- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
Israel
Ook bekend als: Jacob
Verzen die Israel noemen
Want men heeft Jakob opgegeten, en zij hebben zijn liefelijke woning verwoest.
Voor den opperzangmeester, op de Gittith, een psalm van Asaf.
Blaast de bazuin in de nieuwe maan, ter bestemder tijd, op onzen feestdag.
Zij gaan van kracht tot kracht; een iegelijk van hen zal verschijnen voor God in Sion.
Een psalm, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.
De HEERE bemint de poorten van Sion boven alle woningen van Jakob.
En zeggen: De HEERE ziet het niet, en de God van Jakob merkt het niet.
En de sterkte des Konings, die het recht lief heeft. Gij hebt billijkheden bevestigd, Gij hebt recht en gerechtigheid gedaan in Jakob.
Hij heeft Mozes Zijn wegen bekend gemaakt, den kinderen Israels Zijn daden.
Gij zaad van Abraham, Zijn knecht, gij kinderen van Jakob, Zijn uitverkorene!
Welken Hij ook gesteld heeft aan Jakob tot een inzetting, aan Israel tot een eeuwig verbond,
Daarna kwam Israel in Egypte, en Jakob verkeerde als vreemdeling in het land van Cham.
Toen Israel uit Egypte toog, het huis Jakobs van een volk, dat een vreemde taal had;
Beef, gij aarde! voor het aangezicht des Heeren, voor het aangezicht van den God Jakobs;
Dat hij den HEERE gezworen heeft, den Machtige Jakobs gelofte gedaan heeft, zeggende:
Totdat ik voor den HEERE een plaats gevonden zal hebben, woningen voor den Machtige Jakobs!
Want de HEERE heeft Zich Jakob verkoren, Israel tot Zijn eigendom.
Welgelukzalig is hij, die den God Jakobs tot zijn Hulp heeft, wiens verwachting op den HEERE, zijn God is;
Hij maakt Jakob Zijn woorden bekend, Israel Zijn inzettingen en Zijn rechten.
En Hij heeft den hoorn Zijns volks verhoogd, den roem al Zijner gunstgenoten, der kinderen Israels, des volks, dat nabij Hem is. Hallelujah!
En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, tot het huis van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem.
Komt, gij huis van Jakob, en laat ons wandelen in het licht des HEEREN.
Maar Gij hebt Uw volk, het huis van Jakob, verlaten, want zij zijn vervuld met goddeloosheid, meer dan het oosten, en zij zijn guichelaars gelijk de Filistijnen, en aan de kinderen der vreemden tonen zij hun behagen.
Daarom zal ik den Heere verbeiden, Die Zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob, en ik zal Hem verwachten.
En al dit volk zal het gewaar worden, Efraim en de inwoner van Samaria; in hoogmoed en grootsheid des harten, zeggende: