voorstanders zijn in den Heere, en u vermanen;

  4. En acht hen zeer veel in liefde, om huns werks wil. Zijt vreedzaam onder elkander.

  5. En wij bidden u, broeders, vermaant de ongeregelden, vertroost de kleinmoedigen, ondersteunt de zwakken, zijt lankmoedig jegens allen.

  6. Ziet, dat niemand kwaad voor kwaad iemand vergelde; maar jaagt allen tijd het goede na, zo jegens elkander als jegens allen.

  7. Verblijdt u te allen tijd.

  8. Bidt zonder ophouden.

  9. Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Christus Jezus over u.

  10. Blust den Geest niet uit.

  11. Veracht de profetieen niet.

  12. Beproeft alle dingen; behoudt het goede.

  13. Onthoudt u van allen schijn des kwaads.

  14. En de God des vredes Zelf heilige u geheel en al; en uw geheel oprechte geest, en ziel, en lichaam worde onberispelijk bewaard in de toekomst van onzen Heere Jezus Christus.

  15. Hij, Die u roept, is getrouw, Die het ook doen zal.

  16. Broeders, bidt voor ons.

  17. Groet al de broeders met een heiligen kus.

  18. Ik bezweer ulieden bij den Heere, dat deze zendbrief al den heiligen broederen gelezen worde.

  19. De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met ulieden. Amen.

  20. Paulus, en Silvanus, en Timotheus, aan de Gemeente der Thessalonicensen, welke is in God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus:

  21. Genade zij u, en vrede, van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.

  22. Wij moeten God te allen tijd danken over u, broeders, gelijk billijk is, omdat uw geloof zeer wast, en dat de liefde eens iegelijken van u allen jegens elkander overvloedig wordt;

  23. Alzo dat wij zelven van u roemen in de Gemeenten Gods, over uw lijdzaamheid en geloof in al uw vervolgingen en verdrukkingen, die gij verdraagt;

  24. Een bewijs van Gods rechtvaardig oordeel, opdat gij waardig geacht wordt het Koninkrijk Gods, voor hetwelk gij ook lijdt;

  25. Alzo het recht is bij God verdrukking te vergelden dengenen, die u verdrukken;