Naar de inhoud

Bijbelverzen over Faith

543 verzen · 124 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Hij stond, doch ik kende zijn gedaante niet; een beeltenis was voor mijn ogen; er was stilte, en ik hoorde een stem, zeggende:

  2. Zou een mens rechtvaardiger zijn dan God? Zou een man reiner zijn dan zijn Maker?

  3. Zie, op Zijn knechten zou Hij niet vertrouwen; hoewel Hij in Zijn engelen klaarheid gesteld heeft.

  4. Hoeveel te min op degenen, die lemen huizen bewonen, welker grondslag in het stof is? Zij worden verbrijzeld voor de motten.

  5. Van den morgen tot den avond worden zij vermorzeld; zonder dat men er acht op slaat, vergaan zij in eeuwigheid.

  6. Verreist niet hun uitnemendheid met hen? Zij sterven, maar niet in wijsheid.

  7. Doch ik zou naar God zoeken, en tot God mijn aanspraak richten;

  8. Die grote dingen doet, die men niet doorzoeken kan; wonderen, die men niet tellen kan;

  9. Ziet, zo Hij mij doodde, zou ik niet hopen? Evenwel zal ik mijn wegen voor Zijn aangezicht verdedigen.

  10. Ook zal Hij mij tot zaligheid zijn; maar een huichelaar zal voor Zijn aangezicht niet komen.

  11. Want ik weet: mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan;

  12. En als zij na mijn huid dit doorknaagd zullen hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen;

  13. Denwelken ik voor mij aanschouwen zal, en mijn ogen zien zullen, en niet een vreemde; mijn nieren verlangen zeer in mijn schoot.

  14. Ik riep met mijn stem tot den HEERE, en Hij verhoorde mij van den berg Zijner heiligheid. Sela.

  15. Ik lag neder en sliep; ik ontwaakte, want de HEERE ondersteunde mij.

  16. Mijn oog is doorknaagd van verdriet, is veroud, vanwege al mijn tegenpartijders.

  17. Wijkt van mij, al gij werkers der ongerechtigheid; want de HEERE heeft de stem mijns geweens gehoord.

  18. In U zal ik mij verblijden, en van vreugde opspringen; ik zal Uw Naam psalmzingen, o Allerhoogste!

  19. Omdat mijn vijanden achterwaarts gekeerd, gevallen en vergaan zijn van Uw aangezicht.

  20. En Hij Zelf zal de wereld richten in gerechtigheid, en de volken oordelen in rechtmatigheden.

  21. En de HEERE zal een Hoog Vertrek zijn voor de verdrukte, een Hoog Vertrek in tijden van benauwdheid.

  22. Een gouden kleinood van David. Bewaar mij, o God! want ik betrouw op U.

  23. O mijn ziel! gij hebt tot den HEERE gezegd: Gij zijt de HEERE, mijn goedheid raakt niet tot U;

  24. Voor den opperzangmeester, een psalm van David, de knecht des HEEREN, die de woorden dezes lieds tot den HEERE gesproken heeft, ten dage, als de HEERE hem gered had uit de hand van al zijn vijanden, en uit de hand van Saul.

  25. Hij zeide dan: Ik zal U hartelijk liefhebben, HEERE, mijn Sterkte!