Skip to content

Bijbelverzen over Obedience

136 verzen · 2 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. De wet Uws monds is mij beter, dan duizenden van goud of zilver.

  2. Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.

  3. Zij hebben mij bijna vernietigd op de aarde, maar ik heb Uw bevelen niet verlaten.

  4. Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag.

  5. Ik ben voorzichtiger dan de ouden, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.

  6. Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.

  7. Ik ben niet geweken van Uw rechten, want Gij hebt mij geleerd.

  8. Uit Uw bevelen krijg ik verstand, daarom haat ik alle leugenpaden.

  9. Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

  10. Ik heb gezworen, en zal het bevestigen, dat ik onderhouden zal de rechten Uwer gerechtigheid.

  11. Mijn ziel is geduriglijk in mijn hand; nochtans vergeet ik Uw wet niet.

  12. Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe.

  13. Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.

  14. O HEERE! ik hoop op Uw heil, en doe Uw geboden.

  15. Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.

  16. Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.

  17. Leer mij Uw welbehagen doen, want Gij zijt mijn God! Uw goede Geest geleide mij in een effen land.

  18. Maar die naar Mij hoort, zal zeker wonen, en hij zal gerust zijn van de vreze des kwaads.

  19. Die het gebod bewaart, bewaart zijn ziel; die zijn wegen veracht, zal sterven.

  20. Die de wet bewaart, is een verstandig zoon; maar die der vraten metgezel is, beschaamt zijn vader.

  21. Indien gijlieden willig zijt en hoort, zo zult gij het goede dezes lands eten.

  22. Maar deze zaak heb Ik hun geboden, zeggende: Hoort naar Mijn stem, zo zal Ik u tot een God zijn, en gij zult Mij tot een volk zijn; en wandelt in al den weg, dien Ik u gebieden zal, opdat het u welga.

  23. Maar gijlieden zegt: Waarom draagt de zoon niet de ongerechtigheid des vaders? Immers zal de zoon, die recht en gerechtigheid gedaan heeft, en al Mijn inzettingen onderhouden, en die gedaan heeft, gewisselijk leven.

  24. Als Ik ook tot den goddeloze zeg: Gij zult den dood sterven! en hij zich van zijn zonde bekeert, en recht en gerechtigheid doet;

  25. Geeft de goddeloze het pand weder, betaalt hij het geroofde, wandelt hij in de inzettingen des levens, zodat hij geen onrecht doet; hij zal zekerlijk leven, hij zal niet sterven.