Naar de inhoud

circa AD 48–96

Letters to the Churches

Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.

2,767 verzen · 21 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Romeinen 9:26ca. 60 n.Chr.

    En het zal zijn, in de plaats, waar tot hen gezegd was: Gijlieden zijt Mijn volk niet, aldaar zullen zij kinderen des levenden Gods genaamd worden.

  2. Romeinen 9:27ca. 60 n.Chr.

    En Jesaja roept over Israel: Al ware het getal der kinderen Israels gelijk het zand der zee, zo zal het overblijfsel behouden worden.

  3. Romeinen 9:28ca. 60 n.Chr.

    Want Hij voleindt een zaak en snijdt ze af in rechtvaardigheid; want de Heere zal een afgesneden zaak doen op de aarde.

  4. Romeinen 9:29ca. 60 n.Chr.

    En gelijk Jesaja te voren gezegd heeft: Indien de Heere Sebaoth ons geen zaad had overgelaten, zo waren wij als Sodom geworden, en Gomorra gelijk gemaakt geweest.

  5. Romeinen 9:30ca. 60 n.Chr.

    Wat zullen wij dan zeggen? Dat de heidenen, die de rechtvaardigheid niet zochten, de rechtvaardigheid verkregen hebben, doch de rechtvaardigheid, die uit het geloof is.

  6. Romeinen 9:31ca. 60 n.Chr.

    Maar Israel, die de wet der rechtvaardigheid zocht, is tot de wet der rechtvaardigheid niet gekomen.

  7. Romeinen 9:32ca. 60 n.Chr.

    Waarom? Omdat zij die zochten niet uit het geloof, maar als uit de werken der wet, want zij hebben zich gestoten aan den steen des aanstoots;

  8. Romeinen 9:33ca. 60 n.Chr.

    Gelijk geschreven is: Ziet, Ik leg in Sion een steen des aanstoots, en een rots der ergernis; en een iegelijk, die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.

  9. Romeinen 10:1ca. 60 n.Chr.

    Broeders, de toegenegenheid mijns harten, en het gebed, dat ik tot God voor Israel doe, is tot hun zaligheid.

  10. Romeinen 10:2ca. 60 n.Chr.

    Want ik geef hun getuigenis, dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand.

  11. Romeinen 10:3ca. 60 n.Chr.

    Want alzo zij de rechtvaardigheid Gods niet kennen, en hun eigen gerechtigheid zoeken op te richten, zo zijn zij der rechtvaardigheid Gods niet onderworpen.

  12. Romeinen 10:4ca. 60 n.Chr.

    Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft.

  13. Romeinen 10:5ca. 60 n.Chr.

    Want Mozes beschrijft de rechtvaardigheid, die uit de wet is, zeggende: De mens, die deze dingen doet, zal door dezelve leven.

  14. Romeinen 10:6ca. 60 n.Chr.

    Maar de rechtvaardigheid, die uit het geloof is, spreekt aldus: Zeg niet in uw hart: Wie zal in den hemel opklimmen? Hetzelve is Christus van boven afbrengen.

  15. Romeinen 10:7ca. 60 n.Chr.

    Of, wie zal in den afgrond nederdalen? Hetzelve is Christus uit de doden opbrengen.

  16. Romeinen 10:8ca. 60 n.Chr.

    Maar wat zegt zij? Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw hart. Dit is het Woord des geloofs, hetwelk wij prediken.

  17. Romeinen 10:9ca. 60 n.Chr.

    Namelijk, indien gij met uw mond zult belijden den Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden.

  18. Romeinen 10:10ca. 60 n.Chr.

    Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter zaligheid.

  19. Romeinen 10:11ca. 60 n.Chr.

    Want de Schrift zegt: Een iegelijk, die in Hem gelooft, die zal niet beschaamd worden.

  20. Romeinen 10:12ca. 60 n.Chr.

    Want er is geen onderscheid, noch van Jood noch van Griek; want eenzelfde is Heere van allen, rijk zijnde over allen, die Hem aanroepen.

  21. Romeinen 10:13ca. 60 n.Chr.

    Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden.

  22. Romeinen 10:14ca. 60 n.Chr.

    Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in Welken zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt?

  23. Romeinen 10:15ca. 60 n.Chr.

    En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden? Gelijk geschreven is: Hoe liefelijk zijn de voeten dergenen, die vrede verkondigen, dergenen, die het goede verkondigen!

  24. Romeinen 10:16ca. 60 n.Chr.

    Doch zij zijn niet allen het Evangelie gehoorzaam geweest; want Jesaja zegt: Heere, wie heeft onze prediking geloofd?

  25. Romeinen 10:17ca. 60 n.Chr.

    Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.