Skip to content

Bijbelverzen over Repentance

343 verzen · 65 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Want Hij is onze God, en wij zijn het volk Zijner weide, en de schapen Zijner hand. Heden, zo gij Zijn stem hoort,

  2. Verhardt uw hart niet, gelijk te Meriba, gelijk ten dage van Massa in de woestijn;

  3. En Hij dacht tot hun beste aan Zijn verbond, en het berouwde Hem naar de veelheid Zijner goedertierenheden.

  4. De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.

  5. Want de HEERE zal Zijn volk richten, en het zal Hem berouwen over Zijn knechten.

  6. Hij geneest de gebrokenen van hart, en Hij verbindt hen in hun smarten.

  7. Gij slechten! hoe lang zult gij de slechtigheid beminnen, en de spotters voor zich de spotternij begeren, en de zotten wetenschap haten?

  8. Keert u tot Mijn bestraffing; ziet, Ik zal Mijn Geest ulieden overvloediglijk uitstorten; Ik zal Mijn woorden u bekend maken.

  9. Dewijl Ik geroepen heb, en gijlieden geweigerd hebt; Mijn hand uitgestrekt heb, en er niemand was, die opmerkte;

  10. En gij al Mijn raad verworpen, en Mijn bestraffing niet gewild hebt;

  11. Zo zal Ik ook in ulieder verderf lachen; Ik zal spotten, wanneer uw vreze komt.

  12. Wanneer uw vreze komt gelijk een verwoesting, en uw verderf aankomt als een wervelwind; wanneer u benauwdheid en angst overkomt;

  13. Dan zullen zij tot Mij roepen, maar Ik zal niet antwoorden; zij zullen Mij vroeg zoeken, maar zullen Mij niet vinden;

  14. Daarom, dat zij de wetenschap gehaat hebben, en de vreze des HEEREN niet hebben verkoren.

  15. Zij hebben in Mijn raad niet bewilligd; al Mijn bestraffingen hebben zij versmaad;

  16. Zo zullen zij eten van de vrucht van hun weg, en zich verzadigen met hun raadslagen.

  17. Want de afkering der slechten zal hen doden, en de voorspoed der zotten zal hen verderven.

  18. Maar die naar Mij hoort, zal zeker wonen, en hij zal gerust zijn van de vreze des kwaads.

  19. Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands.

  20. Beroem u niet over den dag van morgen; want gij weet niet, wat de dag zal baren.

  21. Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen.

  22. Wast u, reinigt u, doet de boosheid uwer handelingen van voor Mijn ogen weg, laat af van kwaad te doen.

  23. Leert goed doen, zoekt het recht, helpt den verdrukte, doet den wees recht, handelt de twistzaak der weduwe.

  24. Het overblijfsel zal wederkeren, het overblijfsel van Jakob, tot den sterken God!

  25. En te dien dage zal de Heere, de HEERE der heirscharen, roepen tot geween, en tot rouwklage, en tot kaalheid, en tot omgording des zaks.