Naar de inhoud

circa AD 48–96

Letters to the Churches

Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.

2,767 verzen · 21 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Romeinen 10:18ca. 60 n.Chr.

    Maar ik zeg: Hebben zij het niet gehoord? Ja toch, hun geluid is over de gehele aarde uitgegaan, en hun woorden tot de einden der wereld.

  2. Romeinen 10:19ca. 60 n.Chr.

    Maar ik zeg: Heeft Israel het niet verstaan? Mozes zegt eerst: Ik zal ulieden tot jaloersheid verwekken door degenen, die geen volk zijn; door een onverstandig volk zal ik u tot toorn verwekken.

  3. Romeinen 10:20ca. 60 n.Chr.

    En Jesaja verstout zich, en zegt: Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten; Ik ben openbaar geworden dengenen, die naar Mij niet vraagden.

  4. Romeinen 10:21ca. 60 n.Chr.

    Maar tegen Israel zegt Hij: Den gehelen dag heb Ik Mijn handen uitgestrekt tot een ongehoorzaam en tegensprekend volk.

  5. Romeinen 11:1ca. 60 n.Chr.

    Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre; want ik ben ook een Israeliet, uit het zaad Abrahams, van den stam Benjamin.

  6. Romeinen 11:2ca. 60 n.Chr.

    God heeft Zijn volk niet verstoten, hetwelk Hij te voren gekend heeft. Of weet gij niet, wat de Schrift zegt van Elia, hoe hij God aanspreekt tegen Israel, zeggende:

  7. Romeinen 11:3ca. 60 n.Chr.

    Heere! zij hebben Uw profeten gedood, en Uw altaren omgeworpen; en ik ben alleen overgebleven en zij zoeken mijn ziel.

  8. Romeinen 11:4ca. 60 n.Chr.

    Maar wat zegt tot hem het Goddelijk antwoord? Ik heb Mijzelven nog zeven duizend mannen overgelaten, die de knie voor het beeld van Baal niet gebogen hebben.

  9. Romeinen 11:5ca. 60 n.Chr.

    Alzo is er dan ook in dezen tegenwoordigen tijd een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der genade.

  10. Romeinen 11:6ca. 60 n.Chr.

    En indien het door genade is, zo is het niet meer uit de werken; anderszins is de genade geen genade meer; en indien het is uit de werken, zo is het geen genade meer; anderszins is het werk geen werk meer.

  11. Romeinen 11:7ca. 60 n.Chr.

    Wat dan? Hetgeen Israel zoekt, dat heeft het niet verkregen; maar de uitverkorenen hebben het verkregen, en de anderen zijn verhard geworden.

  12. Romeinen 11:8ca. 60 n.Chr.

    (Gelijk geschreven is: God heeft hun gegeven een geest des diepen slaaps; ogen om niet te zien, en oren om niet te horen) tot op den huidigen dag.

  13. Romeinen 11:9ca. 60 n.Chr.

    En David zegt: Hun tafel worde tot een strik, en tot een val, en tot een aanstoot, en tot een vergelding voor hen.

  14. Romeinen 11:10ca. 60 n.Chr.

    Dat hun ogen verduisterd worden, om niet te zien; en verkrom hun rug allen tijd.

  15. Romeinen 11:11ca. 60 n.Chr.

    Zo zeg ik dan: Hebben zij gestruikeld, opdat zij vallen zouden? Dat zij verre; maar door hun val is de zaligheid den heidenen geworden, om hen tot jaloersheid te verwekken.

  16. Romeinen 11:12ca. 60 n.Chr.

    En indien hun val de rijkdom is der wereld, en hun vermindering de rijkdom der heidenen, hoeveel te meer hun volheid!

  17. Romeinen 11:13ca. 60 n.Chr.

    Want ik spreek tot u, heidenen, voor zoveel ik der heidenen apostel ben; ik maak mijn bediening heerlijk;

  18. Romeinen 11:14ca. 60 n.Chr.

    Of ik enigszins mijn vlees tot jaloersheid verwekken, en enigen uit hen behouden mocht.

  19. Romeinen 11:15ca. 60 n.Chr.

    Want indien hun verwerping de verzoening is der wereld, wat zal de aanneming wezen, anders dan het leven uit de doden?

  20. Romeinen 11:16ca. 60 n.Chr.

    En indien de eerstelingen heilig zijn, zo is ook het deeg heilig, en indien de wortel heilig is, zo zijn ook de takken heilig.

  21. Romeinen 11:17ca. 60 n.Chr.

    En zo enige der takken afgebroken zijn, en gij, een wilde olijfboom zijnde, in derzelver plaats zijt ingeent, en des wortels en der vettigheid des olijfbooms mede deelachtig zijt geworden,

  22. Romeinen 11:18ca. 60 n.Chr.

    Zo roem niet tegen de takken; en indien gij daartegen roemt, gij draagt den wortel niet, maar de wortel u.

  23. Romeinen 11:19ca. 60 n.Chr.

    Gij zult dan zeggen: De takken zijn afgebroken, opdat ik zou ingeent worden.

  24. Romeinen 11:20ca. 60 n.Chr.

    Het is wel; zij zijn door ongeloof afgebroken, en gij staat door het geloof. Zijt niet hooggevoelende, maar vrees.

  25. Romeinen 11:21ca. 60 n.Chr.

    Want is het, dat God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, zie toe, dat Hij ook mogelijk u niet spare.